Vluchten voor de machtsvraag

Slechts een van de 45 gemeenteraadsleden lag al die tijd dwars. De overigen waren het steeds roerend met elkaar eens geweest. Er moest en zou een vrouwelijke rector worden benoemd op dat openbare gymnasium. Op welke manier dit 'voorrangsbeleid' vorm zou moeten krijgen, kwam in de raad niet aan de orde. Recht en moraal stonden immers formeel aan kant van het politieke bestuur. Doel en middel leken identiek.

En zo geschiedde het. Maar al snel liep het mis. De polarisatie deed haar werk weer eens op geheel eigen wijze. De rectrix verdween: te midden van grote bestuurlijke stofwolken en veel journalistieke kolommen. Wat begon als 'voorrangsbeleid' mondde uit in een cultuurstrijd. De school vergaderde feestelijk in de intellectuelen-societeit De Kring om de gunstige afloop te bespreken, de gemeenteraad zon ondertussen in eigen kring op gepaste wraak.

Anderhalve week geleden boog de gemeenteraad zich derhalve voor de zoveelste maal over de affaire. Het evaluerende debat duurde lang en ging over van alles. Over de specifieke ambiance van het gymnasium, over de werkwijze van de rectrix, over het eventuele gebrek aan begeleiding uit het stadhuis, over het gedrag van de weerspannige docenten ('elitair geteisem', aldus een wethouder die een van de classici van de school nog kent uit de tijd dat beiden lid waren van... inderdaad ... het studentencorps), over de eventuele noodzaak van sancties tegen die leraren die zich het meest deloyaal jegens het bevoegd gezag hadden opgesteld en over de noodzaak om bij de opvolging niet nog een keer door de knieen te gaan. Opnieuw was iedereen, op die ene volksvertegenwoordiger na, het in grote lijnen met elkaar eens. En dus werd besloten tot een nader onderzoek.

Een aspect van het conflict bleef in dit finale debat echter wederom nadrukkelijk buiten schot: het waarom van de smadelijk nederlaag van die 43 mandatarissen. Aan het onweerlegbare feit dat een bijna eensgezinde raad er niet in was geslaagd een centraal doel in zijn beleid te realiseren, werd geen woord vuil gemaakt. Hoewel dat gegeven toch op z'n minst opmerkelijk is en beroeps-bestuurders te denken zou kunnen geven. De commissie van goede diensten, die het conflict had moeten oplossen toen het stadsbestuur er alle greep op had verloren, had in haar rapport daarvoor zelfs een aardige voorzet gegeven met haar onbeschroomde conclusie dat de raad zich had laten bedotten door ' het herhaaldelijk door de realiteit gelogenstrafte idee dat een democratisch genomen besluit een vlekkeloze uitvoering garandeert'.

Tsarina Katherina II schreef het bovendien in 1765 al aan Voltaire: een algemene regel opstellen, dat was niet zo'n kunst, maar al die verduivelde details, waarom ging het daar toch steeds mis? Onze volksvertegenwoordigers vonden het niettemin rustiger om het primaat van de politiek onbesproken te laten. Uit psychiatrisch gezichtspunt begrijpelijk. Was het stadsbestuur niet huiverig geweest voor aan analyse van de paradoxen der geschiedenis, dan had het moeten toegeven dat het was gestruikeld over idealen uit de jaren zestig/zeventig waarmee het zelf tien jaar geleden te paard was geklommen. 'Zelfbeschikking', 'democratisering' en 'decentralisatie', dat waren indertijd de trefwoorden die in stelling werden gebracht tegen de 'regenten' van de oude garde. Op het schooltje hadden ze deze ideologie in de praktijk proberen te brengen. Een 'protocol' regelde het collectieve leiderschap van het rectoraat. 'Schande', riepen ze op het stadhuis toen ze er ten langen leste (de informatievoorziening laat er wat te wensen over) achter kwamen dat het gymnasium zichzelf al die tijd kennelijk redelijk had weten te organiseren zonder acht te slaan op de kanarieboekjes van het moderne management waaraan rechts en links in de politiek hun hart tegenwoordig verpand hebben. De jammerklacht werd slechts heimelijk geuit. Een openlijke beschouwing zou wat ontmaskerend zijn geweest. Zelfbeschikking: het gezag wil het graag van boven geven, doch vindt het niet prettig als het van onderen eigenmachtig wordt genomen. Zo was het, zo is het en zo zal het blijven.

