Litouwen kiest nog altijd tussen twee kwaden

'Elke ochtend als ik wakker word, voel ik een zekere druk en ongerustheid. Als het maar goed afloopt! Moskou's reactie doet me sterk denken aan 1940, toen de Sovjet-Unie ondanks ons vriendschapsverdrag agressieve militaire maatregelen begon te nemen tegen Litouwen. Ik heb te weinig informatie over de politiek van onze regering om er echt over te kunnen oordelen, maar als deze regering de terugkeer naar de volledige onafhankelijkheid weet te bewerkstelligen, zal ik haar eeuwig dankbaar zijn!'. Kaarsrecht zit Juozas Urbsys (94) aan tafel in zijn kleine driekamerflat in een buitenwijk van Kaunas, de vroegere hoofdstad van Litouwen. Een weelderige kastanjeboom steekt zijn takken met bloeiende witte kaarsen haast door het raam naar binnen. Al doet zijn hoffelijke bescheidenheid dat nauwelijks vermoeden, Urbsys weet waarover hij praat.

Meer dan vijftig jaar geleden, op 10 oktober 1939, ondertekende hij als minister van buitenlandse zaken van de onafhankelijke republiek Litouwen in het Kremlin het Verdrag van wederzijdse bijstand tussen Litouwen en de Sovjet-Unie. Dat bezegelde het lot van Litouwen en van hemzelf. Nog geen jaar later kwam er een einde aan Litouwens onafhankelijkheid en Urbsys verdween voor lange jaren in Russische gevangenissen. Pas in 1956 mocht hij terugkeren naar zijn vaderland.

De ondertekening van het verdrag had plaats in het Kremlin, in aanwezigheid van Stalin, Molotov, Vorosjilov en de Litouwse opperbevelhebber generaal Rastikis.

De voorgeschiedenis: op 17 september bezette de Sovjet-Unie de West-Oekraine, het westen van Wit-Rusland en de provincie Vilnius, destijds Pools gebied. Dat was een antwoord op de Duitse inval in Polen op 1 september 1939. Volgens het vredesverdrag tussen de Sovjet-Unie en Litouwen van 12 juli 1920 erkende de Sovjet-Unie onvoorwaardelijk Litouwens soevereiniteit en ook het recht op zijn oude hoofdstad Vilnius. Na de inval van de Sovjet-troepen in Polen besloten de Litouwers hun oosterbuur aan dat verdrag te herinneren en Urbsys, sinds 1938 minister van buitenlandse zaken, werd naar Moskou gestuurd om over de teruggave van Vilnius te onderhandelen.'Overeenstemming'Het was 3 oktober 1939, 's avonds laat. Stalin legde een kaart van Litouwen op tafel waarop een dikke demarcatielijn was getrokken en zei dat de Sovjet-Unie en Duitsland tot overeenstemming waren gekomen over een verdeling van invloedssferen. De havenstad Klaipeda - het vroegere Duitse Memel - was voor Duitsland, de rest van Litouwen viel binnen de Russische invloedssfeer. Het bestaan van de geheime protocollen van het niet-aanvalsverdrag tussen de Sovjet-Unie en Duitsland, het zogenaamde Molotov-Ribbentrop-pact, waarin dit werd geregeld, was op dat moment nog aan niemand bekend.

Urbsys: 'Het was een enorme schok en ik protesteerde heftig, maar Molotov zei dat de opdeling in invloedssferen in het geheel niet moest worden beschouwd als een aanslag op Litouwens onafhankelijkheid. Als de Sovjet-Unie een kapitalistisch land zou zijn, voegde hij eraan toe, zou het Litouwen onmiddellijk hebben bezet, maar wij zouden geen bolsjewieken zijn als we niet naar nieuwe wegen zouden zoeken'. Stalin legde nog een tweede kaart op tafel, waarop het grondgebied rond Vilnius stond afgebeeld, dat aan Litouwen zou worden teruggegeven. Hij stelde voor twee aparte akkoorden af te sluiten, een over Vilnius en een over wederzijdse bijstand. Volgens dat laatste akkoord moest Litouwen vier Sovjet-garnizoenen toelaten op zijn grondgebied.

Urbsys vloog terug naar Kaunas voor overleg. 'Het hele akkoord was een illusie, het was een dictaat. Dat is later met Finland gebleken, dat geweigerd had te tekenen en vervolgens door het Sovjet-leger werd aangevallen. Litouwen stond er slecht voor. Europa was al in oorlog, van niemand was steun te verwachten. Onze regering besloot toen een eigen variant voor te stellen, waarin de militaire bases op ons grondgebied ontbraken'.

