'Maria, de wens van het volk'; Liberia-Peters, premier in hetland van macho's

Als zondag de paus de Antillen aandoet wil ze de formatie van haar derde kabinet hebben afgerond. Maria Liberia-Peters, premier van een land waar de politiek als 'slangenkuil' wordt gekenschetst. Van 'zwartje' in Emmen tot leading lady in Willemstad: 'Ze is een populistisch type en weet goed wat er onder het volk leeft.' Niemand ziet Maria Philomina Liberia, geboren Peters, licht over het hoofd.

Zij is groot en tooit zich vaak met Afrikaanse hoofddoeken waardoor zij nog groter lijkt. Door haar manier van praten, haar gulle lach, humor en sprekende gelaatsuitdrukkingen staat zij overal waar zij zich vertoont in een mum van tijd in het centrum van de belangstelling. Over twee weken wordt Liberia 49. Dat de leeftijd gaat meetellen merkte zij vorige maand toen haar dokter absolute rust voorschreef wegens tekenen van oververmoeidheid. De rust was van korte duur. Enkele weken later was zij in Managua als hoofd van de delegatie die de inhuldiging bijwoonde van Violeta Chamorro tot nieuwe president van Nicaragua. Liberia-Peters heeft geen hoge pet op van het beleid van de Sandinisten noch voor hen die ooit steun hebben betuigd aan de verdrijvers van dictator Anastasio Somoza. 'Een kamermeisje in het hotel vertelde me dat ze twintig dollar per maand verdient. En een chauffeur 25 dollar per maand. Hoed je dus voor degenen die een dergelijk bewind steunen', verklaarde Liberia op 1 mei, de Dag van de Arbeid, voor de verzamelde vakbonden.

Bij terugkeer uit Managua verzocht gouverneur Jaime Saleh haar het nieuwe kabinet te formeren. Zij heeft het verzoek 'in beraad genomen', zoals dat formeel heet. Dit weekeinde voerde zij in Willemstad druk overleg met de meest waarschijnlijke coalitiegenoten. Zij is er erg op gebrand deze week nog het nieuwe kabinet te beedigen. Ten eerste omdat morgen op Curacao het nieuwe zittingsjaar wordt geopend van het Antilliaanse parlement, dat na de verkiezingen van afgelopen maart voor het eerst in de nieuwe samenstelling bijeenkomt. Een tweede reden voor de voortvarendheid van formateur Liberia heeft te maken met het feit dat zij zondag gastvrouw is van Paus Paulus Johannes II, die op zijn terugreis uit Mexico gedurende enkele uren Curacao aandoet. Liberia wil voorkomen dat zij de kerkvorst op Curacaose bodem welkom heet in haar huidige demissionaire status. Voor het overwegend katholieke eiland is het pausbezoek een grote gebeurtenis en Liberia wil dat er ook van maken. Als gelovig katholiek wil ze dit voor de Antillen gedenkwaardige bezoek aanwenden om het katholicisme ruim onder de aandacht te brengen. Een oude vriendin: 'Maria is altijd zeer godsdienstig geweest. Haar vader was koster en zij heeft hem daarbij dikwijls geholpen, bijvoorbeeld met het rondgaan met de collecteschaal in de kerk'.

Populisme

Liberia bleek uit het goede hout gesneden voor de Antilliaanse politiek. Ze werd leider van de christen-democratische PNP, daarna premier en wist die positie te bestendigen. F. Palm, hoofd van het in Den Haag gevestigde kabinet van Antilliaanse en Arubaanse zaken: 'Zij is een populistisch type en weet goed wat er onder het volk leeft.' Liberia meent dat zij vanwege haar vrouw-zijn dikwijls extra inspanningen moest verrichten om iets te kunnen bereiken, maar zij heeft nooit de indruk gewekt hier echt onder gebukt te gaan. In de overwegend door mannen beheerste wereld van de Curacaose critiek gaat zij voor niemand opzij. Tegen- en medestanders zijn zich dat inmiddels goed bewust. Later dit jaar wordt Liberia opgevoerd in een tv-documentaire over de weinige vrouwelijke politieke leiders op de wereld, naast Benazir Bhutto van Pakistan, Margaret Thatcher van Engeland, Corazon Aquino van de Filippijnen, Euginia Charles van Dominica en Violeta Chamorro van Nicaragua. Politieke tegenstanders als ex-premier Don Martina verwijten haar dat zodra je haar mening niet deelt, je in haar ogen hebt afgedaan. Als de betrokkene bovendien publiekelijk voor die mening uitkomt, zal ze niet nalaten die persoon bij de eerstvolgende gelegenheid een hak te zetten. Een illustratie hiervoor levert de toename van het aantal rechtszaken van ambtenaren tegen maatregelen van de door Liberia en haar PNP gedomineerde overheid. In het leeuwedeel van deze procedures die de rechtspositie van de betrokken dienen te herstellen heeft de overheid aan het korste eind getrokken en moesten er flinke schadeloosstellingen worden uitgekeerd. Antillianen laten zich dan ook niet makkelijk uit over de persoon van Liberia. VVD-Kamerlid J. C. Wiebenga: 'Beschuldigingen op het persoonlijk vlak, het op de man spelen, vallen haar slecht. In 1988 was Liberia in Nederland om 300 miljoen gulden voor de Antillen te vragen. Maar minister van financien Ruding gaf geen krimp in een nogal gespannen gesprek. Later zei ze tegen haar ambtenaren: 'Dat enge boekhoudertje met zijn vette glimlach kan ik wel wurgen.' Daarin is ze te ver gegaan. Terecht was Ruding gebelgd.'

