Benefiet

In de popmuziek is een valse gitaar tegenwoordig een stuk zeldzamer dan een zuiver geweten. De moderne artiest geeft benefietconcerten voor hongerend Afrika, noodlijdende Amerikaanse boeren en Nelson Mandela. Voor de laatste schaarde de pop - een genre dat nog moest worden uitgevonden toen Nelson naar Robbeneiland vertrok - zich uit volle borst in het wereldwijde engelenkoor tegen apartheid.

Van de drieeenheid seks, drugs en rock 'n' roll zijn de eerste twee zo al ingeruild voor goede doelen. Zelfs Elton John, bekender om zijn excentrieke brillen dan om zijn sociale bevlogenheid, is zover. Hij maakt het meteen ingewikkeld: op een concert voor failliete boeren wijdde hij een ballade aan een 14-jarig AIDS-slachtoffertje.

Vlak voor het recente concert voor Mandela bereikte de benefiet-cultuur het hoogtepunt met een optreden voor de minder beroemde Dallas Taylor, drummer van de oude 'supergroep' Crosby, Stills, Nash en Young. De man had een nieuwe lever nodig. Het orgaan, vernield door twee decennia drank en drugs, was verschrompeld als een oude meloen.

De makkers draafden op: Graham Nash, David Crosby (net terug van een benefiet-concert bij de Berlijnse Muur), Stephen Stills, en Neil Young. Als padden op een hete bakplaat sprongen ze over het podium, om het geld voor eenlevertransplantatie bij elkaar te zingen. Het feestvarken werd achter een drumstel gehesen om een nummertje mee te tikken. 'Wij zorgen voor onze vrienden', preekte Nash, de Catweazle van het kwartet, na afloop. 'Zo'n ding is erg duur', wist Stills.

Kennelijk rechtvaardigen bejaarde rockers zichzelf zo. Maar waar zal het eindigen? AIDS-patienten die het podium opgerold worden om Phil Collins een liedje voor ze te horen zingen? Tijdens zijn concert afgelopen vrijdag in de Ahoy werd al gecollecteerd voor de Rotterdamse daklozen. Misschien kunnen die dus ooit nog een concertje geven op het Stationsplein, als Phil een nieuwe lever nodig heeft.