Cebeco wil nieuwe verhouding tot zijn grootste leden

ROTTERDAM, 8 mei - Cebeco-Handelsraad, de grootste cooperatie van Nederland, zoekt een nieuwe vorm van samenwerking met zijn grootste leden, de regionale cooperaties die veevoeder, kunstmest en andere benodigdheden voor boeren importeren. 'We zoeken meer integratie met de achterban en proberen dat dit jaar te verwezenlijken. We gaan iets doen om te voorkomen dat we elkaar voor de voeten lopen', aldus ir J. Prins, president-directeur van Cebeco-Handelsraad.

Probleem is dat Cebeco soms bijna concurreert met zijn grootste leden. Twintig jaar geleden had Cebeco zo'n 200 bedrijfsleden, alle van bescheiden omvang. Maar door de fusiegolf die ook cooperatief Nederland heeft meegemaakt zijn er daar nog maar 54 van over, waaronder een paar die zo groot zijn dat ze ook op eigen houtje kunnen inkopen op de wereldmarkt.

Geen van de leden van Cebeco heeft een afnameplicht. Kunnen ze hun grondstoffen elders goedkoper inkopen, dan doen ze dat. Vroeger merkte Cebeco er weinig van als een lid een order elders plaatste. Maar nu heeft het aanmerkelijke invloed wanneer een grote afnemer elders inkoopt.

Bovendien zet de toenemende deskundigheid bij de grote leden het rendement bij Cebeco onder druk. Vroeger verdiende Cebeco, opgericht om zo goedkoop mogelijk voor zijn leden in te kopen, aan de handel in grondstoffen doordat het zelf posities innam met de bijbehorende risico's. Nu zijn de grootste leden deskundig genoeg om dat zelf te doen. Vandaar dat Cebeco's eigen marges aan de inkoopkant dalen.

Cebeco's andere taak is de produkten van de leden zo goed mogelijk te verkopen. Die taak neemt een steeds groter deel van de omzet in beslag. Werd twintig jaar geleden nog zo'n negentig procent van Cebeco's omzet gerealiseerd in zaken met de leden, nu is dat nog maar vijftig procent. De rest gaat naar derden, waarvan steeds meer naar de consument, de eindverbruiker van agrarische produkten.

Vroeger leverde de cooperatie vooral agrarische produkten als grondstof voor de voedselverwerkende industrie. 'Toen kon je alles kwijt, nu is dat niet meer zo. De agrarische markt is een kopersmarkt geworden', aldus Prins. Vandaar dat Cebeco zich al enige tijd richt op de verwerking van agrarische produkten om ook in het laatste stuk van het traject de (steeds hogere) marges te pakken.

Cebeco probeert zich vooral via overnemingen een plek op de consumentenmarkt te veroveren. Maar daar is veel geld mee gemoeid, en als typische handelsfirma was het eigen vermogen - lang zo'n twintig procent van de balans - relatief klein en de leencapaciteit beperkt.

Cebeco heeft vorig jaar zijn vermogenspositie met 43 miljoen gulden versterkt door schulden aan leden om te zetten in participatiebewijzen. Met als bijkomende verandering dat de zeggenschap van de leden niet meer alleen zoals vroeger gekoppeld is aan hun omzet met Cebeco, maar ook aan hun kapitaalbijdrage. Daarmee is het eigen vermogen op dertig procent van het balanstotaal gekomen, dichter bij het streefgetal van 35 procent dat beter bij een semi-industriele groep past. Daarnaast heeft Cebeco een afspraak met de Rabobank, die op afroep een soort cumulatief preferent vermogen ter beschikking stelt - waar echter wel een terugbetalingsplicht op rust. Over de omvang van deze faciliteit is Prins niet expliciet: 'Laat ik het zo zeggen, vijftig miljoen gulden zal geen probleem opleveren.' Daarmee heeft Cebeco een zeker vermogen om nog meer overnemingen te doen, maar Prins geeft grif toe dat het bedrag niet voldoende is. Hij wijst erop dat er ook andere mogelijkheden zijn. Bijvoorbeeld door dochterondernemingen voor een deel naar de beurs te brengen. Of door met geld van externe financiers bedrijven over te nemen en samen te voegen tot een geheel dat op termijn weer voor een deel naar de beurs kan worden gebracht.

Cebeco neemt al met enkele andere bedrijven deel in een door Nesbic geleide participatiemaatschappij, die deel wil nemen in veelbelovende initiatieven in de agrosector. Maar dat is slechts een venster op nieuwe ontwikkelingen. Voor de strategische uitbouw ontbeert de cooperatie toegang tot een kapitaalmarkt als de effectenbeurs. 'In Nesbic zitten we met ons eigen geld. Omvangrijke groei doen we mede met andermans geld', laat Prins zich ontvallen.

Of als het kan zonder geld. Onlangs is Cebeco een strategische alliantie aangegaan met de Suikerunie. Beide cooperaties nemen voor dertig procent deel in elkaars activiteiten op het gebied van groente en aardappelen. Dat voorkomt concurrentie bij het bieden op nieuwe aankopen. De alliantie moet binnen korte tijd op een omzet van twee miljard komen.

Cebeco heeft vandaag het jaarverslag uitgebracht dat slechts de periode van 1 juli tot 31 december 1989 bestrijkt, omdat de cooperatie omschakelt van een gebroken boekjaar op een kalenderboekjaar. In die zes maanden is een omzetstijging gerealiseerd van 410 miljoen ten opzichte van dezelfde periode het voorgaande jaar (over heel 1989 was de omzet 2,5 miljard). De winst over het met 240 miljoen toegenomen geinvesteerde vermogen daalde tot 12,6 miljoen, met daarnaast een buitengewoon resultaat van acht miljoen. Cebeco hoopt via herstructurering van de activiteiten in samenwerking met de grote leden de gestage daling van het rendement op het eigen vermogen te keren. Dat moet komen uit de afzet aan de consument.

Prins: 'Het gaat erom het hele traject te beheersen, vanaf de voeding van planten en dieren via hun verwerking tot voeding voor de consument. Of dat in een onderneming moet is een tweede. Maar dat is de uitdaging waar cooperatief Nederland voor staat.'