Onvermurwbaar

Weer werd Urbsys in het Kremlin ontvangen. Hij probeerde het Litouwse standpunt te verdedigen, maar Stalin raakte geirriteerd. 'Hij luisterde met kennelijk ongeduld, onderbrak me en zei: u voert veel te veel argumenten aan!' Stalin was onvermurwbaar, de militaire bases moesten er komen. Na nog een korte overlegronde besloten de Litouwers, die geen uitweg zagen, te tekenen.

Stalin had nog een verrassing in petto: de twee akkoorden waren in een verdrag verenigd en de tijdsduur was verlengd van tien tot vijftien jaar. Door in het akkoord eerst van teruggave van Vilnius te spreken, hoopte Stalin de pil voor de Litouwers te verzachten. Tegelijkertijd maakte hij het openbreken van het verdrag daarmee praktisch onmogelijk omdat daardoor de kwestie-Vilnius op losse schroeven zou komen te staan. Na de vernederende ondertekening op 10 oktober 1939, opnieuw 's avonds laat, dwong Stalin de Litouwse delegatie, die zo snel mogelijk de aftocht wilde blazen, nog tot diep in de nacht met hem te drinken en films te kijken - zijn geliefde tijdspassering.

Het verdrag werd in eerste instantie niet eens negatief ontvangen door de Litouwse bevolking. 'Iedereen was blij over de teruggave van Vilnius, maar niet iedereen begreep welke prijs we hadden moeten betalen. Al gauw werd duidelijk dat dit voor de Sovjets slechts een eerste stap op weg naar annexatie was'. Een goed half jaar later - de militaire bases waren al op Litouws grondgebied gevestigd - begon Moskou dreigende taal uit te slaan over vermeende agressie van de Litouwse bevolking tegen de Sovjet-soldaten. Hiervoor werd geen enkel bewijs geleverd, maar de spanning werd steeds opgevoerd.

Op 14 juni 1940 ontbood Stalin Urbsys opnieuw naar het Kremlin, waar hij om middernacht een ultimatum kreeg aangeboden waarin het aftreden van de Litouwse regering werd geeist. 'Molotov gaf nog de toelichting dat de nieuwe regering moest worden samengesteld in overleg met de Sovjet-Unie. Het belangrijkste punt van het ultimatum was dat Litouwen een onbeperkt aantal soldaten op zijn grondgebied moest toelaten. Enige keuze werd ons overigens niet gelaten. Molotov zei dat, hoe ons antwoord ook zou uitvallen, de troepen de volgende dag om twee uur het Litouwse grondgebied zouden binnentrekken. Op 15 juni bezette de Sovjet-Unie Litouwen'.

Arrestaties

De Litouwse president Antanas Smetona, die het ultimatum van Moskou weigerde te accepteren, had het land toen al verlaten. Hij stierf in 1944 in Amerika. Op 16 en 17 juni stroomden de Sovjet-soldaten Litouwen binnen, er werd een regering gevormd waarin de communisten sleutelposities bezetten. In juli 1940 hadden zeer onvrije verkiezingen plaats met maar een kandidaat per parlementszetel. Op 11 en 12 juli begonnen de eerste massale arrestaties. Op 21 juli kwam het nieuwe parlement bijeen en besloot in een uur tijd om Litouwen tot Sovjet-republiek uit te roepen.

Dat was vier dagen na de arrestatie van Urbsys en zijn vrouw, die naar Tambov in Rusland werden gedeporteerd. Een jaar later, bij het uitbreken van de oorlog op 21 juni 1941, arresteerde men hen daar opnieuw. Vanaf dat moment heeft Urbsys vijftien jaar niet geweten wat er in Litouwen gebeurde. Hij zwierf van de ene gevangenis naar de andere, en een deel van de tijd bracht hij door in eenzame opsluiting. Hij was gevangene nummer zes, het was in de gevangenis verboden iemands naam uit te spreken. Van een proces of aanklacht was geen sprake.

Pas in 1952 werd hij overgebracht naar de Boetyrkagevangenis in Moskou, waar hij te horen kreeg dat hij tot 25 jaar gevangenisstraf was veroordeeld 'voor vermeende actieve deelneming aan pogingen van de internationale bourgeoisie om het Sovjet-regime omver te werpen'. Na Stalins dood werd Urbsys vervroegd vrijgelaten 'zonder het recht om naar Litouwen terug te keren'.

Hij schreef aan alle instanties en kreeg in 1956 eindelijk toestemming met zijn vrouw, die de gevangenisjaren ook had overleefd, naar huis te gaan. Daar wachtte hem een nieuwe schok: er was niemand van zijn familie meer over. Zijn vader, moeder, broers met gezinnen waren allemaal naar Siberie gedeporteerd. Hij heeft ze nooit meer teruggezien.