De bestuurlijke kant van de afgang werd mogelijk nog behoedzamer ontweken. De crux van de zaak is namelijk een kwestie van zijn of niet-zijn. Het onvermogen om op deze ene school het wettig gezag te effectueren, stond immers niet op zich. Het muilkorf-gebod voor pitbull-terriers, het minderhedenbeleid - om maar eens een paar kleine en levensgrote bestuurlijke akkefietjes te noemen - het dreigt allemaal fake te worden. Het gymnasium is hooguit de metafoor voor deze bestuurlijke wanhoop geworden. Dat beeld is zo angstaanjagend dat alleen de andere kant opkijken nog rustig stemt. Zeker, het primaat van de politiek is in woord opgegeven althans genuanceerd, ook al verlangen veel politici er in daad en terwille van hun eigen identiteit nog vaak naar. 'Consensus-democratie' is de panacee waarmee de werkelijkheid thans wordt bezworen. Maar ook dat begrip is al lang niet adequaat meer. Een hele gemeenteraad minus een, als dat geen consensus is dan weet ik het niet. En toch deden die 43 eensgezinde stemmen er weinig toe. Want in onze liberaal-anarchistische samenleving zijn andere krachten dominant geworden. Formeel en informeel gezag sporen steeds minder. Theorie en praktijk hebben nog maar weinig met elkaar te maken. We leven meer en meer in een grote Poolse Landdag.

Dat kan je voor kennisgeving aannemen, toejuichen of betreuren. Ieder het zijne, het heeft iets met politieke kleur, persoonlijk verleden, particuliere ambities en rolpatronen te maken. Maar welke conclusie ook, ze stemt tot nadenken omdat het proces zich niet straffeloos laat terugdraaien en er ook nog geen nieuwe politieke theorie of praktijk voorhanden is die dit moderne fenomeen weer hanteerbaar zou kunnen maken. Maar nee, ons stadsbestuur reduceerde het krankzinnige probleem liever tot die ene school omdat die de diagnose zo haarscherp aan het licht had weten te brengen. Het wenste zijn testimonium paupertatis niet tot zijn kern te herleiden.

Goddank was er snel troost. Twee dagen na het raadsdebat nam een van de machtigste wethouders van de stad afscheid. De kiezers hadden hem tot een vervroegd afscheid gedwongen. 'Men wil wel eens een ander gezicht zien', besefte ook hij. Het werd een mooi feest. De bestuurder zag er schitterend uit. De drank was gratis. De mensen waren aardig en er werd enthousiast gedanst, na slapen toch een van de belangrijkste dingen in het leven. De disc-jockey was sensitief. Hij begreep de symboliek van deze nacht. Om kwart over twee legde hij de nummer 1-hit van deze weken op de draaitafel: Snap met 'I've got the power'. De stedelijke bestuurders, profs en amateurs, voelden onmiddellijk het ritme van de 'rap'. De tekst was als balsem. 'Please, get off my back. Or I attack. And you don't want that'.

Buiten stond de jeugd die deze vrijdagavond geen toegang had omdat de hele 'flashy' disco voor de scheidende wethouder was afgehuurd. Binnen stonden zij die vinden dat ze slechts stank voor dank incasseren en nu eindelijk eens met elkaar (' ik heb stiekem met je gedanst') de realiteit konden uitvluchten. Daar op de dansvloer werden de rechtmatige verhoudingen tussen staat en burger hersteld.

Maar eenmaal buiten bleek de plaats van handeling de werkelijke verhoudingen in de stedelijke maatschappij anno 1990 haarscherp aan te geven: the Escape.