Offshorebedrijf Heerema verbreedt met Grootint basis; Familiebedrijf expandeert

ROTTERDAM, 8 mei - Het Leidse offshorebedrijf Heerema denkt na de zware verliezen in de tweede helft van de jaren tachtig weer aan expansie. Sinds 1988 heeft de onderneming ieder jaar een opmerkelijke transactie verricht, waarmee het marktprofiel gaandeweg is verbreed.

Eerst besloot Heerema een joint venture op te richten met zijn grootste concurrent, het Amerikaanse Mc Dermott. Vervolgens kocht Heerema zich voor veertig procent in bij het noodlijdende sleep- en bergingsbedrijf Wijsmuller in IJmuiden. De gisteren aangekondigde overneming van het constructiebedrijf Grootint in Zwijndrecht is de derde opmerkelijke stap. Met de verkoop van een pakket aandelen en certificaten Volker Stevin aan Hollandsche Beton Groep heeft Heerema ook nog eens een belang van tien procent in HBG verworven.

De voorgenomen inlijving van Grootint past in het streven van Heerema om in de offshore alles in een hand te houden: zowel de constructie van platforms en installaties als de plaatsing daarvan. De markt ontwikkelt zich gunstig: in de offshore, vooral in het noordelijk deel van het continentaal plat, trekken de investeringen aan.

Heerema - jarenlang befaamd als een geavanceerde, expansieve onderneming - zag na 1985, toen de offshore door de scherpe waardedaling van de dollar en de prijsval van de olie aftakelde, de omzet met de helft teruglopen (tot circa 300 miljoen gulden). In het kader van een sanering zette het bedrijf in de zomer van 1988 950 Spaanse zeelieden op straat. Dit collectieve ontslag bracht Heerema in conflict met de vakbonden, die nog altijd vraagtekens plaatsen achter het sociale besef van de directie.

Heerema houdt zich bezig met ontwerp, constructie, transport, installatie en onderhoud van pijpleidingen en offshore-eilanden. Het accent ligt op het transport en installatie van platforms, waarvoor Heerema onder andere de zware ladingvloot van Wijsmuller gebruikt. Het bedrijf - voluit Heerema Fabrication Group - heeft zelf een fabricagewerf in Vlissingen. heerema verstrekt geen financiele informatie.

In Nederlandse nieuwbouw voor de offshore zijn voorts Grootint, Mercon (Hollandia Kloos) in Gorichem, en de Hollandse Constructiegroep (HBG) in Schiedam actief.

Grootint, in 1948 opgericht door Jaap de Groot, is het grootste offshore nieuwbouwbedrijf van Nederland. Driekwart van de omzet wordt in deze sector behaald. Daarnaast bouwt Grootint staalconstructies zoals bruggen, waaronder de tweede Van Brienenoordbrug.

Grootint kreeg vorig jaar twee grote orders van elk ongeveer 100 miljoen gulden van achtereenvolgens de Deense maatschappij Maersk en de Noorse oliemaatschappij Statoil. 'We hebben een orderportefeuille van ruim 500 miljoen gulden', aldus president-directeur D. Kamerling van Grootint.

In 1988 behaalde Grootint een winst van 9 miljoen gulden op een omzet van 253 miljoen gulden. Vorig jaar daalde winst met 30 procent tot 6,1 miljoen gulden. Volgens Kamerling bedroeg de omzet van opgeleverd werk in 1989 ongeveer 200 miljoen gulden.

De directies van de twee bedrijven denken dat de krachtenbundeling hun positie sterker maakt in de markt voor grootschalige projecten. De offshore-industrie maakt een duidelijk herstel door. De oliemaatschappijen besteden dit jaar twee miljard gulden aan de exploratie en ontwikkeling van nieuwe olie- en gasvelden, onderhoud van installaties en de aanleg van pijpleidingen op het Nederlandse continentale plat. Nederlandse constructiebedrijven voeren dit jaar voor Noorse oliebedrijven bovendien opdrachten uit met een totale waarde van tenminste 700 miljoen gulden, zo heeft de IRO, de overkoepelende organisatie voor de Nederlandse offshore-industrie, becijferd.