Industriestad in de DDR is synoniem voor een 'georganiseerde milieu-ramp'; De Maiziere kan Bitterfeld niets bieden

BITTERFELD, 5 mei - De geteisterde 'sky line' van Bitterfeld, het synoniem voor de milieu-ramp in de DDR, was eind vorig jaar een zee van Westduitse vlaggen. De vlaggen die er nu nog wapperen, op de eenzame draaimolen, de fabrieken en de half-ingestorte huizen, zijn een half jaar later grauw, verbleekt en gerafeld: in Bitterfeld stijgt alleen diegene uit de trein, die er beslist moet zijn. Deze week vloog premier Lothar de Maiziere per helikopter naar het stadje ten noorden van Leipzig om tijdens een werkbezoek de prozaische situatie in ogenschouw te nemen. De feiten zijn inmiddels overbekend en toch indrukwekkend: met het grondwater kun je geen bloemen meer water geven, zelfs het glas van de vensterruiten wordt door het neerdalende gif van het Chemie Kombinat aangevreten. De bruinkool-draglines hebben de helft van de 454 vierkante kilometer van de gemeentegrond in een maanlandschap veranderd. De laatste twintig jaar hebben 40.000 Bitterfelders de streek verlaten, de kinderen van de achterblijvers hebben het bij de geboorte al aan de longen, de lever en de nieren, en sommigen beginnen het leven tevens met een 'skeletvertraging'. In Betrieb-5B van de chemische boosdoener druppelt uit lekke vaten een zwart, kleverig goedje op de bodem, overal sist en dampt het, honderden afgebladderde buizen staan op het punt van doorroesten. 'Ik ruik die stank van rotte eieren niet meer', zegt de arbeider in zijn eenvoudige, smerige kloffie tegen de hoge bezoeker in zijn grijze pak. Dan zegt hij, met een gezicht dat op huilen staat: 'Ik heb 23 jaar in deze zwavel-ververij gewerkt. Toen ik nog onder de plak zat van Honecker wist ik dat ik elke dag kon terugkomen. Maar nu... U sluit het hier toch niet, he?' De Maiziere frommelt met zijn rechterhand in zijn colbertzakje, zegt met zachte, aarzelende stem dat het gevaarlijkste deel toch dicht zal moeten, maar dat Bitterfeld als industrie-oord moet blijven bestaan.

Smeerpijpen

Tijdens de wandeling terug van het aangrenzende beekje de Mulde, waar de stinkende zwarte stroop richting Elbe stroomt en waar Greenpeace ongevraagd bezig is smeerpijpen te dichten, antwoordt hij licht geirriteerd op de vraag hoe hij zich hier als minister-president voelt: hulpeloos of vol dadendrang. 'Als ik me hulpeloos voelde was ik er uberhaupt niet aan begonnen.'

Hij stapt vlug in zijn Citroen 25-CX Prestige, grijpt haastig in zijn rechterzak, steekt er een op en legt zijn hoofd tegen de kopsteun. De nieuwe premier van de DDR gaat het lot van zijn land zichtbaar aan het hart, en duidelijk is eveneens dat hij er wat aan wil doen. Maar wat kan hij doen? Op het schamele marktplein voor het Rode Raadhuis komen slechts een paar mensen die onder de gifbestendige lindebomen zitten van hun bankje als De Maiziere uitstapt, in zijn linkerhand een aktentas, zijn rechter wederom in zijn jaszak. Een echtpaar voegt hem toe dat hij eens achter het station moet gaan kijken, daar is het helemaal een schandaal. De premier hoort het geklaag aan: er is geen WC en geen douche. Zijn tobberige, doorgroefde geleerdengezicht wordt nog perkamentachtiger. Binnen spreekt hij de raad toe, met beide handen steunend op de tafelrand. Voor hem staat een flesje Bitter Donec. 'We weten dat uw streek in het verleden een van de meest uitgebuite is geweest. Hier is alleen maar genomen, en niet gegeven. Niettemin, ook ik heb geen geschenken meegenomen.'

Het enige dat hij kan aanbieden is een herstructureringsplan binnen twee weken, en zijn handtekening in het gastenboek. Voor het laatste neemt hij de tijd. Met zijn krasserige, zwierige handschrift, dat zijn afstamming uit de 18e-eeuwse Hugenotenfamilie lijkt te verraden, schrijft hij een derde pagina vol, een heel epistel. Hij wenst de burgers van de stad alle kracht en moed toe om de zware opgaven op te lossen, schrijft over rentmeesterschap en besluit met het benadrukken van de noodzaak het eigen lot middels de verkiezingen van zondag in eigen handen te nemen. Dan verlaat de stoet het raadhuis weer. Er trekt een vrouw met kinderwagen over het plein. De premier aarzelt, zal hij de baby aaien, het is tenslotte verkiezingstijd. Hij doet het niet. De mannen onder de lindebomen hebben hem helemaal niet gezien. 'Die is toch veel te klein.'

Klein (krap 165 centimeter) is de grijsharige advocaat, violist en belijdend christen De Maiziere inderdaad, premier wilde hij eigenlijk ook niet worden, maar sinds hij het is, is hij in verbluffend tempo gegroeid. Zijn CDU-collega uit Bonn, de reus Helmut Kohl, moest de afgelopen weken verbaasd vaststellen: 'In hem zit meer dan men dacht.'

Voelde De Maiziere zich, zoals hij zelf zei, tijdens de verkiezingscampagne voor de Volkskammer nog 'het vijfde wiel aan de wagen' die Kohl heette, daarna werd hij als formateur en premier snel zelfbewuster.

Vaderland

Hij slaagde er in de weerspannige SPD in de coalitie te trekken. Toen legde hij een regeringsverklaring af. Met zijn bekentenis tot de zelfstandigheid van een DDR-identiteit, de oproep aan het eigen volk het verleden kritisch te bezien en de oproep aan Bonn dat de deling van het vaderland alleen 'door delen opgeheven kan worden' kreeg hij zelfs de bijval van de linkse oppositie. Tijdens zijn eerste buitenlandse reis, vorig weekeinde naar Moskou, gedroeg hij zich even onbekommerd als standvastig. Maar wat vooral opviel, was dat hij van zijn nieuwe rol genoot. In zijn kabinet, dat zichzelf de opdracht gaf zo snel mogelijk overbodig te worden, zijn de wittebroodsweken na 21 dagen al weer voorbij. Diverse ministers, zoals DSU-leider Ebeling en BFD'er Wunsche, stuiten op steeds meer weerstand. En het uitgelekte staatsverdrag stuit op heftige tegenstand van de SPD. Gisteren verkeerde het kabinet al in een sfeer van crisis. 'Tja, die De Maiziere. Hij bedoelt het goed', zegt de man onder de lindeboom. 'Maar wat heeft hij als dat staatsverdrag er hier eenmaal is eigenlijk nog te vertellen? Hij kan op werkbezoek gaan en de mensen moed inspreken. En als hier de werklozen richting Berlijn gaan marcheren, dan betwijfel ik of hij hen kan tegenhouden. Volgens mij wordt mijnheer De Maiziere subiet onder de voet gelopen.'