Nieuw systeem stuurt digitale codes met radiosignaal mee; Simpeler programma vinden

Het probleem is iedere automobilist bekend. Je tuft een stukje door Nederland en doodt de verloren tijd met het beluisteren van de Arbeidsvitaminen. Plotseling beginnen de Supremes wat rafelig te klinken, even later gaat Roy Orbison ruisen en als tijdens de Radetzkymars onheilspellende straaljagergeluiden in de knusse cabine doordringen, weet de chauffeur hoe laat het is. Hij raakt zo langzamerhand buiten het bereik van de FM-zender waarop zijn radio is afgestemd en het wordt tijd om naar een andere zender, dus naar een andere frequentie uit te wijken. Maar naar welke? Het Radio 2, 3 en 4-programma wordt door zeven elkaar overlappende zenders en op verschillende frequenties de ether ingestuurd (Radio 1 wordt op de middengolf uitgezonden) en zoeken op de met piraten, regionale zenders en sterke Duitse zenders gevulde FM-band is een activiteit die zich lastig laat verenigen met de uitoefening van de macht over het stuur. Een paar jaar geleden had Philips er een oplossing voor bedacht. In hun MCC-autoradio's (van MicroproCessor Controlled) kon onder elke voorkeuzetoets een tiental frequenties worden opgeborgen. Dat moest de gebruiker zelf doen. Met de radiogids of een frequentietabel in de hand toetste hij voor toets 2 alle Radio 2-frequenties in, voor toets 3 alle Radio 3-frequenties, enzovoorts. Als tijdens het rijden de sterkte van het radiosignaal onder een bepaalde waarde komt, verkent de radio zonder dat de bestuurder het merkt de andere frequenties en als hij op een van die frequenties een sterker signaal aantreft, schakelt hij bliksemsnel over naar die frequentie. Alleen als Hilversum op dat moment net een lang aangehouden orgel- of pianotoon uitzendt, is er van die overschakeling iets te merken.

Het systeem werkt goed, maar heeft ook een paar nadelen. De belangrijkste is dat de FM-piraat die in Leeuwarden uitzond op de Radio 4-frequentie van steunzender Roermond - op een frequentie dus die de ijverige MCC-gebruiker als een van de alternatieve frequenties voor Radio 4 had opgegeven - bij een sterk signaal door de autoradio werd geprefereerd boven de serene klanken van het reguliere Radio 4-aanbod van Smilde. Het MCC-systeem kijkt alleen naar frequenties en bemoeit zich niet met hetgeen daarop wordt uitgezonden.

Dat is anders met het Radio Data Systeem (RDS), een nieuw systeem voor programma-identificatie. Een voor RDS uitgeruste radio maakt steeds op een schermpje duidelijk op welke zender hij is afgestemd en ook is hij in staat automatisch over te schakelen naar de zenders die hetzelfde programma uitzenden. RDS is door de European Broadcasting Union (EBU) aanvaard als standaard en het werkt al enige tijd in verschillende Europese landen. Een maand geleden heeft het Nederlands Omroep Bedrijf (NOB) het systeem onopvallend in gebruik gesteld. Als in augustus de Firato wordt geopend, zal het systeem met veel tamtam van start gaan. Het principe is dat de zender samen met het radiosignaal een aantal digitale codes meestuurt. Binnen het brede spectrum dat een FM-zender in de band inneemt (75kHz; ter vergelijking: voor een middengolfzender is maar 9kHz bandbreedte beschikbaar, maar die reikt weer verder) was er nog wel enige plaats voor. Met de codes wordt een hulpdraaggolfje van 57 kHz gemoduleerd - een signaal van 1200 Hz onder de draaggolf stelt een digitale 1 voor en een toontje van 1200 Hz erboven een 0. Met de combinaties van die enen en nullen kunnen allerlei boodschappen worden overgebracht. Het systeem doet denken aan teledata en teletekst bij televisiezenders, maar het belangrijke verschil is dat bij de tv-zenders sprake is van een ruime restcapaciteit (de niet vertoonde, maar toch uitgezonden beeldlijnen), terwijl bij de FM-zenders een klein hoekje in het uitgestraalde zendvermogen moest worden vrijgemaakt.

De capaciteit van RDS is dus gering, maar toch kunnen per seconde toch nog 1187 enen en nullen ('bits') worden overgeseind. De belangrijkste code is de PI, de programma-identificatie. De code bestaat uit 32 bits die in vier cijfers worden vertaald. Radio 2 wordt aangeduid met 8202; 8 voor Nederland, 2 voor het landelijk net (4 is regionaal) en 02 voor Radio 2. Zodra een RDS-radio een programma ontvangt waar de code 8202 deel van uitmaakt, laat hij op zijn display R2 zien. Dezelfde code voegt daar ook nog de naam van de omroepvereniging aan toe. Maar dat is niet alles. Zonder dat de luisteraar het merkt, worden de frequenties waar het Radio 2-programma ook op te beluisteren is door de zender doorgegeven en in het geheugen van de radio opgeslagen. Zodra het signaal zwakker wordt, verkent de radio de alternatieve frequenties, controleert of ze de juiste code hebben - de piraat uit Leeuwarden komt er dus niet meer aan te pas - en schakelt over op een zender die sterker doorkomt.

