Schaken

Op een avond in 1971 belde de Russische grootmeester Suetin bij mij aan. Ik was verbaasd om hem opeens in Amsterdam te zien. Wat kwam hij doen? Hij had geld nodig, tien gulden was genoeg. Al jaren was hij secondant van Petrosian. Hij kwam uit Buenos Aires, waar Petrosian met Fischer had gespeeld. Petrosian had verloren en gezegd 'Ik ben een genie en ik verlies, dat moet jouw schuld zijn.' Suetin had geen geld gehad, wel een klap van mevrouw Petrosian. Een maand later schreef hij in een Russisch blad dat beroepsschakers in kapitalistische landen in erbarmelijke omstandigheden moesten leven. Mijn kleine zolderkamertje. Hij schreef er niet bij dat die arme westerlingen altijd nog wel wat geld hadden voor een berooide Russische secondant. Uit dit verhaal valt te leren dat het beroep van secondant niet ongevaarlijk is.

Jan Timman was na de match tegen Karpov ontevreden over zijn secondanten. Andersson had priveproblemen gehad die hem vooral 's nachts bezig hielden en daarom sliep hij bij de analyses. Het was me tijdens de match ook al opgevallen dat Andersson in de speelzaal meestal zat te slapen. Ik bewonderde zijn diep schaakinzicht, dat maakte dat hij meestal net ontwaakte als het spannend werd.

In het weekblad Elsevier publiceerde Timman vorige week vier bladzijden met technische analyses over de match. Ze zijn van een grote schoonheid. Hij heeft zich nog ingehouden. Als je de varianten naspeelt merk je dat er steeds stellingen bereikt worden die schreeuwen om nadere toelichting. Vier bladzijden waren niet genoeg. Het zal in weinig landen voorkomen dat een algemeen opinieweekblad vier bladzijden met schaakanalyses afdrukt. Toch is het jammer dat Elsevier Timman niet de vrije hand heeft gegeven. Als hij het hele blad had mogen volschrijven was het echt een collectors item geworden.

De meeste aandacht besteedt Timman aan de vierde matchpartij. Die was afgebroken in een razend moeilijke stelling. Na de hervatting, twee dagen later, verloor Timman. De verslaggevers, ook ik, gaven hoog op van de enorme kracht van het Russische analyseteam. Ten onrechte volgens Timman. De verslaggevers waren het slachtoffer geweest van blind autoriteitsgeloof. In feite had Karpov al vijf zetten na de hervatting een grove fout gemaakt die hem de partij had kunnen kosten. In een interview in de Volkskrant zei Timman vorige week zaterdag: als mijn secondanten hun werk goed hadden gedaan had ik de partij gewonnen. Als ik er alleen voor had gestaan had ik remise gemaakt.

Is dat waar? Het tweede deel van zijn uitspraak kan ik geloven, maar van het eerste deel ben ik niet overtuigd.

Diagram 1 geeft de stand in de vierde partij na de 65ste zet van zwart. In de tweede zitting waren nog slechts vier zetten gedaan, beide spelers volgden hun huisanalyses.

Karpov had net 66. Pc1-b3 gespeeld. Onverwacht voor Timman. Hij had gedacht dat dit slecht was en voornamelijk rekening gehouden met 66. Pa2. Na Karpovs onverwachte zet speelde Timman 66... a2, een zet die in een vluchtige analyse door Sax was aanbevolen. De zet is niet slecht, hij had tot remise moeten leiden, maar de stelling die ontstond was door het team van Timman niet grondig genoeg bestudeerd. Later verloor hij. Achteraf bedacht Timman dat hij in de diagramstelling een gouden kans had gemist: 66... b5, dan was Karpov in onoverkomelijke moeilijkheden geweest. Als het waar is kunnen al onze verhalen over de prachtige Russische analyses inderdaad als kletskoek worden beschouwd. Ik geloof dat het niet waar is. Timman geeft na 66. Pb3 b5 veel varianten. Een daarvan gaat zo: 67. Kf6 a2 68. Pa1 b4 69. Ke7 b3 70. Pxb3 Pc1 71. Pa1 Pxe2 72. Kxe8 Pxd4 73. f6 Pe6 74. f7 Kd6 en nu laat hij met 75. g5 d4 76. g6 dxe3 een wedloop beginnen die door zwart gewonnen wordt. Heel mooi, maar wit kan m.i. beter spelen: 75. Pc2, met de bedoeling 75... d4 76. exd4 e3 77. d5 Kxd5 78. Pxe3+ en het wordt remise. Ik zie geen winst voor zwart na 75. Pc2 en voorlopig houd ik het er op dat de Russische analyse zo slecht nog niet was. Niet helemaal perfect. Timman laat nog iets heel verrassends zien. Vlak voor het eind gaf Karpov de winst uit handen, maar Timman maakte er geen gebruik van.

Er is nog een stelling waar Timman uitvoerig op in gaat. Diagram 2Dit is een stelling die in de zevende partij helaas niet op het bord kwam, maar wel door Timman bereikt had kunnen worden. Timman had wit. Had hij zo kunnen winnen? In Elsevier weerlegt hij de verdediging 1... Pg8, die door Speelman werd aangegeven, op ingewikkelde, fraaie en overtuigende manier. Het begint met 2. Lxh6! Er is nog een andere verdediging, gepubliceerd door Ligterink, maar in feite een collectief werkstuk van de Nederlandse kolonie in Kuala Lumpur: 1... Dd7 2. Dh5 Ta8 3. Le6 g6. Timman wil dit weerleggen met 4. Dg4 Dd3 5. Df4, maar dit vind ik minder overtuigend. Ik speel 5... Pd5 en zie geen winst voor wit. Hoe rijk is het schaakspel. Twee maanden na de match bestuderen de verslaggevers razend moeilijke stellingen om te zien of hun meningen indertijd wel ergens op sloegen. Geloof niet alles wat u leest, maar wees ook niet al te streng. We doen ons best, maar het blijft een moeilijk spel.

    • Hans Ree