Beleggers VS boos op Philips; geen opstand

NEW YORK, 8 mei - De Amerikaanse institutionele aandeelhouders in Philips zijn net zo kwaad als de Nederlandse, hoewel ietsje meer uitgesproken. Maar daar blijft het bij: er zijn geen tekenen dat zij massaal het management in Eindhoven ter verantwoording hebben geroepen, of een opstand aan het organiseren zijn.

In de Verenigde Staten worden de pensioenfondsen en andere grote beleggers steeds militanter in het uitoefenen van hun aandeelhoudersrechten. Omdat zij zulke grote posities hebben kunnen zij moeilijker in of uit een aandeel stappen; daarom zeggen zij meer belang te hebben bij de leiding van het bedrijf dan particuliere beleggers.

Hun invloed was al enkele jaren te merken tijdens overnamegevechten: wie de gunst van de grote aandeelhouders kon verwerven had de strijd zo goed als gewonnen. Begin dit jaar was er een nieuwe ontwikkeling: acht institutionele beleggers vroegen aan de commissarissen van General Motors om te mogen meebeslissen over de benoeming van de nieuwe voorzitter van de raad van bestuur. GM wees het verzoek af, maar de betrokkenheid van de instituten werd hier gezien als een teken aan de wand.

Philips is dergelijke openlijke bemoeizucht bespaard gebleven. Zeven van de om een reactie gevraagde beleggers onthouden zich van commentaar, de rest praat 'off the record'.

Een enkeling heeft kritiek op het management en verschuilt zich niet achter anonimiteit. 'Ze hebben een paar serieuze zwakke plekken waar ze wat aan moeten doen', zegt Mark Yockey, portfolio manager bij Waddell en Reed, een beheerder van beleggingsfondsen. 'In de halfgeleiders kunnen ze de concurrentie met de Verenigde Staten en Japan niet aan, en in de consumentenelektronica zijn de kosten veel te hoog. Ze hebben te veel fabrieken, te veel werknemers, in te veel landen.' Hij kocht een half jaar geleden 93.000 aandelen omdat hij vond dat Philips 'niet deelde in het succes van de ontwikkelingen in Oost-Europa'.

Hij had verwacht dat de koers zou stijgen naarmate de mensen daar meer gloeilampen en radio's zouden kopen. Maar het aandeel is sindsdien alleen maar gedaald, en Yockey zegt dat hij vorige week maandag al zijn positie heeft verkocht. 'Je kunt soms beter een klein verlies nemen dan een groot verlies.'

Hij noemt zijn timing, vlak voor de desastreuze kwartaalresultaten, meer geluk dan wijsheid.

De manager voor internationale aandelen van Northern Trust Company zegt dat hij afgelopen vrijdag juist 60.000 aandelen heeft gekocht. 'Aandelen bereiken op een gegeven moment een peil dat zo veel lager is dan de onderliggende waarde dat het niet veel lager kan', zegt hij. Hij gaat ervan uit dat de intrinsieke waarde van Philips 60 tot 70 gulden per aandeel is, bij een koers van ongeveer 33 gulden. 'Zeker, het ziet er goedkoop uit als je naar de activa kijkt', reageert een andere aandeelhouder knorrig. 'Maar de vraag is: wat wordt er met die activa gedaan.'

Deze geldbeheerder, die niet met naam genoemd wil worden maar 300.000 tot 400.000 Philips-aandelen beheert, vindt dat het management zijn geloofwaardigheid heeft verloren. Tijdens de ontmoeting met professionele beleggers vorige maand maakte de topleiding niet 'de gepaste voorzichtige opmerkingen'.

Zij heeft een klein deel van haar Philips-pakket verkocht.

Een fondsbeheerder voor een internationale bank vraagt zich af waarom Philips met Olivetti praat over een samenwerking in de computers omdat Olivetti zelf in de problemen zit. 'Ze hebben een echte keiharde Amerikaanse manager nodig, die de balans eens saneert.' Zij zegt dat Philips zich zou moeten concentreren op de produkten waarop een hoge winstmarge zit, zoals gloeilampen en consumentenelektronica.