Fonds voor topsport mag de overheid niets kosten

DEN HAAG, 8 mei - Een eventueel op te richten fonds voor de (amateur)topsport zou moeten worden betaald uit opbrengsten van sponsoring, verruiming van de reclameregels voor de media en de instant-loterij (krasloten). Het fonds mag de overheid geen geld kosten. Dat zijn de uitgangspunten van een onderzoek naar de haalbaarheid van een dergelijk fonds dat in opdracht van WVC door de Vrije Universiteit in Amsterdam wordt uitgevoerd. De resultaten daarvan worden eind dit jaar verwacht.

Tijdens haar eerste debat over sport, gisteren met de Kamerleden van de vaste commissie voor welzijn en cultuur, liet minister Hedy d'Ancona (WVC) weten dat 'het plafond van de overheidsfinanciering in de sport is bereikt'.

Zij voegde eraan toe dat het ministerie de oprichting van een topsportfonds niet wil tegenwerken als aan zo'n fonds behoefte blijkt te zijn. De komende jaren wil d'Ancona, in samenwerking met andere departementen, vooral de immateriele voorwaarden voor de topsporters verbeteren. Vrijstelling van dienstplicht en een betere begeleiding op school zijn daar voorbeelden van. In een Statuut voor de Topsporter zou een betere rechtspositie van de topsporter kunnen worden geregeld.d'Ancona zei gisteren ernaar te streven dat vanaf 1 oktober voor de media nieuwe reclameregels bij het uitzenden van sportwedstrijden gelden. Het Commissariaat van de Media kan met de huidige regeling niet uit de voeten. Bij het uitwerken van de nieuwe regels door de werkgroep reclame en sport, waarin onder meer de overheid, de Nederlandse Sport Federatie (NSF) en de omroepen zijn vertegenwoordigd, dienen de regels van de Europese omroeporganisatie EBU als leidraad.

Olievlek

De minister kreeg gisteren van alle grote partijen lof voor de grote lijnen van haar sportbeleid, waarvan de trefwoorden continuiteit en vernieuwing zijn. Bij vernieuwing wordt vooral gedacht aan het betrekken van mensen in achterstandswijken bij sport. In de vier grote steden zijn daarmee experimenten aan de gang die zich - als het aan WVC ligt - als een olievlek over het land moeten verspreiden. d'Ancona ziet sport als middel om mensen van buitenlandse afkomst in de maatschappij te laten integreren. Ook sport kan sociaal vernieuwend zijn, aldus de minister.

Vraagtekens zette de Kamer bij de regeling van de op 1 januari 1991 in te voeren instant-loterij, die de teruglopende inkomsten van toto en lotto moet opvangen. Daarbij gaat het om zogenoemde krasloten, waarop de koper direct kan zien of hij een prijs gewonnen heeft. Omdat de Staatsloterij door dit nieuwe kansspel een flinke inkomstenderving verwacht, heeft d'Ancona met het bestuur van de Staatsloterij afgesproken dat vijf procent van de bruto-opbrengst van de instant-loterij naar de Staatsloterij gaat. Dat komt neer op ongeveer vier miljoen gulden, dat dus aan de sport en maatschappelijke organisaties wordt onthouden. Hoewel de minister liet weten dat de Staatsloterij aanvankelijk op tien procent van de bruto-inkomsten uit was, hield de Kamer grote bezwaren tegen deze afdracht. d'Ancona ziet echter geen kans om het compromis 'open te breken'.

In een motie vroeg het Kamerlid D. Eisma (D66) voor 1 juni meer duidelijkheid over de uitgangspunten en criteria die de minister hanteert bij het overleg met de betrokken instanties over de verkooppunten van de instant-loten, de rol van de sportverenigingen en de omvang en inhoud van reclame voor instant-loten.

De Kamer plaatste ook kanttekeningen bij het besluit van de minister om de Anti-Doping Conventie van de Raad van Europa te ondertekenen. Volgens enkele Kamerleden zouden bepaalde artikelen in strijd kunnen zijn met de rechten van de mens of met de nationale wetgeving. De minister zegde toe onder voorbehoud te zullen tekenen, waarna de Kamer zich in een later stadium nog kan uitspreken over ratificatie van de Conventie.

Wat het op vijf ton per jaar geraamde verlies van het dopinglaboratorium in Utrecht betreft, stelt d'Ancona de sportwereld voor om de helft voor rekening van het Rijk te laten komen. 'Laten we sam-sam doen', aldus de minister.

Na aandringen van de Kamerleden zegde d'Ancona toe dat ze zal proberen om een gesprek met minister Dales (binnenlandse zaken) over maatregelen tegen voetbalvandalisme te vervroegen. Dales kan over door de KNVB voorgestelde maatregelen - bijvoorbeeld het binnen zeven jaar ombouwen van alle staanplaatsen in stadions tot zitplaatsen - niet eerder dan 27 juni overleg voeren en dat vindt de Kamer veel te laat. De noodzaak van een spoedig gesprek tussen d'Ancona en Dales werd volgens de Kamerleden nog eens onderstreept door de ongeregeldheden in het weekeinde in Nijmegen rondom NEC-Ajax.