Bij verkiezingen in Italie winst voor lokale partij

ROME, 8 mei - De verkiezingen gisteren en zondag in Italie hebben een verrassend grote winst opgeleverd voor de Lega Lombarda, een regionale partij in het noorden die zich afzet tegen de regering in Rome, tegen het arme zuiden en tegen buitenlandse immigranten.

Maar ook de regering-Andreotti is versterkt uit de verkiezingen gekomen: de twee grootste coalitiepartijen, christen-democraten en socialisten, boekten lichte winst. De communisten zijn de verliezers van deze verkiezingen.

De Lega Lombarda, begonnen als een regionale partij uit Lombardije, is in een klap een partij geworden van nationaal belang. In Lombardije steeg haar aanhang van 8,1 procent bij de Europese verkiezingen van vorig jaar tot 19 procent. Voor de Italiaanse politiek is dit een aardverschuiving. Vijf jaar geleden bestond de partij nog niet.

De Lega en aanverwante regionale partijen kregen in de noordelijke regio's Piemonte, Veneto en Ligurie vijf a zes procent van de stemmen, en vergaarden bovendien in heel Italie stemmen. Op nationaal niveau is Lega met 4,8 procent van de stemmen de vierde partij van het land geworden.

Het succes van de Lega Lombarda tekent niet alleen de sterke regionalistische gevoelens in Italie, maar vooral de wijdverbreide kritiek op het bestaande politieke stelsel. De Lega Lombarda heeft gezegd dat de regering in Rome en de arme regio's in het zuiden door incompetentie, inefficientie en corruptie het geld opmaken dat in het noorden wordt verdiend. De Italiaanse overheidsbureaucratie bestaat voor een groot deel uit mensen uit Zuid-Italie.

De winst voor de Lega ging in Lombardije ten koste van de drie grote partijen: christen-democraten, communisten en socialisten. Op nationaal niveau zagen de christen-democraten en de socialisten hun aanhang vergeleken met de Europese verkiezingen van vorig jaar met een paar tienden van procenten stijgen.

De regering van de christen-democraat Andreotti lijkt dan ook versterkt uit de verkiezingen te zijn gekomen. Mogelijk zal de socialistische leider Bettino Craxi een politieke tegemoetkoming vragen voor het feit dat zijn partij ten opzichte van de regionale en lokale verkiezingen van vijf jaar geleden ruim twee procent winst boekte, tegenover twee procent verlies voor de christen-democraten.

De verliezer van de verkiezingen is de communistische partij PCI. Deze moest opnieuw een achteruitgang verwerken, ondanks de nieuwe koers die de partij is ingeslagen. Het was voor het eerst dat de kiezers zich hierover konden uitspreken. Woordvoerders van de partij hebben gezegd dat het stemverlies een teken is dat de veranderingen voor veel partijleden niet snel genoeg gaan. Maar tegenstanders zien in de achteruitgang een bevestiging voor hun verzet.

Op een congres in maart had de PCI besloten zichzelf ingrijpend te vernieuwen en van naam te veranderen. Maar bij deze verkiezingen voerde zij op de meeste plaatsen nog campagne met de oude naam en de oude symbolen.

De PCI daalde daarna naar 24 procent, een verlies van 4,6 procent vergeleken met vorig jaar en van ruim zes procent ten opzichte van vijf jaar geleden.

Het was voor het eerst dat verkiezingen werden gehouden onder een nieuwe wet die 'vergissingen' moet voorkomen. Bij de lokale verkiezingen vorig jaar oktober in Rome bleken op veel stembureaus veel fouten te zijn gemaakt bij het tellen. Ook bij andere verkiezingen werden 'blanco' stembiljetten of voorkeurstemmen na de stemming ingevuld - in Italie is het mogelijk meer dan een voorkeurstem uit te brengen.