Calcium in neuronen mogelijke oorzaak van AIDS-dementie

Niet bekend

Misschien is een van de manteleiwitten van HIV de boosdoener. Het eiwit gp120 blijkt in ratteneuronen, afkomstig uit de hippocampus en de gezichtszenuwen, calciumconcentraties te veroorzaken die dertigmaal zo hoog liggen als normaal. Neuronen zijn cellen die zenuwpulsen geleiden. De neuronen raken door de hoge calciumconcentraties beschadigd en sterven binnen een dag af. Ongebonden calciumionen in neuronen spelen een rol bij nog een aantal ziekten waarbij zenuwschade ontstaat. De neuronen waarbij de schade werd waargenomen werden in het laboratorium gekweekt. In levende ratten is zo'n studie niet zinvol. Het AIDS-virus leeft niet in ratten.

De Amerikaanse onderzoekers die het idee van calciumophoping door gp120 opperen (Science, 20 april) ondersteunden hun hypothese door de neuronen ook in een calciumvrije vloeistof te laten groeien. Toevoegen van gp120 veroorzaakte in dat geval geen schade. Een tweede ondersteuning is het feit dat, als wel calcium aanwezig is, een stof die calciumkanaaltjes in de celmembranen blokkeert de neuronschade beperkt. In de reageerbuis werkte die stof, nimodipine, zo goed dat de onderzoekers voorstellen proeven met AIDS-patienten te beginnen. Nimodipine is een toegelaten medicijn dat wordt gebruikt om de schade na hersenbloedingen te beperken.

Critici vinden dat het reageerbuiswerk weliswaar veelbelovend is, maar nog weinig zegt over de mogelijkheden in patienten. Die patienten zullen moeilijk zijn te vinden omdat ze eigenlijk geen AZT mogen gebruiken. Die AIDS-remmer heeft invloed op de neurologische effecten van HIV. Zij zouden liever eerst testen uitvoeren met makaken, een apesoort waarbij een eigen vorm van AIDS wordt veroorzaakt door simian immunodeficienty virus (SIV), dat op een groot aantal punten overeenkomsten heeft met HIV.