In het systeem is plaats voor 24 alternatieve frequenties. Voor Nederland is dat veel te veel, maar in bergachtige landen als Oostenrijk of Zwitserland, waar het radioaanbod door tientallen steunzenders wordt verzorgd en waar een bocht in de weg al tot het wegvallen van de zender kan leiden, is dat geen overbodige luxe.

Een belangrijk element van het RDS is de verkeersinformatie. In de meeste landen is er een programma waarin informatie over files, spookrijders en stremmingen wordt gegeven. In Nederland is dat Radio 2. Wie ertegen opziet alleen om die reden de hele rit naar die zender te moeten luisteren, vindt RDS aan zijn zijde. Twee digitale codes die met elk programma worden meegezonden geven aan of het een programma is waar verkeersinformatie deel van uitmaakt ('TP') en of het programma op dat moment verkeersinformatie doorgeeft ('TA'). Als aan de eerste voorwaarde wordt voldaan (TP heeft dan waarde 1), zal op een RDS-radio een symbooltje of een lampje oplichten. Met behulp van de tweede code kan een slapende radio worden geactiveerd. De automobilist die de voorkeur geeft aan een beschaafd gesprek of een cassette met Motorhead hoeft geen gekantelde vrachtwagen te missen, want als het programma daar melding van maakt, springt TA op van 0 op 1 en verbreekt de jobstijding uit de ether de conversatie of het gebeuk van Motorhead.

Het al vijftien jaar bestaande Duitse ARI-systeem (Autofahrer Rundfunk Information, toegepast in Duitsland, Luxemburg en Zwitserland) doet eigenlijk hetzelfde, maar is iets primitiever. Het werkt niet digitaal en is niet in staat een zender te volgen. ARI zal daarom langzamerhand worden vervangen door RDS. In de toekomst kan de verkeersinformatie nog worden verfijnd. Er zijn al vergaande afspraken gemaakt voor de regionalisering van de informatie: niet alle Engelsen zitten te wachten op de file bij Bournemouth. Verder wordt het over een jaar of acht mogelijk elke bestuurder in zijn eigen landstaal toe te spreken. De verkeersinformatie wordt dan gecodeerd verzonden en in de autoradio door middel van een spraakchip - waar woorden als afrit, oprit, file, ongeluk etcetera al inzitten - in de juiste taal ten gehore gebracht.

Er zijn nog meer van die toepassingen die al afgesproken zijn en in de toekomst in de RDS-radio's worden ingebouwd. Veel van die voorzieningen zijn ook interessant voor gewone thuisluisteraars (voor wie ook de programma-identificatie sinds de laatste re-shuffeling van programma's en zenders een welkom geschenk zal zijn). Zo is er PTY: een code voor het soort programma dat wordt uitgezonden. Er is voorzien in 15 typeringen: pop, klassiek, nieuws, jazz, sport, kinderprogramma enzovoorts. De betekenis van PTY is dat de luisteraar straks de programmasoort van zijn keuze kan opgeven en dat de radio op zoek gaat naar een zender die aan zijn wens beantwoordt.

Ook interessant is RT (Radiotekst). Binnen dit gereserveerde gebiedje kan met het programma een blok van 64 karakters worden meegestuurd. Te denken valt aan gegevens over de muziek die op dat moment wordt uitgezonden, aan telefoonnummers of gironummers. Voor autoradio's is deze voorziening van minder belang.

Een andere toekomstige voorziening is een alarm: een automatische sturing van de radio bij een ramp of onverhoedse aanval. De sirenes kunnen erdoor vervangen worden. Zeer tot de verbeelding spreekt ook MS (music speech). Het is een code die aangeeft of de radio spraak dan wel muziek aan het uitzenden is. De betekenis daarvan is dat de luisteraar voor elk van die twee een volumeniveau vast kan instellen. De muziekliefhebber die de gewoonte heeft de volumeknop flink open te draaien hoeft dan niet meer naar de versterker te snellen als de omroeper het woord neemt en met een welgemikte p, t of b de luidsprekers laat ontploffen.

De voorziening biedt ook een oplossing voor de mensen die de muziek van Langs de Lijn zo aardig vinden, maar een hekel hebben aan sport. Zij draaien het spraakvolume heel zacht en blijven verschoond van de vorderingen van Rapid JC, DWS en Enschedese Boys, terwijl hun toch niets van de muziek ontgaat. Een probleem vormde de disc-jockey die door de muziek heen praat, maar om voor de hand liggende redenen zal dat geluid niet tot het domein van de spraak worden gerekend.