Verplichte verzekering tegen ziekte voor 1995

DEN HAAG, 5 mei - In 1995 moet er een verplichte zorg- of basisverzekering voor iedereen tegen ziektekosten zijn. Het kabinet heeft gisteren besloten dat er de komende jaren stapsgewijs naar een basisverzekering moet worden toegewerkt. Er is nog geen besluit genomen over de verstrekkingen die in het basispakket moeten worden opgenomen.

Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) denkt aan 96 procent van alle huidige voorzieningen, terwijl de rest op vrijwillige basis zou kunnen worden bijverzekerd. Daarbij gaat het om de luxere zaken zoals klasseverpleging in ziekenhuizen. Voordat het kabinet beslist over de exacte omvang van het basispakket zal een advies worden gevraagd van de Raad van State. Het kabinet wil van de raad weten wat de juridische gevolgen op Europees gebied zijn om bepaalde voorzieningen al dan niet op te nemen in het basispakket.

In de plannen van de commissie-Dekker, die het kabinet in 1987 adviseerde over de herziening van de financiering en de organisatie van de gezondheidszorg, werd uitgegaan van een basispakket met 85 procent van de huidige voorzieningen. Om de concurrentie tussen verzekeraars goed uit de verf te laten komen zouden zaken als tandheelkundige hulp, fysiotherapie en geneesmiddelen in een vrijwillige aanvullende verzekering moeten worden opgenomen. Simons wil dit soort naar zijn zeggen essentiele voorzieningen juist wel in het basispakket hebben.

Met de wijze waarop de basisverzekering zal worden gefinancierd volgt het kabinet wel het voorstel van de commissie-Dekker; 85 procent van de kosten zal worden opgebracht uit inkomensafhankelijke (procentuele) premies, 15 procent komt uit vaste (nominale) premies die de verzekerden rechtstreeks betalen aan de verzekeraars. De inkomensafhankelijke premies, geind door de belastingdienst, gaan via een centrale kas naar de zorgverzekeraars. Daarvoor zullen zo objectief mogelijk vastgestelde budgetten worden verstrekt, op basis van zogenoemde normuitkeringen.

Volgend jaar zal een begin worden gemaakt met het verplicht verkleinen van de premieverschillen bij particulier verzekerden. Vooruitlopend op de budgettering van de zorgverzekeraars zal volgend jaar de procentuele ziekenfondspremie niet worden verhoogd. De ziekenfondsen zullen kostenstijgingen moeten opvangen door het heffen van een nominale premie bovenop de bestaande vaste premie. Door deze maatregelen kunnen de bestaande verzekeringsvormen - particulier en ziekenfonds - straks gemakkelijker in elkaar overvloeien.

Vanaf 1992 zullen geleidelijk voorzieningen uit de pakketten van het ziekenfonds, de particuliere verzekeraars en de ambtenarenverzekeringen worden overgeheveld naar de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), te beginnen met de huisarts. Aanvankelijk was het de bedoeling de huisartsenhulp op 1 januari '91 over te brengen naar de AWBZ. Van 1993 tot 1995 volgen de overige verstrekkingen en voorzieningen, bijvoorbeeld geneesmiddelen en specialistenhulp. De laatste fase van de stelselherziening, eind 1994, bestaat uit het aanvaarden van de Wet op de Zorgverzekering, waarmee bestaande wetten zoals de AWBZ en de Ziekenfondswet worden ingetrokken.

De fracties van PvdA en CDA in de Tweede Kamer hebben gisteren gematigd positief op de kabinetsplannen gereageerd. Het Kamerlid Lansink (CDA) vindt het verstandig dat er nog geen besluit is genomen over de omvang van het basispakket. Volgens hem zal er uiteindelijk worden gekozen tussen een algemene verzekering voor iedereen met een eigen risico van 15 procent en een basisverzekering met een substantieel aanvullend pakket. Het Kamerlid Van Otterloo (PvdA) daarentegen gaat ervan uit dat nagenoeg alle voorzieningen en verstrekkingen in het basispakket terecht zullen komen. D66 steunt de kabinetsplannen in grote lijnen, terwijl de VVD constateert dat het kabinet een van de belangrijkste beslissingen, de omvang van het basispakket tegen ziektekosten, voor zich heeft uitgeschoven.