Park slaat zijn speelsters liefst met de vlakke hand

Brian Glencross, de coach van Olympisch hockeykampioen Australie, vergelijkt het vrouwenteam van Zuid-Korea met een computer. Het verklaart de sterkte, maar tegelijkertijd de kwetsbaarheid van het Aziatisch team 'Als het programma dat je in de computer stopt faalt, loopt alles ook meteen mis', weet Glencross. Dat gebeurde afgelopen donderdag toen de Koreaansen tijdens het wereldkampioenschap in Sydney van Nieuw-Zeeland verloren. Dat kan voorlopig als een incident worden gezien. Zuid-Korea is uitgegroeid tot een van de sterkste ploegen in de wereld, met vooral een opmerkelijke coach.

SYDNEY, 5 mei - Young Jo Park staat officieel te boek als de teammanager van Zuid-Korea. Hij neemt alle beslissingen. In de hockeywereld is bekend dat Park zo nu en dan een mep uitdeelt aan een speelster die in zijn ogen heeft gefaald. Gelukkig gebruikt hij daarbij de vlakke hand en niet zijn vuist. Park is een man die zelden lacht. Zelfs op de kampioensfoto van het trotse Koreaanse team dat vorig jaar de Champions Trophy won, staat hij met een strak gezicht. Of hij wel eens tevreden is? 'Misschien als we straks van Nederland winnen', antwoordt hij en er valt zo waar een glimlach op het gezicht van Park te bespeuren.

De concurrenten noemen de discipline het sterke punt van de Koreaanse ploeg. Park laat zijn ploeg hard en vaak op ongewone tijden trainen. Hij trommelt regelmatig zijn watervlugge en lenige speelsters voor dag en dauw uit bed. Deze week in Sydney zagen de Nederlandse begeleiders de Koreaanse vrouwen pas om half twaalf 's avonds met hun sticks in de hand in het hotel terugkeren. De lichten in de kamers van de Oranje-hockeysters waren toen al enige tijd uit. En wie de selectie van oppermeester Park bezig ziet waant zich in een militair trainingscentrum; alles in de maat, met strakke gezichten en zonder te praten. 'Hij is streng', zegt aanvoerster Gy Sook Lim over Park. 'Maar voor en na de trainingen en wedstrijden is het gewoon een aardige man.'

Angst

Het respect voor Young Jo Park onder de Koreaanse hockeysters is groot. Angst is hier misschien beter op zijn plaats. 'Ik heb', vertelt een Canadese hockeyster, 'Park een keer als een wildeman over de gang van het hotel zien rennen. Hij bonste daarbij hard op de deuren. Binnen hoorde je af en toe een angstige gil van een speelster.'

Bij het laatste toernooi om de Champions Trophy in Frankfurt was een groep coaches en journalisten er getuige van dat Park 's nachts om een uur een speelster uit haar hotelbed haalde en de huilende hockeyster mee naar buiten nam om pas drie kwartier later terug te keren.

De Koreaanse hockeyers behoren volgens Park keihard te zijn. Ze moeten kunnen rennen totdat ze erbij neervallen. En gelet op de gespierde staat van hun dijbenen is het aannemelijk dat de speelsters regelmatig met gewichten trainen. Bij het WK in Sydney viel een Koreaanse in de wedstrijd tegen Spanje met een knieblessure uit. Van een aftocht per brancard werd afgezien. Een medespeelster zorgde voor het transport en nam de geblesseerde Keum Sil Han op haar rug. In het Nederlandse kamp kunnen ze zich uit een ver verleden een Koreaanse speelster herinneren die uitviel met een hoofdwond van een grootte waarvan men bij Oranje oppasselijk zou zijn geworden. Maar de speelsters op de Koreaanse bank toonden geen enkele interesse voor het slachtoffer en bleven onverstoorbaar naar de wedstrijd kijken. Voor Europese begrippen zijn dat vreemde taferelen. In een land als Korea hoort het bij de cultuur dat een coach zijn spelers kleineert en soms zelfs handtastelijk wordt. 'Het gaat me te ver om Park een dictator te noemen', zegt de Australische bondscoach Brian Glencross. 'Maar het is wel duidelijk dat zijn wil wet is bij de hockeyploeg. Hij vraagt dingen van zijn speelsters waarmee wij in Europa of Australie niet hoeven aan te komen. Een coach bij ons zou voor gek worden versleten.'

