Weer even rust in de tent

'Als wij met elkaar lessen trekken en niet tegen elkaar messen trekken, gaan wij als VVD'ers weer een prachtige tijd van sterk stimulerende samenwerking tegemoet.'

Aldus VVD-fractievoorzitter Voorhoeve in november vorig jaar op de partijraad van de liberalen in Apeldoorn. Aan opbeurende woorden is binnen de VVD de afgelopen jaren nooit gebrek geweest. 'Heus, de toekomst ziet er beter uit', zei partijvoorzitter Ginjaar al in 1986. 'Daarom hebben we vertrouwen in de toekomst. Daarom zullen wij terugkeren, onze VVD', sprak alweer de partijvoorzitter, maar nu een maand geleden. Het persoonlijke woord is de laatste jaren ook zeer goed ontwikkeld binnen de VVD. Jan Kamminga, die in 1986 het veld als partijvoorzitter moest ruimen, was 'een markant voorzitter in moeilijke situaties' en Voorhoeve, het jongste slachtoffer van de liberale koppensnellerij, heeft de fractie toch op een manier weten te leiden die 'van grote klasse getuigde', zei Ginjaar afgelopen dinsdag.

Nog even de algemene ledenvergadering in Zwolle op 18 en 19 mei en dan is ook de affaire-Voorhoeve achter de rug. Dan kan de zoveelste operatie 'Orde op zaken' binnen de VVD in de annalen van de partij worden bijgezet en kunnen tevens de speculaties beginnen over de vraag wie de volgende zal zijn. Ginjaar, Luteijn, of na tegenvallende Statenverkiezingen Bolkestein? Een ding is zeker: wordt in elk geval vervolgd.

Garderen

Groot was de verwarring bij de VVD-Tweede Kamerleden die afgelopen maandag in het Speulderbos in het Gelderse Garderen bijeen waren. Voor het tweede achtereenvolgende jaar hadden zij de plaatselijke Koninginnedag-activiteiten moeten laten schieten voor belangrijk politiek beraad in eigen kring. Een jaar geleden ging het over het lot van het tweede kabinet-Lubbers, nu ging het, zo bleek al spoedig, over de toekomst van de eigen politiek leider. Net als vorig jaar was het een hals over kop uitgeschreven vergadering. Fractieleider Voorhoeve had zijn collega's pas 24 uur van tevoren uitgenodigd.

De agenda vermeldde de opvolging van financieel specialist De Grave die op 1 mei zou worden benoemd als wethouder van Amsterdam. Voor ieder fractielid was toen duidelijk dat er veel zou kunnen worden besproken behalve de benoeming van een nieuwe financiele woordvoerder. De positie van 'Joris' lag het meest voor de hand, hoewel een enkeling ook dacht aan iets anders spectaculairs. Zou er wellicht een fractielid met justitie in aanraking zijn gekomen of iets dergelijks? Binnen de VVD is men tegenwoordig op alles voorbereid.

Het betrof dus inderdaad Voorhoeve zelf. Hij had de fractie bijeengeroepen omdat hij wenste te stoppen met het leiderschap van de partij. De woensdag ervoor had het 'supertrio' van het hoofdbestuur, voorzitter Ginjaar, vice-voorzitter Opstelten en penningmeester Ressenaar hem te verstaan gegeven dat het zo niet langer kon. Afzetten konden ze hem natuurlijk niet, ze vroegen Voorhoeve alleen eens ernstig over zijn positie na te denken. De brieven aan het hoofdbestuur, de telefoontjes, de opmerkingen uit de Kamercentrales, maar ook geluiden van individuele fractieleden hadden hen tot deze conclusie gebracht. Zolang Voorhoeve leiding zou blijven geven aan de partij, zou het slecht blijven gaan.

De vraag was nog slechts: wanneer moet hij vertrekken? Het hoofdbestuur vond zo snel mogelijk. De jaarlijkse algemene ledenvergadering in Zwolle zou dan een mooi moment zijn om het zoveelste keerpunt in de partij te markeren en bovendien had de nieuwe leider dan nog ruim de tijd zich een profiel aan te meten voor de Statenverkiezingen.

