Boeren bezien zoveelste machtswisseling met scepsis; Zuid-Litouwen van hand tot hand

KAISIADORYS (Litouwen), 7 mei - De blozende bisschop glimlacht. Ja, Algirdas Brazauskas is hier geboren, in het dorp Kaisiadorys. Men acht hem wel, maar al glimlacht hij, het blijft toch een communist en de communisten hebben ons land veel ellende gebracht. De jonge Litouwse bisschop Josif Matulaitis heeft een jaar geleden het grote, sombere parochiehuis naast de kerk betrokken. Kardinaal Slatkevicius, ook een beroemde zoon van Kaisiadorys, woonde tot vorig jaar in het dorp, maar nu het zo goed gaat met de kerk in Litouwen is hij naar Kaunas verhuisd. De Litouwers steunen de regering en zijn bereid om daarvoor offers te brengen, denkt Matulaitis. De economische blokkade voel je op het dorp nog niet zo erg, alleen vervoer is een probleem, vanwege het benzinetekort. Kaisiadorys is een zuiver Litouws dorp en de meeste mensen spreken er nauwelijks Russisch. Zelfs de bisschop, op het oog een boerenzoon, heeft er moeite mee. Het glooiende landschap van Zuid-Litouwen is in de loop van de geschiedenis van hand tot hand gegaan. Litouwse, Poolse en Russische heren volgden elkaar op en de dorpen wisselden van vaderland als een paar handschoenen van eigenaar. In 1920 lijfde Polen Vilnius en omstreken in en sindsdien zijn de verhoudingen tussen Polen en Litouwen gespannen geweest. In 1939 vielen de Sovjet-troepen dit gebied binnen, om het kort daarna aan Litouwen terug te geven.

Edik (65) is geboren in het Poolse dorp Bezvodno, dat toen bij Polen hoorde, maar nu weer op Litouws grondgebied ligt. Hij wijst op het houten huis midden op het groene veld, waar vroeger de grenspost was. De grens met Litouwen was potdicht, vanwege het conflict om Vilnius. Om toch de grens over te komen, op familiebezoek te gaan en handel te drijven, joegen de Poolse boeren hun koeien de grens over, en gingen ze dan terughalen. In 1939 kwamen de Sovjet-tanks. 'Dat de mensen blij waren kun je niet zeggen. Men was bang voor de communisten. Maar ook in Polen hadden wij het arm gehad. Mijn vader had achttien hectare grond, vijf koeien en een paar varkens. We kregen haast niets voor de melk. Toen namen de communisten ons de grond af en werd het heel slecht, al leden we geen honger. Mijn vader moest naar de kolchoz, hij mocht maar een koe houden'.

Het ergste was de Duitse bezetting. In Bezvodno stonden vijftien huizen, zeven mensen uit het dorp zijn omgekomen. De jeugd werd opgepakt, er waren vergeldingsacties, verklikkers bij de Gestapo. De Russen werden als bevrijders binnengehaald, de mensen huilden. En nu? Een nieuwe machtswisseling? Edik ziet er niets in. 'Ik heb geen vertrouwen meer in de toekomst. Je weet niet wat het wordt. Brazauskas zou het veel slimmer hebben aangepakt dan Landsbergis. Die zou het met Gorbatsjov op een akkoordje hebben gegooid en toch de onafhankelijkheid hebben bereikt'.

Litouwen kan op zijn eentje niet veel, denkt Edik. En de Sovjet-macht heeft ook veel goeds gebracht. 'Vroeger, in Polen, aten we alleen met Pasen witte broodjes, nu hebben we elke dag vlees en broodjes. Boeren verdienden vroeger bijna niets, en Vilnius is ontzettend opgeknapt, dat was een smerig provinciestadje'. Het Poolse dorpje Titnago bestaat nog maar uit een straat. Veel dorpelingen zijn verdreven door de electriciteitscentrale die als gevolg van de economische boycot over twee weken stil komt te liggen. Jana Gudeliunina (45), geboren Poolse, is nog nooit in Polen geweest. Het kwam er niet van, want ze moest twintig jaar geleden, met een zuigeling en zonder man, met eigen handen haar houten huisje opbouwen. 'De Litouwers hebben Gorbatsjov niet begrepen. Dat is zijn schuld niet. Er is een gezegde dat luidt: als je een varken bij de tafel laat, kruipt het erop'.

Landsbergis vindt ze maar niks, ze is 'honderd procent tegen'.

Brazauskas vindt ze wel sympathiek, al lijkt het nog niet tot haar doorgedrongen dat de eerste partijsecretaris de onafhankelijkheid van Litouwen volmondig steunt. Jana spreekt dank zij haar werk behoorlijk Litouws. Ze werkt als naaister op een atelier waar ze in goede maanden 300 roebel verdient. Wat ze merkt van de economische blokkade? Voorlopig alleen maar dat het heel moeilijk is je werk te bereiken omdat er veel te weinig bussen rijden.

Aan de overkant van de weg ligt het dorpje Nieskuciu, bewoond door Russische oud-gelovigen. Het tuintje van Ljoeba Belsjtsjina (67) staat vol grote paardebloemen en een bloeiende appelboom. Ljoeba, hoofddoekje om en schort voor, nodigt ons in de kleine keuken die grotendeels in beslag genomen wordt door een grote oven. Aan de muur hangen trossen uien. Achter een gordijntje schemert een ijzeren ledikant. Het is donker binnen.

Ljoeba komt uit Wit-Rusland en is hier ingetrouwd. 'Het wordt hongersnood', zegt ze beslist en trekt een afkeurend gezicht wanneer de naam Landsbergis valt. 'Ze hebben zo'n boel overhoop gehaald, waar is dat nou voor nodig? Ze hebben Landsbergis toch eigenmachtig gekozen. De mensen zijn ontgoocheld'.

Ljoeba werkt op een broodfabriek, daar kent ze wel wat Litouwers, het zijn beste mensen, maar die taal is een probleem, die leer je niet meer op je oude dag. Haar dochter Raja stemt van harte met haar in. 'Natuurlijk blijven we hier wonen, maar we willen geen tweederangs burgers worden en daar ziet het nu sterk naar uit'. Tussen de heuvels en meren op de weg van Vilnius naar Kaunas ligt Trakai, een middeleeuws Litouws kasteel op een eilandje in een meer. Geliefde plek voor bruidsparen. Ook Trakai was tussen de twee wereldoorlogen Pools, het heette toen Troki. Op 10 oktober 1939, toen Litouwens minister van buitenlandse zaken Juozas Urbsys in Moskou onder druk van Stalin het verdrag over wederzijdse hulp ondertekende, werden Vilnius en omstreken aan Litouwen teruggegeven. In het kasteel is een tentoonstelling waarop eerstedagzegels met als dagstempel 10 oktober 1939 en de beeltenis van president Antanas Smetona, die kort daarna uit protest tegen de komst van de Sovjet-soldaten het land verliet en in Amerika stierf.

Foto's tonen hoe blij de Litouwers waren met de teruggave van Vilnius. Grenswachten zaagden met grote inzet slagbomen door. De boeren konden weer ongestoord buurten. Maar de Polen woonden van de ene dag op de andere weer in het buitenland. Toch weet Edik nog niet zo zeker of hij wel terug naar Polen wil. Hij is er vorig jaar geweest en het is hem niet meegevallen. 'Ik wil alleen naar Polen toe als de situatie daar beter wordt. Waarom zou ik ergens willen wonen waar ik het slecht heb?'.