Tranen rollen over Urbsys' wangen wanneer hij het vertelt. Het gesprek stokt. Het is het enige moment waarop hij even zijn zelfbeheersing kwijtraakt, verder komt er geen klacht, geen verwijt en geen rechtvaardiging over zijn lippen. Hij vertelt helder en duidelijk. Hij moet die film miljoenen keren voor zijn ogen hebben afgedraaid in zijn eenzame cel en zich vertwijfeld hebben afgevraagd of hij een fout had gemaakt.

Terugkeer

Een feestdag was voor Urbsys de dag waarop het congres van volksafgevaardigden, december vorig jaar, voor het eerst het Molotov-Ribbentrop-pact en de gevolgen daarvan veroordeelde en het bestaan van de geheime protocollen erkende. 'Je kunt er nu van uitgaan dat de Sovjet-Unie de annexering van Litouwen heeft veroordeeld en dus moeten we terug naar de periode daarvoor'. Urbsys zegt een hele mooie oplossing voor het conflict met Moskou te hebben. Er zijn mensen die beweren dat Litouwen na de onafhankelijkheid Vilnius terug zou moeten geven aan de Sovjet-Unie. Urbsays vindt dit onzin omdat de Sovjet-Unie in 1920 heeft erkend dat Vilnius bij Litouwen hoort. 'We moeten terugkeren naar de oorspronkelijke tekst van het verdrag van 10 oktober 1939, waarin Vilnius aan Litouwen wordt teruggegeven. De kwestie-Vilnius is daarmee voor ons opgelost. Wat het tweede deel van het verdrag betreft, over de wederzijdse bijstand, dat is een kwestie van vertrouwen. Europa verkeert nu niet meer in staat van oorlog, en we kunnen die militaire bases van de Sovjet-Unie dus nog wel enige tijd dulden. Dat is misschien niet al te prettig, maar uit twee kwaden moet men het minste kwaad kiezen.' Voor de economische blokkade heeft Urbsys geen goed woord over. Moskou moet onmiddellijk vreedzame onderhandelingen beginnen. 'De blokkade en de militaire dreiging zijn een grote fout. Moskou verdiept hiermee de vijandschap en het wantrouwen. Letland en Estland gaan immers dezelfde kant op'. Urbsys ziet wel bepaalde stilistische fouten in het werk van het parlement. Men laat zich niet altijd even diplomatiek uit, iets waaraan Urbsys, dat zie je meteen, zich nooit zou bezondigen. Partijsecretaris Brazauskas heeft grote indruk op Urbsys gemaakt. 'De afscheiding van de Communistische Partij van Moskou was een grote stap naar de onafhankelijkheid. Kenmerkend voor het Sovjet-systeem is immers dat er twee bestuurslijnen zijn, die van de staat en van de partij. Een van die lijnen heeft hij doorgekapt'.

Schade

Een veelgebruikt argument tegen de onafhankelijkheid van Litouwen is dat de republiek er economisch vrij beroerd aan toe was in de periode tussen de twee wereldoorlogen en er sindsdien alleen maar op vooruit is gegaan.

Urbsys is het daar niet mee eens. 'Als Litouwen onafhankelijk zou zijn gebleven, zouden wij het nu aanzienlijk beter hebben, want dan zouden wij een eigen industrie hebben opgebouwd die beantwoordt aan onze behoeften. De industrialisatie en collectivisatie van de landbouw zijn door de Sovjet-Unie op politieke en niet op economische gronden doorgevoerd. Het was een bewuste politiek van russificatie. De bezetting van Litouwen heeft ons alleen maar schade toegebracht.' De politieke situatie in het onafhankelijke Litouwen was sinds 1926 verre van ideaal, zo erkent ook Urbsys. In 1926 voltrok zich er een militaire coup, die een einde maakte aan de prille parlementaire democratie. President Smetona toonde dictatoriale trekken en in feite bestond er een een-partijstelsel van zijn Nationale Partij. 'Die coup was een fout. Smetona vestigde een autoritair regime. Er bestonden wel andere partijen, maar die namen geen deel aan de regering. Maar in de jaren dertig ontwikkelden we ons weer langzamerhand in democratische richting. Dat proces is onderbroken in 1939'. Tijdens de koffie komt een neefje langs,

Gevraagd of hij zijn oudoom steunt, zegt hij ernstig: 'Onze voorouders hebben Siberie moeten doorstaan, dan zullen wij ons toch zeker niet door een economische blokkade laten afschrikken!'. Vilnius 1990: eindelijk kan openlijk de spot worden gedreven met het abjecte 'akkoord' tussen Stalin en Hitler. (Foto: Ad van Denderen). 'Het hele akkoord was een illusie. Het was een dictaat.'