Gasunie: genoeg aardgas voor meer dan 25 jaar

GRONINGEN, 7 mei - Nederland zal de komende 25 jaar twintig procent meer aardgas exporteren, maar behoudt ruim voldoende voorraad om ook daarna nog lange tijd in de binnenlandse gasbehoefte te blijven voorzien.

Vorig jaar is de omzet van de Gasunie gestegen van 12,4 miljard gulden naar 13,2 miljard. Dit blijkt uit het jaarverslag van de Gasunie over 1989 en het Plan van Gasafzet 1990 die vanochtend zijn gepubliceerd.

De binnenlandse gasverkoop steeg vorig jaar naar 40,7 miljard kubieke meter. De leveranties aan gasdistributiebedrijven, industrieen en tuinders bleven nagenoeg gelijk. Alleen de elektriciteitscentrales verbruikten 800 miljoen kubieke meter gas meer tot een totaal van 8,7 miljard m.

De export van gas steeg vorig jaar veel sneller: van 26,6 miljard m naar 32,9 miljard m. In totaal werd vorig jaar 73,6 miljard kubieke meter gas in binnen- en buitenland verkocht, 11 procent meer dan in 1988. De prijzen waren 'redelijk stabiel' met een gemiddelde opbrengst van 17,9 cent per kubieke meter, iets lager dan in 1988. De omzet van de Gasunie steeg bijna een miljard gulden (zes procent), waardoor een einde kwam aan de sterke daling van de afgelopen jaren. Het bedrijfsresultaat voor belastingen daalde met 4,5 procent van 116,7 miljoen gulden naar 111,4 miljoen; het netto- bedrijfsresultaat bleef stabiel op 80 miljoen gulden.

Tot 2010 verwacht de Gasunie een nog sterkere stijging van de vraag naar Nederlands aardgas in het buitenland (20 procent) tot 150 miljard m per jaar, boven de lopende contracten. Dat komt volgens het bedrijf door de gunstige positie van aardgas vergeleken met andere energiebronnen en de flexibiliteit van de exportcontracten. Het milieuvriendelijke karakter van de brandstof, de toegenomen oppositie tegen kernenergie en de ontwikkelingen in Oost-Europa zijn de belangrijkste oorzaken voor de populariteit van gas.

Vorig jaar werd in alle vijf importlanden het marktaandeel met enkele procenten verhoogd. Het aandeel van de Gasunie is nu op de Westduitse gasmarkt 30 procent, in Belgie 39 procent, in Frankrijk 12 en in Italie en Zwitserland 13 procent.

De Gasunie heeft de raming van reserves in het aanbod van aardgas met ruim 100 miljard m verhoogd tot een totaal aanbod van 2.200 miljard kubieke meter. De toegenomen vraag wordt nagenoeg gecompenseerd door het aanbod. Aan het eind van de planperiode, in 2015, resteert een voorraad van 600 miljard kubieke meter.

Kleine gasvelden in Nederland leveren een steeds groter deel van het aanbod. Op de Noordzee werd vorig jaar 35 procent van de inkoop gewonnen, uit de kleine velden op het vasteland 23 procent en uit het Groningen-veld 39 procent. Uit Noorwegen kwam drie procent. Het Groningse aandeel zal verder dalen als gevolg van het beleid om de kleine velden met voorrang te benutten en de voorraad van Slochteren te sparen.

De Gasunie voorziet grote investeringen in installaties en milieuvoorzieningen. Door het toenemend aanbod van gassen met uiteenlopende samenstelling is meer inspanning nodig om de vereiste kwaliteit op peil te houden. Vorig jaar werd voor 171 miljoen gulden geinvesteerd, dit jaar wordt dat cijfer 310 miljoen. Eind volgend jaar is een groot nieuw project gereed: de Nogat-leiding waarmee gas uit velden op de Noordzee wordt aangevoerd.

De directie van de Gasunie noemt in het jaarverslag de voorstellen van de regering in het Nationaal Milieubeleidsplan voor milieuheffingen en hogere accijnzen verontrustend. 'In een afgewogen milieubeleid past het dat de hoogste heffingen worden gelegd op de meest vervuilende brandstoffen, terwijl een relatief schone brandstof als aardgas het minst wordt belast. De voorstellen van de Nederlandse regering staan daarmee op gespannen voet.' Ook de Europese Commissie krijgt een veeg uit de pan, voor haar voorstellen om de gasprijzen doorzichtig te maken, de verplichting voor distributeurs om gas voor elkaar te vervoeren en de verplichte aanmelding van investeringsprojecten. Volgens de Gasunie miskent de Commissie de realiteit van de Europese gasmarkt. De Gasunie ontkent dat de gashandel belemmerd zou worden door het feit dat de distributiesystemen eigendom zijn van een beperkt aantal bedrijven. Dat de Gasunie haar spilpositie niet misbruikt blijkt uit het feit dat de prijzen voor groot- en kleinverbruikers in lijn liggen met die in andere Westeuropese landen. De verschillen in energieprijzen tussen de Europese landen worden in sterke mate bepaald door de accijnzen en andere heffingen op energie. Het is van groot belang dat de Europese energiepolitiek zich richt op het reduceren van de verschillen in deze heffingen, aldus het jaarverslag.