Roemeens gif in Boedapest

De reis naar Boedapest was bedoeld om het leven van een schilder te reconstrueren en om foto's te maken. Van beide voornemens is niet veel terechtgekomen. Gesprekspartners en toevallige passanten hadden wel iets anders aan hun hoofd: Transsylvanie. ' Het zal niet lang meer duren of ze zullen zich ook op dominee Tokes wreken'. Ze pakten het huis van de beeldhouwer Tibor Szervatiusz af. Hijzelf en zijn familie deden er vijftien jaar over om het te bouwen. Elke cent die over was werd besteed aan gereedschap, aan hout. Hij mist zijn uitgestrekte tuin. Die is in handen gekomen van twee leden van de Securitate.

In 1977 is hij nog een keer teruggegaan naar zijn geboortedorp in Transsylvanie. De ramen van zijn huis waren ingeslagen. In het dak zaten gaten en in de tuin groeide alleen nog onkruid. Szervatiusz zag er de bergen weer, en vanaf dat moment wist hij het zeker: daar kunnen de heuvels van Boedapest nooit aan tippen - alle kersebloesem ten spijt. Goed, het is hier net zo stil, soms bijna net zo mooi. Maar hij hoort hier niet. Begrijpt een westerse journalist dat? De beeldhouwer moet vijftig jaar oud zijn. Tijdens het gesprek blijven zijn ogen angstvallig op de vloer gericht. Oogcontact zou hem in verwarring brengen, lijkt het. Hij zou wel eens heel erg kwaad kunnen worden. En dat mag niet gebeuren. Een Hongaar beheerst zich. S. K. is historicus. Hij formuleert langzaam, kiest zijn woorden zorgvuldig. Emoties zijn er om in banen geleid te worden. De historicus hoort net zoals de beeldhouwer niet thuis in Boedapest. Zijn moeder wil hoe dan ook begraven worden in Transsylvanie. Die wens zou nog wel eens moeilijkheden kunnen gaan geven. Hijzelf kan dankzij zijn Duitse paspoort ongehinderd de grens over. Maar Hongaarse boeken, die sinds de dood van Ceausescu weer naar de Hongaren in Roemenie gestuurd mogen worden, komen de laatste weken niet aan. Volgens een Roemeense onderminister wordt het hoogtijd dat de bezitters van die boeken gevangen worden genomen, vertelt hij.

Niet bekend

Diezelfde avond zal de schrijver op de Hongaarse televisie komen. De baas van het tv-programma Panorama, A. Krudinak, interviewde hem in zijn ziekenhuiskamer. Door zijn drie gebroken ribben kan Suto nauwelijks zitten of praten. Hij verbergt het goed, maar alles doet pijn, dat kan je zien.

Hij vertelt hoe de Roemenen erop lossloegen, hoe de politie toekeek, hoe goed deze opstand was georganiseerd. Er stond al een militaire ziekenauto klaar om gewonden af te voeren. Twee-, drieduizend Roemenen, dronken zestien- en zeventienjarigen, tegen zeventig Hongaren. De Roemeense premier Petre Roman liegt op alle fronten. Roman beweert dat Hongaarse toeristen het vuur hebben aangewakkerd. Een excuus om straks de grens weer te sluiten, waarschuwt de zachte stem van Suto.

In de televisie-studio van Boedapest wordt de laatste hand gelegd aan de Panorama-aflevering. Ik mag kijken naar de montage. Journalist Krudinak geeft de Engelse tekst mee, Nederlanders moeten lezen wat Suto gezegd heeft, vindt hij. Krudinak is met de dood bedreigd na uitspraken over Tirgu Mures. Hij krijgt nog 72 uur te leven, stond er in die brief. Het wemelt van de dreigbrieven in Boedapest. Iedere vreemdeling die de machtige zuilen van de televisie-studio passeert wordt staande gehouden door twee heren. Wat heeft u hier te zoeken? Tassen afgeven, graag!De joodse leden van de Vrije Democraten hebben eveneens dreigbrieven ontvangen, maar om een andere reden.

