IMF krijgt 60 miljard dollar extra voor Oost-Europa en Derdewereld

WASHINGTON, 7 mei - Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) krijgt zo'n 60 miljard dollar extra tot zijn beschikking voor hulp aan Oost-Europa en de Derde wereld.

De Groep van zeven belangrijkste industrielanden (G-7) heeft gisteren op haar halfjaarlijkse vergadering besloten om de middelen van het Fonds daartoe met 50 procent te verhogen. De G-7 bestaat uit de Verenigde Staten, Groot-Brittannie, Frankrijk, West-Duitsland, Japan, Canada en Italie.

Ook is een akkoord bereikt over de herziening van de rangorde in het Fonds. Na de VS op de eerste plaats zullen Japan en West-Duitsland op een gedeelde tweede en derde plaats volgen. Op een gedeelde vierde en vijfde plaats komen Frankrijk en Groot-Brittannie te staan.

Deze herziening was nodig omdat Japan, nu nog vijfde, naar boven wilde opschuiven waardoor Groot-Brittannie van de tweede plaats zou worden verdreven.

De zogenoemde quota-herziening had formeel al in 1988 moeten gebeuren, maar is door Amerikaans verzet twee jaar opgehouden. Het IMF heeft meer middelen nodig om het hoofd te kunnen bieden aan de voortslepende schuldencrisis in de Derde wereld en aan de financiering van het hervormingsproces in Oost-Europa.

De verhoging zal vandaag formeel worden goedgekeurd door het Interim-comite, het beleidsbepalende orgaan van het IMF, waarvan ook de kleinere industrielanden en de ontwikkelingslanden deel uitmaken.

Het IMF, dat nu beschikt over 117 miljard dollar, streefde zelf naar een verhoging met ten minste 66 procent. Nederland moet ongeveer 2,7 miljard gulden extra betalen.

De extra contributie komt overigens niet ten laste van de nationale begrotingen, maar wordt verrekend met de centrale banken. Onder Amerikaanse druk zal de quota-verhoging gekoppeld worden aan een regeling ter vermindering van de achterstallige betalingen van landen aan het IMF. De ontwikkelingslanden hebben gisteren aangekondigd dat ze zich met kracht tegen deze koppeling zullen verzetten.

De Groep van zeven stelde gisteravond vast dat de valutamarkten, sinds de bijeenkomst van de G-7 vorige maand in Parijs, zijn gestabiliseerd, maar dat de Japanse yen zich op een te laag niveau bevindt.

Pag.11: Duitse show in Washington/ Kok blij met kritiek op Nederland