'Nederland talmt met sanering begrotingstekort'

WASHINGTON, 5 mei - Lof en zotheid. Zo valt het oordeel samen te vatten dat twee buitenlandse instellingen onafhanklijk van elkaar onlangs hebben geveld over het Nederlandse sociaal-economische beleid.

In maart werd Nederland aan een jaarlijks terugkerend examen onderworpen door het Internationale Monetaire Fonds; tien dagen geleden velde het Monetaire Comite van de Europese Gemeenschap een kritisch oordeel over Nederland.

Beide beoordelingen kenden een opmerkelijke eensgezindheid. Ze bevatten lovende woorden voor het Nederlandse beleid van loonmatiging zoals dat sinds 1982 wordt gevoerd, voor het stabiele monetaire beleid en voor de lage inflatie. De zotheid sloeg op het Nederlandse financieringstekort. De twee examens kritiseerden zowel de omvang als het trage tempo waarmee het begrotingstekort wordt teruggebracht. Juist deze traagheid maakt Nederland kwetsbaar voor negatieve factoren die Den Haag niet in de hand heeft.

Dergelijke tegenslagen doen zich nu op twee terreinen voor: de internationale rentestijging en de hoger dan geraamde loonstijgingen. De laatste hebben gevolgen voor de overheid doordat het nieuwe kabinet de koppeling van uitkeringen en ambtenarensalarissen aan de salarissen in de particuliere sector heeft hersteld.

Het Monetaire Comite van de EG, waarin Nederland is vertegenwoordigd door de thesaurier-generaal van financien en een directeur van De Nederlandsche Bank, sprak zich eind april voor het eerst sinds 1986 over Nederland uit. Het onderzoek werd uitgevoerd door twee vertegenwoordigers van de Europese Commissie.

Het oordeel van dit Comite zal in de toekomst steeds belangrijker worden in verband met de monetaire eenwording (EMU) in de EG. Als eenmaal van de EMU sprake is, zo hebben de EG-landen inmiddels afgesproken, zal het nationale begrotingsbeleid op EG-niveau moeten worden afgestemd. Daarbij dienen 'excessieve begrotingstekorten' te worden vermeden. Van een excessief tekort zal onder meer sprake zijn als het tekort als percentage van het bruto nationale produkt toeneemt. Dit is in Nederland nu nog steeds het geval.

Ieder jaar onderwerpt het IMF de lidstaten aan een economisch onderzoek. De resultaten van dit zogenoemde Artikel 4-overleg zijn, evenals het oordeel van het Monetaire Comite, geheim. Dit is in tegenstelling tot het openbare jaarlijkse landenonderzoek van de OESO, de club van 24 rijke landen in Parijs.

Het IMF, dat in maart Nederland aan een examen onderwierp, is van mening dat de vermindering van het financieringstekort te traag verloopt en wijst op andere landen die hun tekort veel sneller hebben teruggebracht. Vermindering van het tekort moet de hoogste prioriteit hebben, meent het IMF. Tegelijkertijd moet Nederland sneller de flexibiliteit van zijn economie vergroten. De combinatie van vermindering van het financieringstekort en een grotere economische flexibiliteit zal naar verwachting van de IMF-staf leiden tot vermindering van de chronische hoge werkloosheid in Nederland.