Ook hen wacht geen lang leven, aldus de schrijver. De brieven komen uit de Bondsrepubliek. Een kwistige hand tekende hakenkruisen. De afzender moet intelligent zijn. Meer wil men er nog niet over kwijt. Later hoor ik dat de Vrije Democraten in de tweede verkiezingsronde vooral stemmen hebben verloren omdat in een lastercampagne beweerd is dat die joodse, bebaarde partij-leden veel lijken op de Jud Su, de joodse man uit die gelijknamige, vijftig jaar oude Duitse film, die afgeschilderd werd als een boosaardig mens, een satan. De film kwam de nazi's goed van pas. Die Jud Su had toch ook zo'n baard, die was toch ook voor geen cent te vertrouwen? De gezichten van de Vrije Democraten zijn op de afgebladderde verkiezingsaffiches weggekrast. Sommige kladderaars hadden geen mesje, maar een pen, waarmee ze davidssterren achterlieten. Het standbeeld van Raoul Wallenberg, in een plantsoentje even buiten het stadscentrum, is onder handen genomen. ' Ik ben nog niet naar het standbeeld gaan kijken, ' zegt een joodse en Hongaarse schrijver. ' Maar waarom zou u erover schrijven? Westerse journalisten accentueren almaar incidenten. Hongarije verschilt niet zoveel van andere landen. Echt niet'. We dwalen door de brede stenen gangen van de televisie-studio. Op de grauwe redactie-zalen liggen stapels filmdozen en de Hongaarse Playboy. In een van de piepkleine kamertjes werkt de schoonzoon van de schrijver Suto. Een breedgeschouderde cameraman die bij de opstand in Tirgu Mures zijn apparatuur verloor. Ze hebben zijn lijf ongemoeid gelaten, want je moet wel van goede huize komen om het tegen deze spierbundels op te nemen. De cameraman zal zijn schoonvader vragen of hij geinterviewd wil worden. Suto is er niet best aan toe, dat hebben die televisie-beelden toch wel duidelijk gemaakt, vraagt hij.

Ik krijg alvast twee foto's van Suto mee, gekluisterd aan een ziekenhuisbed. Zijn linkerarm is van pols tot oksel paars van de bloeduitstortingen. Zijn rechteroog zit achter verband, zijn linkerooglid ligt als een witte elips in een grote zwarte cirkel. Mevrouw M. in Boedapest kreeg een paar weken geleden een ansichtkaart uit Transsylvanie. Geen foto van de lieflijke houten huizen en kerkjes daar, maar een kleurenprent van twee vliegenzwammen. Op de achterzijde schreef haar nicht dat de situatie in het dorp overeenkomt met de afbeelding op de ansichtkaart. ' We proberen je nog eens te bezoeken, als .....', zo eindigt de tekst. Mevrouw M. heeft goed leren decoderen. Vliegenzwammen zijn giftig, dat is zeker. Je hoeft er ook maar iets van binnen te krijgen om stapelgek te worden.

Uit de boekenkast haalt ze platenboeken over Transsylvanie tevoorschijn met tevreden, bordurende vrouwen in folkloristische kleding. Eindelijk zie ik de bergen die de beeldhouwer maar niet van zijn netvlies kan krijgen. Haar zoon vertelt dat ze graag een kijkje zou nemen in het dorp waar ze vandaan komt. Voorlopig blijft ze uit de buurt. Trouwens, zelfs de Hongaren die uit Tirgu Mures komen, mogen de stad niet meer in. Hoeveel Hongaren er nog in Transsylvanie wonen? De Hongaren weten het niet precies meer. Velen zijn er al gevlucht, elke maand komen er duizend de grens over. Velen moesten hun naam op last van de Roemeense machthebbers veranderen. Dat is de reden dat menig Hongaar in Transsylvanie een voornaam heeft, Chaba of Attila bijvoorbeeld, die onmogelijk in het Roemeens kan worden vertaald.

Een Hongaarse vriend: Nee, die Hongaren uit Transsylvanie kunnen niet allemaal naar Hongarije komen. Waar moeten ze werken, waar moeten ze wonen? In Boedapest zijn er al genoeg inwoners die maar acht uur per etmaal onderdak hebben. Dat onderdak bestaat uit een huurbed, waarin je de lichaamswarmte nog voelt van de vorige huurder. Het kopen van een huis kan je hier wel vergeten. De koopprijs van een vierkante meter bedraagt twee modale jaarinkomens. Arbeiders kunnen niet van hun vrouw scheiden, want ze kunnen nergens anders terecht dan in zo'n huurbed.

De historicus laat me een bericht zien uit een Roemeense krant van 18 december vorig jaar, een dag na de eerste schietpartij in Timisoara. De kop van het bericht luidt: 'Enige richtlijnen voor hen die deze dagen aan zee zijn'. De krant adviseert om niet te lang te zonnen, om al teveel ultra-violette stralen te vermijden. Nee, die mensen die aan zee vakantie houden, kunnen zich beter terugtrekken in de bergen.

De historicus vraagt of ik de boodschap begrijp. Wie decodeert er nu kranten in Nederland! Op 18 december zit er namelijk geen sterveling aan zee, zegt hij. Dat hele nieuwsbericht was niets anders dan een oproep aan de Securitate om zich terug te trekken in de bergen, omdat er onheil op komst was. Ze hebben zich daar verschanst om de Hongaarse minderheid in de gaten te houden.

Een andere Roemeense krant beweerde begin dit jaar dat Ceausescu geen echte Roemeen was, maar een tataarse zigeuner. Nou, dan weet je wel hoe laat het is: Tataar en zigeuner. Je kon het ook goed zien aan zijn gelaatstrekken, meldde de krant. Bovendien hebben niet de Roemenen schuld aan alle communistische ellende van de afgelopen tientallen jaren, maar de joden en de Hongaren, want zij zijn na de oorlog de wegberijders geweest, meldt diezelfde krant.

