Oorlogsfotografie kan niet zonder enig effectbejag

ROTTERDAM, 5 mei - De oorlog moet je hebben meegemaakt. De oorlog is een verzameling impressies, die - gruwelijk of alledaags - met elkaar gemeen hebben dat ze onverwisselbaar zijn. De oorlog bestaat uit beelden in een hoofd. De onbepaalde vorm van oorlog is die van woordenboeken en geschiedschrijvers: doodslag en vernieling tussen twee jaartallen. Oorlog-in-het-algemeen heeft met afstand te maken. Of met te jong zijn.

Voor de oorlogsfotograaf moet oorlog een beetje van allebei zijn. De oorlog - dat zijn zijn unieke beelden, maar de afdrukken ervan krijgen razendsnel een eigen leven op krantenpagina's en in boeken. Dat is natuurlijk ook de bedoeling, want zo kan hij de wereld met de neus op de feiten drukken. Dat is tenminste wat iedere oorlogsfotograaf zegt, als hem gevraagd wordt waarom hij zijn werk doet: de specifieke oorlog openbaar maken om oorlog-in-het-algemeen te bestrijden. 'Wij moeten ons de beelden aantrekken', zei burgemeester B. Peper bij de opening van de expositie Confrontaties; Nederlandse fotografen en hun betrokkenheid bij (inter)nationale conflicten, deze week in de Laurenskerk van Rotterdam. Op ongemoffelde metalen panelen is daar (merendeels bekend) werk te zien uit de archieven van Emmy Andriesse, Eva Besnyo, Carel Blazer, Pieter Boersma, Wally Elenbaas, Ed van der Elsken, Eduard de Kam, Leo van der Kleij, Aart Klein, Dolf Kruger, Vincent Mentzel, Cas Oorthuys, Kryn Taconis, Koen Wessing en Rien Zilvold. Zij fotografeerden - in Algerije, Spanje, Nederlands-Indie, China, Zuid-Afrika, Roemenie, Latijns-Amerika en in Nederland - steeds opnieuw het dagelijks leven, puin en bloed. Meer of minder abstract, bestudeerd en in een snap shot, esthetiserend en rauw. 'Wij moeten ons de beelden aantrekken', zei ook inleider Flip Bool, directeur van het nieuwe Nederlandse Fotoarchief. Dat is het navrante: juist uit een overzicht als dit blijkt dat niemand zich van de beelden ooit werkelijk iets heeft aangetrokken. Over een eeuw is ongetwijfeld een grotere en beklemmender expositie samen te stellen.

Not done

Zouden er fotografen zijn die niet, zoals Koen Wessing zegt, 'uit woede' fotograferen, maar in koelen bloede. Of is dat not done? Kun je trouwens aan een foto zien of hij uit afschuw is genomen, of uit berekening? Wat laat de foto zien die Vincent Mentzel in Peking nam: sympathie voor een met louter ideeen bewapende student, die wordt verpletterd door het bruut geweld van de Chinese machthebbers, of gewoon hersenkwabben op straat? Er is geen bewijs. Er is alleen een foto. Misschien is er iets voor het laatste te zeggen. Het is als met acteurs; die moeten zich bij het spelen van een verdrietige scene niet al te veel door verdriet laten meeslepen, want dat gaat ten koste van het spel en dan voelt de toeschouwer niets meer. Zo bezien komt ook de gruwelijkste oorlogsfotografie niet alleen maar recht uit het hart. Zij moet iets retorisch hebben, een zeker effectbejag. En als een fotgraaf maar wil, hoeft een oorlogsfoto ook geen bloed te tonen om een oorlogsfoto te zijn. In het Rotterdamse Centrum voor Fotografie Perspektief zijn op dit moment zulke foto's te zien van de Japanse fotograaf Shomei Tomatsu. De oorlogshandeling die zijn onderwerp is heeft niet lang geduurd; waarschijnlijk zelfs korter dan het duurt om een foto te belichten. Hij vond plaats op 9 augustus 1945, om 11.02, in Nagasaki. Het gesmolten horloge - een van zijn eerste foto's - bewijst het.

Gedurende meer dan tien jaar volgde hij met zijn camera enkele van degenen die die flits overleefden, en hun kinderen. Tomatsu toont geen open wonden, maar de sluipende schade van de bom, die hij voorziet van simpele bijschriften. Bijvoorbeeld: 'Shizuka Uragawa. Geboren op 28 februari 1954. In januari 1957 werd zij in het universiteitsziekenhuis van Nagasaki aan een kwaadaardig gezwel op haar oogbol geopereerd. Omdat haar moeder gewond raakte bij de atoomaanval, in Zeniza-cho (1,6 km van het hypocentrum) nam men aan dat ze beschadigde genen had door vrijgekomen straling. Op 17 februari 1957 stierf haar vader. In maart 1969 haalde deed zij eindexamen (...) en ging werken in tehuis voor gehandicapten in Konagai.

In november 1972 onderging zij plastische chirurgie in het universiteitsziekenhuis en werd een kunstoog geimplanteerd. Omdat haar oogkas echter niet ontwikkeld was, mislukte deze ingreep. In juli 1979 trouwde zij.' Tomatsu fotografeerde haar ook bij die gelegenheid, in kimono tegen een donkere achtergrond, en profil, zodat alleen haar goede oog te zien is. Het lijkt een Japans huwelijksportret waarvan er dertien in een dozijn gaan. Alleen wij weten van het andere oog.

Tentoonstellingen internationale Vredesmanifestatie: 'Confrontaties; Nederlandse fotografen en hun betrokkenheid bij (inter)nationale conflicten'; In: Laurenskerk, Grotekerkplein, Rotterdam; t/m 2/6. Shomei Tomatsu; 'Blowing in the wind - The atomization of Nagasaki' en 'Chewing Gum and Chocolate - Americanization'; In: Perspektief, centrum voor fotografie, Eendrachtsweg 21, Rotterdam; t/m 2/6. Catalogus: retrospektief no.38, tijdschrift voor fotografie; Prijs: fl.20,00. Lezingen: 'Fotografie en oorlog - een lichtmeting', door Andre Rouille, historicus, hoofdredacteur van het tijdschrift 'La recherche photographique'; 'Illegale fotografie tijdens de Tweede Wereldoorlog', door Flip Bool; 29/5 Zaal de Unie, Rotterdam; aanvang: 20.30 uur.

    • Hans Steketee