Verlies voor regeringspartijen bij plaatselijke verkiezingenin DDR

OOST-BERLIJN, 7 mei - De Oostduitse regeringspartijen hebben, op de liberalen na, bij de eerste vrije lokale verkiezingen verliezen moeten incasseren. De winst ging naar de kleinere partijen, vooral naar de twee Boerenpartijen.

Niettemin werden de politieke verhoudingen zoals die bij de verkiezingen voor de Volkskammer op 18 maart verrassend tot uitdrukking kwamen, bevestigd: de CDU blijft volgens de officieuze uitslag de grootste (34,4 procent), met daarachter de SPD (21,3 procent) en de PDS (14,6 procent). De opkomst was met 75 procent bijna 20 procent lager dan op 18 maart. Het verlies van de CDU (min 6,7 pocent) wordt toegeschreven aan twee factoren. Vele CDU-kiezers prefereerden de zon boven het stemlokaal omdat hun doel, de Duitse eenwording, al bereikt is. En vele CDU-kiezers op het platteland, onzeker over grondeigendom en de kelderende afzet van de landbouwprodukten, lieten een proteststem horen.

De SPD (min 0,6 procent) heeft het verlies van de CDU en DSU (min 2,8 procnt) niet kunnen binnenhalen. Daarentegen is de SPD ondanks lichte teruggang de sterkste partij geworden in een aantal grote steden zoals Oost-Berlijn, Leipzig en Maagdenburg. In Karl-Marx-Stadt won de CDU bijna de helft van de stemmen. De oud-communistische PDS, die bij de gefraudeerde verkiezingen van 7 mei vorig jaar als SED nog 99,85 procent behaalde, is alleen de sterkste partij gebleven in Neubrandenburg en Frankfurt/ Oder. In totaal verloor de PDS 1,8 procent.

De revolutionaire krachten van het eerste uur, Bundnis 90 en Neues Forum, zijn alleen in enkele grote steden een factor van betekenis gebleven. In Oost-Berlijn behaalden zij ruim 10 procent. De Groenen en Onafhankelijke Vrouwen behaalden hier ook nog enkele procenten.

In het Pallast der Republik toonden de meeste politieke leiders zich gisteravond ontspannen en tevreden. Premier De Maiziere benadrukte dat de CDU de grootste is geworden, maar dat verder de lokale verkiezingen niet zijn te vergelijken met die voor de Volkskammer. SPD-minister Meckel sprak van een stabilisatie en nam, gezien de bestuurlijke en personele problemen van de jonge partij, zelfs een groei waar. PDS-leider Gysi noemde het resultaat 'niet slecht'.

In Oost-Berlijn behaalde de PDS nog dertig procent, maar niemand wil de PDS als coalitiepartner. Binnen de PDS discussieert men nu over de vraag hoe het verder moet. Moet men ook in de Bondsrepubliek een PDSoprichten, of moet men in het verenigde Duitsland een links-radicale oppositiebeweging worden? DSU-minister Diestel noemde de halvering 'realistisch', gezien de problemen van de jonge partij: de hele partijtop zit in de regering. Hij gaf toe dat de taktiek van het nemen van afstand van de CDU averechts heeft gewerkt. De voorzitter van de Bond van Vrije Democraten, Ortleb, zei tevreden dat zijn liberale partij, die 6,7 procent kreeg, er met succes in is geslaagd de burgers persoonlijk te benaderen en zo uit de anonimiteit te treden.

De verkiezingen verliepen gisteren in alle rust, alsof men al sinds jaar en dag vrij kan stemmen. Van spanning of emoties was nergens wat te merken. Veel kiezers in de grotere steden hadden slechts twee problemen: op wie moesten zij eigenlijk stmemen en hoe? Als zij al een kandidaat kenden, konden zij hem zonder hulp vaak niet vinden op de stembiljetten die soms zo groot waren als een krantenpagina en soms honderden kleingedrukte namen bevatten.

Met deze lokale verkiezingen is de politiek in de DDR weer rechtop gezet, ook al weten de lokale besturen nauwelijks hoe zij het nieuwe zelfbestuur moeten financieren. Voor de landelijke politiek is duidelijk geworden dat het beleid van het kabinet-De Maiziere in wezen is goedgekeurd, ondanks de groeiende sociale spanningen. Maar het verlies duidt erop dat de Oostduitse kiezer gevoelig is voor nadelige veranderingen als gevolg van de begeerde Duitse eenheid. Dan wordt er snel gereageerd.