In Boedapest is inmiddels bekendgemaakt dat de Vatra Romaneasca, een nationalistische organisatie van Roemeense inwoners van Transsylvanie (onder leiding van 'oud'-Securitate-leden, zeggen Hongaren) financiele steun heeft gekregen van Spaanse oud-fascisten. Zij gaven die Roemeense jongens voor hun acties in Tirgu Mures als beloning een nieuwe spijkerbroek en een bedrag van 5.000 lei. Het waren diezelfde jongens die die oude man in mekaar sloegen.

Op de televisie, ook hier, kon je zien hoe hij bewusteloos liggend op de grond nog eens een keer werd toegetakeld. Nee, hij leeft nog. Die hoogleraar, die ze in elkaar hebben geslagen ligt hier in Boedapest ook in het ziekenhuis, zegt de historicus. Zodra hij beter is wil hij terug naar Transsylvanie, net zoals Suto. ' En wat die jongens betreft, als je goed naar de televisie keek kon je zien dat ze inderdaad allemaal spijkerbroeken droegen'. Esther T. is nog geen dertig. Ze woont met haar zoontje in Oboeda, het oudste deel van Boedapest. We zouden over haar vader praten, die als schilder ten onrechte is vergeten. Maar ze heeft andere dingen aan haar hoofd. Angst voor de Roemenen. De Securitate zit ook in Boedapest. Misschien wel 1.200 man. Ze werken samen met de oud-communisten. Esther weet zeker dat er oorlog komt. En die atoombom die Ceausescu heeft laten fabriceren - die hebben ze daar nog steeds. Transsylvanie is ecologisch en cultureel kapotgemaakt, zegt de beeldhouwer. Hongaren daar willen niet voor niets liever geen kinderen krijgen. Ze zijn hun toekomst nooit zeker geweest, en na Tirgu Mures helemaal niet meer. Tirgu Mures is nog maar het begin van een veel grotere pogrom tegen de Hongaarse minderheid. Eigenlijk gebruikt hij het woord 'minderheid' liever niet, want daarmee suggereer je dat anderen een machtspositie innemen. Tot een directe confrontatie zal het niet komen. Het ontbreekt de Hongaren aan wapens. Alleen tolerantie brengt uitkomst. Maar als je je hand uitsteekt hakken de Roemenen hem af. Het is nooit anders geweest.

Na het afzetten van Ceausescu is de situatie alleen maar verslechterd. De historicus vertelt verder. Er vallen woorden als nationaal-socialisme, tweede generatie fascisten, 'Endlosung', 'Kristallnacht', goelag. De Hongaren in Transsylvanie eisen geen autonomie, geen hereniging met Hongarije, ze willen alleen maar hun eigen middelbare scholen, universiteit, kranten, boeken en theaters. Over universiteit gesproken: Bij de opstand in Tirgu Mures riepen die Roemeense jongens met die spijkerbroeken almaar ' We willen bloed zien, we willen Bolyai doodslaan'. Bolyai is een 19de-eeuwse wetenschapper, naar wie destijds de Hongaarse universiteit in Transsylvanie is genoemd. Dat zegt toch wel iets over hun intelligentie, stelt de historicus licht grijnzend vast. Tijdens de gesprekken zijn er vele jaartallen en vele namen van vele volkeren gevallen. De Hunnen bijvoorbeeld, die veel eerder in Transsylvanie zaten dan de Roemenen willen toegeven, zegt men in Boedapest. Hunnen, die de Roemenen op hun beurt weer uitmaken voor barbaren, dat volkje dat de zo mooie Romeinse cultuur in Roemenie vernietigd heeft. Ja, men duikt hier diep in de geschiedenis. Het jaartal 1848 bijvoorbeeld, toen de Hongaren zich onder leiding van Lajos Kossuth probeerden vrij te maken van de Oostenrijkers. Er werden toen twaalf eisen gesteld, zoals vrijheid van drukpers, vrijheid van godsdienst, en 'unio', de hereniging tussen Hongarije en het toen zelfstandige Transsylvanie, eigenlijk de bakermat van de Hongaarse cultuur.

Nu wil het toeval dat de jonge liberale democraten, verenigd in Fidesz, bij de recente verkiezingen in Hongarije diezelfde eisen nog eens uit de geschiedenisboeken tevoorschijn hebben gehaald. Het officiele document uit 1848 kom je als affiche her en der in stad tegen. ' Omdat de Roemenen zo paranoide zijn dachten ze dat het om die 'unio' ging, maar het ging Fidesz juist om al die andere strijdpunten: vooral om vrijheid', zegt de historicus.

Het interview met Suto is niet doorgegaan. Kort na zijn optreden voor de Hongaarse televisie hebben ze hem naar Amerika overgevlogen. Vrienden hopen dat ze in Boston dat oog van hem kunnen houden.