Oosterhuis gebruikt computer als verlengstuk vanintuitie; Ontwerpen zonder zwaartekracht

In de Rotterdamse galerie Westersingel 8 hangt onder de titel 'Synthetische architectuur' een serie grote kleurenfoto's van ontwerpen op een beeldscherm: de computergestuurde verbeelding van de Rotterdamse architect Kas Oosterhuis. Ernaast hangt verwant werk op doek en metaal van beeldend kunstenares Ilona Lenard. Hun disciplines vermengen zich achter de computer, verlengstuk van hun eigen verbeelding.

De computerbeelden die architect Kas Oosterhuis (38) op de tentoonstelling Synthetische architectuur laat zien, bevinden zich in het onbestemde gebied tussen architectuur en beeldende kunst. Soms bevatten ze herkenbare architectonische elementen, maar vaker neigen ze - zeker omdat er geen uitleg bij wordt gegeven - naar het conceptuele. 'Synthetisch' noemt hij ze: ze zijn kunstmatig tot stand gekomen en vormen bovendien een synthese vormen van uiteenlopende elementen en disciplines.

De computer is voor Oosterhuis een middel, niet meer dan dat. Nadrukkelijk spreekt hij niet van artificiele intelligentie, maar artificele intuitie. Het gaat hem om de mogelijkheden die de computer de architect biedt zijn intuitie en verbeelding de vrije loop te laten. 'De computer is een dood ding, het wil zelf niets. Het biedt je een open structuur, zonder zwaartekracht en zonder conventies. Binnen die digitale ruimte kan de architect vormen en oplossingen bedenken die met het conventionele instrumentarium letterlijk 'ondenkbaar' zijn.' Soms bevatten de grote kleurenfoto's herkenbare architectonische elementen, bij voorbeeld in een project uit 1985 van Oosterhuis en architect Frits van Dongen voor een woning met zwembad. Tijdens een expositie met workshops begin dit jaar in de Berlijnse galerie Aedes liet hij beelden zien van villa's die als ploffende popcorn-korrels door de lucht vliegen en van een gebouw waarvan de wanden zich als bloemblaadjes ontvouwen.

Veel minder vanzelfsprekend zijn de ontwerpen voor de Markerwaard. Hij geeft de nieuwe polder holle randen, waardoor er on-Hollands aandoende baaien ontstaan, en steekt het eiland Marken erin als een wig. Daar overheen legt hij een grid van witte stippellijnen. Daar waar de lijnen elkaar kruisen gebeurt iets: een kwekerij van hyacinthen, een gebied voor tuin- en akkerbouw, een experimentele boerderij.

Hoewel Oosterhuis' beelden bewust ver af liggen van de gebruikelijke architectuurtekening, geeft hij er op de expositie geen tekst en uitleg bij. Schijnbaar verwonderd constateert hij dat veel mensen dat lastig blijken te vinden. 'In de architectuur en de beeldende kunst zie je steeds meer dat men bij alles een verhaal verwacht. Ik ben vooral geinteresseerd in het beeld: uiteindelijk moet dat op zichzelf kunnen staan. Als je door de polder rijdt krijg je toch ook geen uitleg van wat je ziet?'

Bakstenen stapelen

In de catalogus bij de tentoonstelling De Imaginaire Ruimte in Amsterdam vorig jaar nam Oosterhuis' vriendin, de van oorsprong Hongaarse beeldend kunstenares Ilona Lenard stelling tegen de opvatting dat de computer de gebruiker terroriseert. 'Iedere beslissing blijft immers steeds mijn eigen individuele beslissing, ' schreef ze. 'Ik bepaal zelf wanneer, op welke manier, op welk niveau en met welke bedoeling ik de computer als hulpmiddel inschakel. Zoals de computer mijn gezichtsveld verruimd heeft en mijn instrumentarium heeft vergroot, zo zal ook de artificiele intelligentie juist mijn mogelijkheden vergroten.' Het idee dat computers en intuitie een contradictio in terminis zou zijn, doet ook Oosterhuis kordaat af als onzin. 'Het is wel zo dat de meeste software-pakketten die voor de architectuurpraktijk worden gemaakt, niet meer zijn dan een automatisering van het traditionele werk. De computer is tot nu toe vooral een meester in het imiteren van de werkelijkheid - met andere woorden, in het stapelen van bakstenen. Vooral de bouwkundig tekenaar heeft daar baat bij. Maar er bestaan ook programma's waarmee de ontwerpende architect zich los kan maken van het stapelen en een gebouw kan maken als een object in de ruimte.' Als voorbeeld noemt hij de Grande Arche in La Defense in Parijs, 'een megastructuur met naspanningskabels' waarvan voor en achter, onder en boven en links en rechts onderling uitwisselbaar zijn. Dit gebouw, in de vorm van een open kubus, vindt hij zowel wat betreft concept als constructie een object.

De snelle technische vooruitgang die het mogelijk maakt om, zoals Oosterhuis dat noemt, 'zwaartekrachtloos' te ontwerpen, vergelijkt hij met de ontwikkeling van de schilderkunst. 'De eerste stap bij het schilderen was een natuurgetrouwe weergave van de herkenbare werkelijkheid. Hetzelfde geldt voor de architect: met papier en potlood, op het platte vlak, ga je onwillekeurig refereren aan datgene wat je al kent. Maar net zoals de schilderkunst later abstract is geworden, zo stelt de geavanceerde computer de ontwerper in staat ideeen te ontwikkelen die nog nooit vertoond zijn. 'In de architectuur, net als in de wetenschap, kom je alleen verder door intuitief voorstellingen te maken van hoe het zou kunnen zijn. Net zoals grote bedrijven denktanks hebben, zou ook in de architectuur het doen van veronderstellingen, het losweken van conventies, het pure verbeelden een vak moeten worden. Dat van architectonische brainstormer, zeg maar.' Als Oosterhuis over theorievorming filosofeert is de reactie echter vaak: wil je dan niet bouwen? 'Alsof het een het ander uitsluit. Natuurlijk wil ik bouwen en dat doe ik ook. De vooruitgang van de maatschappij wordt grotendeel afgemeten aan haar materiele prestaties. Maar tegelijkertijd wil ik de zelfcensuur doorbreken van de architect die zich bij het bouwen niet meer durft voor te stellen dan het stapelen van bakstenen.' 'Synthetische Architectuur', t/m 27 mei in Galerie Westersingel 8, Rotterdam, di. t/m za. 11-17, zo. 12-17 uur.