Poetswoede leidt tot versnelde slijtage van monumenten in VS

WASHINGTON, 7 mei - Amerikaanse properheid draagt bij tot het verval van de presidentiele monumenten voor Jefferson en Lincoln in Washington. Omdat de toeristen graag de helwitte kleur van het marmer zien, worden de gevels twee keer per jaar gewassen. De drukspuit maakt de monumenten witter maar neemt laagjes marmer mee. Twee rapporten van bouwfirma's hebben aanbevolen om de gevels minder vaak schoon te maken. Ook de verblindende marmeren platen van het kolossale Kennedy theatercentrum gaan sneller achteruit dan voorzien.

De toeristen zullen dus moeten wennen aan de grijstint die door laag overkomende passagiersvliegtuigen, wachtende bussen, stromen passerende auto's en muggenzwermen wordt veroorzaakt. De nachtelijke lichtbaden voor de monumenten zullen minder schel zijn als bewijs van de slechte luchtkwaliteit van Washington. Een restauratiedeskundige vergeleek het Lincoln Memorial ooit met een 'gigantisch Alka Seltzer tablet. Je kunt het bijna horen sissen als het regent'.

De drie monumenten zijn toe aan restauraties die totaal 48 miljoen dollar moeten kosten. Het in 1971 geopende Kennedy Center behoeft het meeste onderhoud: 30 miljoen dollar. Het verval van het Lincoln Memorial (1922) was zelfs een bezienswaardigheid geworden. Tot voor kort werden toeristen rondgeleid in de kelder waar zich stalagmieten en stalactieten hadden ontwikkeld, een onbedoeld geologisch verschijnsel van staande en hangende kalkpieken, veroorzaakt door lekkages. De kelderrondleiding is gestaakt sinds er enkele rondvliegende asbestdeeltjes zijn gesignaleerd. Enkele leidingen zijn met asbest bedekt. Verder is er weinig te zien aan het tempelachtige monument dat een reusachtig standbeeld van een zittende Lincoln herbergt. Het is niet echt mooi maar vooral kolossaal, gemaakt om van grote afstand te worden gezien, bijvoorbeeld uit een vliegtuig of van een heuvel aan de overkant van de rivier de Potomac. De meeste toeristen gaan dan ook na een kiekje van de peinzende Lincoln teleurgesteld verder. 'Is dat nu alles? Big deal!'.

Met het afnemende Amerikaanse patriottisme hebben de toeristen minder belangstelling voor Washington en de monumenten, al komen er nog altijd veel. Vorig jaar viel het jaarlijks aantal bezoekers aan de Washingtonse monumenten terug van 15,3 naar 12,8 miljoen.

Van het terras rond het Lincolnstandbeeld kan de toerist in rechte lijn kijken naar het Washington Memorial, een hoekige obelisk, gespiegeld in een langwerpige vijver. Binnenkort wordt het ook gevaarlijk om met grote mensenmassa's op dat terras en langs de spiegelvijver te staan, voorspelt een bouwfirma, omdat het beton afbrokkelt. Mensen kunnen dan in de kelder vallen.

De ooit gladde, marmeren muren van het verderop gelegen Jefferson Memorial uit 1943 voelen aan als schuurpapier. De glooiingen zijn door het schoonmaken afgevlakt. Het dak is aan het schuiven geraakt en vertoont barsten en de trappen zijn scheefgezakt. Het monument bestaat uit zuilen onder een rotondevormig dak, een karakteristieke vorm voor de derde president van de Verenigde Staten en de mede-auteur van de onafhankelijkheidsverklaring, Thomas Jefferson, die zelf een begaafd architect was en wiens standbeeld middenin staat. De afmetingen van het monument zijn nauwelijks Jeffersonian te noemen. De grootte van het neo-klassieke gebouw met standbeeld maakt het individu nietig en symboliseert juist het soort overheid waar Jefferson op tegen was. Het monument is aanzienlijk minder stijlvol dan het door Jefferson zelf ontworpen landhuis met koepel in de staat Virginia. Toeristen verlaten het grote Memorial snel om te gaan waterfietsen in de nabijgelegen vijver.

Het Kennedy-centrum krijgt meer toeristen dan theaterbezoekers maar heeft ook te kampen met gebarsten marmeren platen, schuivende terrassen en lekkende daken omdat er niet voor afwatering is gezorgd. Lange tijd hebben het Congres en de raad van beheer van het Kennedy Centrum met elkaar gestreden over de vraag wie de restauratie van dit recente bouwwerk moet betalen. Uiteindelijk wil het Congres toch betalen. Want al zijn de Congresleden misschien niet allemaal bezoekers van de theaters en muziekzalen, ze willen toch graag als kunstminnaars bekend staan.