Het onderhoud van Nederland; De waterkwaliteit

Dr. ir. A. Graveland (54) en ir. W. L. Prinsen Geerligs (51), Gemeentewaterleidingen: ' In Nederland gebruiken we jaarlijks met z'n allen 1300 miljard liter. Dat water moet ergens gewonnen worden. Nu komt alleen al van de Rijn zeventig miljard liter per jaar binnen, bij elkaar van de grote rivieren zo'n honderd miljard, dus je zou zeggen water genoeg. De grote discussie op dit moment echter, gaat over de daling van het grondwaterpeil, zeg maar de verdroging van Nederland. Dat zou ten dele het gevolg zijn van de onttrekking van grondwater voor de bereiding van drinkwater. Is het gebruik van grondwater cq duinwater apriori strijdig is met het natuurbeheer, daar gaat het nu om. Er zijn 47 waterleidingbedrijven waarvan het merendeel gebruik maakt van grondwater. Wij zijn trouwens voornamelijk een oppervlakte waterleidingbedrijf. ' Veel van ons water krijgen we door bemaling uit de Bethune polder, maar het grootste deel is afkomstig van de Rijn. We hebben al een aantal keren de inname uit het Lekkanaal moeten sluiten vanwege ernstige besmettingen op de Rijn door bedrijven als Sandoz, BASF en noem maar op. Voor dat soort gevallen moeten we toch een voorraad hebben om de drinkwatervoorziening te continueren. (En dat was en is dan ons duinwater.)

'We leveren 365 dagen per jaar, iedere minuut van het uur, water van de hoogste kwaliteit. In 1853 zijn we - we zijn het oudste waterleidingbedrijf in Nederland - begonnen met een zuiveringsstap; langzame zandfiltratie. Nu zijn dat tien zuiveringsstappen. Er is een voorzuivering waardoor het zwevend materiaal neerslaat. Door middel van ozonisatie worden virussen en bacterien onschadelijk gemaakt. De bijprodukten die bij ozonisatie ontstaan, worden door coagulatie, waarbij vlokvorming en bezinking optreedt, verwijderd. Het water wordt onthard en uiteindelijk wordt via een paar filtraties drinkwater geleverd. Bij een aantal zuiveringsstappen ontstaan produkten die weer elders gebruikt kunnen worden, zoals marmerkorrels bij de ontharding.' Vergeleken met ontwikkelingslanden is het hebben van een drinkwatervoorziening al prachtig, het draaien ermee is een heel ander chapiter. Het element 'zorg' zit erg in ons cultuurpatroon. Naarmate je dichter bij de evenaar zit wordt dat een afnemend begrip. Wij hebben naast 'zorg' ook 'continuiteit' hoog in ons vaandel. Niet alleen de kwantiteit, maar ook de kwaliteit van het drinkwater moet continu onderhouden worden. De kloof om van ruw water naar drinkwater te komen betekent dat we een steeds intensievere zorg eraan moeten verrichten.

'Je hebt dus winning; waar haal je je water vandaan, zuivering; hoe maak je er drinkwater van en distributie; waar gaat je water naartoe. Tegen het licht van die zorg en continuiteit kijken we ook naar de toekomst. We werken met scenario's waarbij in verschillende vraagcurven, water van eenzelfde hoge kwaliteit geleverd kan worden, met in het achterhoofd de wetenschap dat de huidige bronnen onder politieke druk staan. ' Willen we het gebruik van het grondwater beperken, dan stuiten we op een bestuurlijk probleem. Er zijn zoveel instanties en beleidsorganen die iets over het water te zeggen hebben. Er houden zich al vier ministeries met water bezig: V en W; Landbouw, Milieubeheer en Visserij; VROM en WVC. Wij hebben hier te maken met drie provincies, zeven waterschappen en een groot aantal gemeenten. Op een gegeven ogenblik moeten alle neuzen in een richting staan. Daar zal nog een hoop massagewerk aan vooraf moeten gaan.' Waar gaan die achthonderdmiljoen kuub grondwater naartoe? Aan die grond zitten waterleidingbedrijven, agrariers en industrieen te lurken. Maar waar komt de stijgende lijn in het waterverbruik voor een deel ook door? In 1965 was de gemiddelde woningbezetting hier 3,65 personen per woning, nu 1,6. Dat heeft o.a. geleid tot de vraag of je de verdroging tegen zou kunnen gaan door een onderscheid in spoel- en drinkwater te maken.' We leveren nu een produkt, maar in het verleden hadden we twee produkten: duinwater en Vechtwater.

Het eerste was drinkwater, het tweede boen- en schrobwater. Dat kwam uit gescheiden leidingen. Men denkt vaak dat omdat spoelwater van een veel mindere kwaliteit zou zijn, je het dus veel goedkoper kan produceren. Maar als je een dubbel leidingnet gaat aanleggen, zou dat tot een vervijfvoudiging van de kostprijs leiden.' En zo eenvoudig zou een net van gescheiden waterleidingen niet eens zijn. Ook spoelwater zou geen gif mogen bevatten. Het mag je leidingen niet oplossen of verstoppen. Dan hebben we het nog niet eens over het risico gehad dat allerlei doe-het-zelvers met die leidingen aan de slag gaan. Denk eens aan de epidemiologische gevaren; een kind zal zich in een kraan vergissen. Trouwens, in Nederland zitten we met honderdvijftig liter per hoofd per dag al aan een zeer laag watergebruik.' Kijk je naar Zwitserland, Noorwegen of Tsjechoslowakije, die zitten een factor twee a drie hoger dan wij. Wij zijn in Nederland echte kruideniers, we gebruiken onze spullen zeer zorgvuldig. We hebben dunne leidinkjes, daarom moet je bij ons een half uur wachten voor je bad vol is. Kleine douchekoppen, terwijl je in het buitenland in een milde regenbui staat. Onze toiletbak bevat ongeveer zeven liter; in Amerika vijfentwintig. Je zou al bij de toiletten een kleine en een grote spoeling hebben. Veel mensen hebben zelfs een kan naast het toilet voor wanneer ze een plasje hebben gedaan.' De woningrenovatie heeft dus tot een verbetering van de sanitaire voorzieningen geleid en een verhoging van het watergebruik. Maar zit een bad of een douche in de luxesfeer? Het luxe deel wat in dat waterverbruik zit is eigenlijk erg laag.

Als je daaraan gaat tornen loop je het risico dat je de hygienische standaard aantast. ' We hebben een tijdlang de reclameboodschap: 'Wees zuinig met water', gebruikt. Ondanks dat dat later in: 'Wees wijs met water' is veranderd, leest men dat per saldo toch als wees zuinig met water.' Het gevaar is ook dat als je op beperking van watergebruik hamert, het gebruik van allerlei reinigingsmiddelen als chloor en chloorverbindingen sterker wordt. Die reinigingsmiddelen zijn uit ecologisch oogpunt desastreus. Met name chloor, dat is het meest gruwelijke verdelgingsmiddel dat er is. Vanaf 1983 gebruiken wij geen chloor meer, want dat is veel te agressief. We houden het wel achter de hand voor als er calamiteiten mochten optreden en je op een andere manier moet ontsmetten. Maar die reclame voor Chlorix op de tv zou eigenlijk verboden moeten worden.'