Yell

Communiceren met de Koreanen zelf gaat moeizaam. Ze knikken en buigen vriendelijk voor alles wat beweegt, maar door de taalbarriere houdt het contact daar meestal mee op. In Sydney lopen verschillende Koreanen rond die graag als tolk behulpzaam willen zijn, maar ook dat lost weinig op. En dan is het voor de Koreanen ook niet moeilijk om netelige onderwerpen, zoals het slaan van speelsters door de coach, te omzeilen. 'Ik vraag al dagen wat de yell van de meisjes tijdens de warming-up betekent', zegt de Australische begeleidster van de Koreaanse ploeg tijdens het WK. 'Daar krijg ik geen antwoord op. Dan knikken ze maar weer eens naar me. Misschien willen ze me het op laatste dag wel vertellen.' Hoe vreemd de manieren ook zijn, de harde hand van Park heeft wel succes gehad. De coach werd in 1981 aangesteld om Zuid-Korea met het oog op de Olympische Spelen van 1988 in eigen land aan de top te brengen. Daarvoor was vrouwenhockey zeven jaar lang verboden geweest na een massale vechtpartij tussen twee teams. Park stelde een strak programma samen en ging zelf onder meer in Nederland bijleren. In 1986 won hij met Zuid-Korea goud bij de Aziatische Spelen, in 1987 werd in Edinburgh met 3-2 van het toen bijna onverslaanbare Nederland gewonnen en in 1988 was er het Olympisch zilver, achter Australie en voor Oranje.

Veel hockeyexperts dachten dat Korea na Seoul, het oorspronkelijke einddoel van Parks missie, zou terugvallen. Dat is niet gebeurd. De grote toernooien na de Spelen, de Champions Trophy en het B-WK, werden zelfs door de Koreaanse ploeg gewonnen, Na Seoul zijn er niet veel actieve hockeysters bijgekomen in Zuid-Korea. De bond heeft volgens secretaris Seong Jin Yang nog steeds om en nabij de duizend vrouwelijke leden. Concurrent Nederland heeft ter vergeljking 70.000 aangesloten hockeysters. De Koreaanse competitie telt slechts zes teams, twee van universiteiten en vier van bedrijven.

Rijke president

Hockey is lang niet de populairste sport in Zuid-Korea. Profhonkbal, voetbal, basketbal, volleybal en gevechtssporten staan veel hoger aangeschreven. Toch wil de hockeybond zijn plaats in de top behouden. Dat moet gebeuren met de hulp van de rijke president van de hockeybond, Tae Soo Chung, en een paar van zijn welgestelde medebestuursleden. Op hun kosten verblijft ook de Koreaanse jeugdploeg als toeschouwer bij het WK, Chung, eigenaar van een staal- en constructiebedrijf, komt zelf op 10 mei, een dag voor de halve finale, naar Sydney. Het zou een ramp zijn als Zuid-Korea dan al uit het toernooi is verdwenen. Dat heeft Park zijn speelsters ook duidelijk verteld na het verlies tegen Nieuw-Zeeland. En dat kan deze coach als geen ander.

De hele hockeywereld zou het betreuren als Zuid-Korea uit de top zou verdwijnen. De ploeg zorgt voor een welkome variatie na een periode waarin steeds dezelfde kleine groep landen de dienst uitmaakte. Bij het WK in Australie doen zelfs drie ploegen uit Azie mee. Dat is een unicum in het vrouwenhockey. Korea, China en Japan werden respectievelijk nummer een, twee en vier bij de B-WK in New Delhi. Vooral de opmars van China is opmerkelijk. Het team verscheen pas in 1984 voor het eerst bij een internationale wedstrijd en doet amper zes jaar later al aan het A-WK mee. Volgens vele coaches zijn er duidelijke gelijkenissen met Zuid-Korea te bespeuren, maar ontbreekt het China nu nog aan ervaring. Een WK-finale tussen Korea en China behoort in de toekomst echter zeker niet tot de onmogelijkheden.12883 RECORDS TRANSFERRED