Kleuters

Maria Liberia was aanvankelijk kleuterleidster. Ze volgde een groot deel van haar studie in Nederland. Lachend vertelde ze eens hoe zij in haar studententijd in de jaren zestig in Emmen als 'zwartje' een bezienswaardigheid was. Oud-minister J. de Koning: 'Dankzij haar studietijd in Emmen heeft ze Nederland beter dan welke Antilliaan leren kennen. Ze heeft Nederlanders buiten Den Haag en Amsterdam meegemaakt: het achterland van Nederland. In de politieke contacten bleek dat een pluspunt.' Op Curacao stond ze vijf jaar voor de klas. In de ambtenarij klom ze op tot inspectrice van het kleuteronderwijs. Meerdere malen toonde zij zich verbaasd dat Antilliaanse kinderen het hele Aap-Noot-Mies moeten leren terwijl Nederlandse kinderen omgekeerd weinig leren over de Antillen. Mede hierdoor is zij extra bitter gestemd wanneer in Nederlandse media artikelen verschijnen die in haar ogen een zwaar vertekend beeld geven van de Antilliaanse werkelijkheid.

Twee jaar geleden kwam zij in botsing met Frenk van der Linden van het weekblad De Tijd. De weergave van een vraaggesprek ('mijn zwakte is dat ik in het algemeen mijn hart te veel op de tong draag, wat me achteraf soms in moeilijkheden brengt') schoot haar in het verkeerde keelgat. Liberia zei toen dat ze zich nooit meer zou inlaten met Nederlandse journalisten.

Zware dobber

Van 1975 tot 1980 was zij gedeputeerde (te vergelijken met het wethouderschap) op Curacao. In 1984 werd ze premier namens de PNP. De zwaarste dobber van haar eerste kabinet was het voorkomen van de sluiting van de Shell-olieraffinaderij op Curacao. In die moeilijke tijden steunde zij sterk op adviezen van premier Lubbers en toenmalig minister De Koning van Antilliaanse en Arubaanse zaken. De laatste: 'De gesprekken met Liberia waren niet altijd gemakkelijk. De ondertoon kon wel eens scherp zijn.' Liberia was eind 1985 de spil in alle besprekingen over de overneming van de Shell-raffinaderij door het Venezolaanse staatsoliebedrijf. Langs die weg kon de raffinaderij op Curacao open blijven. Dit werd ten volle benut in de PNP-campagnes. Haar partij voerde de leus 'Maria, de wens van het volk'. Liberia's PNP is de grootste politieke partij van Curacao en de Nederlandse Antillen. Bij de laatste verkiezingen half maart haalde Liberia als lijsttrekker een record aantal stemmen.

Haar activiteiten in de vrouwenbeweging vormden de aanzet voor haar politieke loopbaan. Ze werd daarin gestimuleerd door oud-premier Juancho Evertsz. Deze had haar voor de voeten geworpen dat de vrouwen wel kritiek uitten op de mannen maar zelf niet de moed hadden de politiek in te gaan. Dat liet zij zich maar een keer zeggen. Zij werd de leider van de vrouwenvleugel in de PNP en een geziene gast op de bijeenkomsten van de MUDCA, de Latijnsamerikaanse vrouwenbeweging van christen-democratische politieke partijen. VVD-Kamerlid E. Terpstra: 'De politiek is een slangenkuil op de Antillen. Zij opereert daar heel knap. Ze slaat een forse toon aan, maar dat is gebruikelijk op de Antillen. In de macho-maatschappij van de Antillen heeft ze een moeilijke positie.'

Dat beeld van strijdster voor de vrouwenrechten heeft zij in elk geval tot begin dit jaar redelijk in stand kunnen houden. Liberia kwam in februari in grote problemen met de onderwijzersvakbond SITEK. De bond verwijt haar onvoldoende te doen aan de gelijkschakeling van de salarissen van de vrouwelijke onderwijzers met die van de mannen. Het conflict loopt al drie maanden en is nog niet opgelost. Gezien de verkiezingsuitslag heeft het conflict de positie van de premier nauwelijks aangetast. Oud-minister De Koning: 'Het politiek klimaat op de Antillen is naar onze maatstaven enigszins corrupt. Maar als iemand daar een witte raaf kan zijn, is Maria Liberia dat wel.'