Herstel op de Nederlandse en Duitse kapitaalmarkten

UTRECHT, 5 mei - Het sentiment op de financiele markten blijft een wisselend beeld tonen. Nadat de week vrij zwak was begonnen, waarbij de omzetten op de obligatiemarkt zeer laag waren, tekende zich gisteren een duidelijk herstel op de Duitse en Nederlandse kapitaalmarkten af.

Directe aanleiding vormde het bekend worden in de Bondsrepubliek van lagere importprijzen en vooral het meevallende loonakkoord in de Duitse metaalsector. In Nederland daalde het rendement op de laatste staatslening vrijdag tot even onder de 9 procent. Marktpartijen blijven desondanks een voorzichtig afwachtende houding innnemen.

Dit houdt uiteraard verband met de nog onzekere consequenties van de Duitse monetaire eenwording per 2 juli aanstaande. Daarbij kwam dat de laatste conjuntuurcijfers niet wijzen op een vertraging van het groeitempo. De conjunctuurtest van het CBS over de maand maart, die deze week werden gepubliceerd, wezen opnieuw op toename van de bedrijvigheid en orderontvangst in de industrie.

In het algemeen overheerst de verwachting dat de lange rente voorlopig rond het niveau van 9 procent zal blijven schommelen. Ook op de geldmarkt lagen de rentetarieven vrijwel onveranderd. De Nederlandsche Bank hanhaafde het tarief van de nieuwste speciale belening op 8 procent. Hierbij speelde de onveranderd sterke positie van de gulden een rol.

Sinds eind vorig jaar heeft de gulden zijn relatieve positie ten opzichte van de Duitse mark gaandeweg kunnen versterken. Dit houdt niet alleen verband met de verzwakking van de mark door de aankondiging van de Duitse monetaire unie, maar ook met de aanhoudende belangstelling van buitenlandse beleggers voor Nederland papier, met name staatsobligaties.

Het jaarverslag van DNB memoreerde dat Nederland vorig jaar in het effectenverkeer met het buitenland een overschot van ongeveer zestien miljard gulden realiseerde.

Ten slotte kondigde gisteren het ministerie van financien de voorwaarden van de nieuwe staatslening aan: coupon 9 procent, looptijd 10 jaar, uitgifte volgens het traditionele tendersysteem. De lening geldt als tweede tranche op de eerste 9 procent lening van maart, die gedeeltelijk volgens het Amerikaanse tendersysteem werd geemitteerd. De financiering van de behoefte van dit jaar ligt redelijk op schema: naar schatting is inmiddels ongeveer 60 procent van de benodigde 42 miljard gulden veilig gesteld. De inschrijving sluit dinsdag 8 mei.

Eurokapitaalmarkt

Diverse vrije dagen in Europa en Japan zorgden voor een dunne handel. Doordat alleen op woensdag de belangrijkste beurzen gezamenlijk waren geopend, gingen de marktpartijen voorzichtig te werk.

In Amerika richtte de aandacht van de obligatiemarkt zich aan het einde van de week op de bekendmaking van de werkgelegenheidscijfers over de maand april. Door de sterke correlatie tussen de statistieken en de obligatiekoersen kozen de institutionele beleggers eieren voor hun geld en prefereerden een plaats op de tribunes.

De markt werd bepaald door de afdekking van short-posities, leidend tot hogere koersen. Verwacht wordt dat de werkgelegenheidscijfers, die een lage groei toonden, de toon zullen zetten voor de volgende week te houden veiling van Amerikaanse staatsleningen, waar in totaal voor 30,5 miljard dollar aan drie-, tien- en dertigjaars papier zal worden uitgegeven.

Dezelfde oorzaken die ten grondslag lagen aan de hogere Amerikaanse koersen, waren ook van toepassing op de Engelse vastrentende markt. Vooruitlopend op Engelse gemeenteraadsverkiezingen vond ook daar een herpositionering plaats van de obligatieportefeuilles middels de afdekking van short-posities ('short-covering'). Door de dunne handel resulteerde dit in een Engelse lange rente die weer onder de 13 procent kwam, een niveau dat overigens ook na de verkiezingsuitslag stand kon houden.

De ontwikkelingen op de binnenlandse markten misten hun uitwerking niet op de eurokapitaal markt. Zowel aan het emissiefront als in de secundaire handel stonden de activiteiten op een laag pitje. Opvallend is wel het feit dat het aandeel van de 'normale' obligatieleningen afneemt ten koste van leningen met een meer innovatief karakter. Onderscheid tussen leningen wordt bewerkstelligd middels verschil in, onder andere, garantiestelling, looptijd en couponhoogte c.q. couponvaststelling.

Banque Nationale de Paris bracht deze week een lening uit met een obligatie waarvan de coupon trapsgewijs afloopt van 18 procent in het eerste jaar tot 2,4 procent gedurende de laatste twee jaren van de looptijd.

Bron: Rabobank Nederland Beleggingsonderzoek