Kritiek universiteiten op plan Ritzen voor anderefinanciering

DEN HAAG, 8 mei - Een voorstel van minister Ritzen (onderwijs) om de vergoeding voor de onderwijskosten in het wetenschappelijk en het hoger beroepsonderwijs gelijk te trekken, is gisteren door de universiteiten afgewezen. Dit gebeurde tijdens overleg over een nieuwe wijze van financiering voor het hoger onderwijs.

De universiteiten zouden het onjuist vinden als zij evenveel geld voor hun onderwijs kregen als de hogescholen. Ze verwijten Ritzen dat hij in zijn voorstel onvoldoende rekening houdt met de hogere salarissen die de universiteiten hun personeel moeten betalen.

Hogescholen en universiteiten werden het met de minister wel eens over het uitgangspunt dat geleverde prestaties (diploma's en deelcertificaten) de basis moeten vormen voor het nieuwe, vereenvoudigde stelsel van financiering. Ook over andere hoofdlijnen uit het voorstel, opgesteld door het organisatie-adviesbureau Deloitte, werd overeenstemming bereikt. Zoals over de mogelijkheid de instellingen voortaan het collegegeld te laten behouden in plaats van dit af te dragen aan het ministerie, en over de geleidelijke invoering van de nieuwe bekostigingswijze.

De universiteiten gaan ook akkoord met een volledige scheiding van de financiering van onderwijs en onderzoek. Wel maken ze ernstig bezwaar tegen de manier waarop Ritzen zijn onderzoeksbeleid daarbij vorm wil geven. De universiteiten zijn tegen het voornemen van de minister om dertig miljoen gulden per jaar van de universiteiten over te hevelen naar de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (NWO). Ook het plan van Ritzen om pas in geld met de universiteiten en hogescholen 'af te rekenen' op het moment dat een student een studiejaar met succes heeft afgerond, stuit op grote bezwaren bij de instellingen. Niet alleen vrezen zij dat dit veel bureaucratische rompslomp met zich meebrengt, zij menen ook dat het onmogelijk is om alle studies onderwijskundig in jaren in te delen. Volgens Ritzen kan dat wel, als de universiteiten en hogescholen als norm voor een studiejaar aanhouden het behalen van 42 studiepunten of het met succes afronden van 1.680 uur studie.