Dat Voorhoeve nog op 27 maart het vertrouwen van de fractie had gekregen, maakte weinig indruk op het drietal. Sterker nog: hadden ze Voorhoeve vlak voor die fractievergadering niet afgeraden een vertrouwensvotum te vragen? Dat soort manoeuvres versterkt iemands positie meestal niet, was hun waarschuwing.

Felle verwijtenVoorhoeve hoefde na zijn gesprek met de delegatie uit het hoofdbestuur niet lang na te denken. Twee dagen later zat het zelfde gezelschap weer bij elkaar: nu om de marsroute te bepalen na het ophanden zijnde aftreden van Voorhoeve. Dat de fractie zou tegensputteren en met forse kritiek op het hoofdbestuur zou komen, was ingecalculeerd. Zo gaat het toch altijd bij dit soort processen? Het moest alleen niet te lang duren.

En inderdaad, er werden in Garderen felle verwijten gemaakt. Het Kamerlid P. Blauw, bekend voorvechter voor de akkerbouwers was een van de weinigen die zich twee dagen later openlijk over de affaire uitspraken. Door zich zo nadrukkelijk met het leiderschap van de fractie te bemoeien was het hoofdbestuur een brug te ver gegaan, zo sprak hij voor de NOS-televisie. Het klinkt allemaal zeer loyaal, maar tevens weinig overtuigend. Als Blauw en al die andere VVD-Kamerleden op 29 november 1986, toen de net gekozen partijvoorzitter Ginjaar zijn 'maidenspeech' hield, goed hadden opgelet waren ze nu een stuk minder verrast geweest. Ginjaar liet er toen geen twijfel over bestaan dat de fractie niet als een soort zelfstandig instituut zou kunnen opereren. 'Iedereen die de partij dient in een politieke functie, doet dat bij de gratie van het mandaat van de achterban. Dat betekent dat die achterban ruimte moet hebben tot communicatie, tot discussie met die politieke functionarissen. Dat doet de VVD en wij zullen dat in de komende jaren nog intensiveren. Maar het betekent ook dat diegenen die bezig zijn in een politieke functie, zich er terdege van bewust moeten zijn dat een intensief contact met die achterban nuttig en noodzakelijk is voor een gezonde partij, dat men open dient te staan voor de stem van die achterban voor vragen, voor suggesties.'

En: 'Het is de politieke betekenis van de organisatie om meningsvorming en besluitvorming op elkaar af te stemmen en in evenwicht te brengen'. Ginjaar heeft deze woorden vorige week op harde wijze in praktijk gebracht. Alleen blijft de vraag of hij zelf zijn handen volledig in onschuld kan wassen. De kritiek op Voorhoeve is pas ontstaan na de kabinetscrisis. Maar is Ginjaar niet zelf ook ten volle medeverantwoordelijk voor die crisis? Geen enkel besluit is toen zonder hem genomen. De discussie die vervolgens binnen de partij is ontstaan over Nijpels en Smit-Kroes heeft Ginjaar niet afgekapt. Voorhoeve is onder zijn verantwoordelijkheid vorig jaar zomer voorgedragen als lijsttrekker.

Niet belast

De nieuwe fractievoorzitter Bolkestein ziet als een van zijn positieve punten dat hij niet belast is. Ten tijde van de crisis en de daarop volgende affaires zat hij immers in het kabinet. Maar heeft een onbelaste fractievoorzitter dan ook niet recht op een onbelaste partijvoorzitter? De vraag is echter wie Ginjaar zou moeten afzetten, als hij niet uit zichzelf vertrekt. De mensen die bij hem hebben geklaagd over Voorhoeve, zoals de voorzitters van de Kamercentrales? Hij heeft niet anders gedaan dan hun wens inwilligen.

Het grote probleem van de VVD is dat er bijna niemand in die partij rondloopt die geen bloed aan de handen heeft. Daarom zal de discussie over personen ook nooit verstommen. Het hoort bij de VVD. Oud-partijleider Geertsema vatte de positie van de partij een jaar geleden kernachtig samen: 'Als je geen individualist bent, breng je het niet ver in de VVD. En als je een individualist bent, maak je vaak ruzie over personen.' Voorhoeve Ginjaar Bolkestein