Europese bankiers kritisch over fusie Amro-ABN

LONDEN/ BONN, 5 mei - Internationale bankiers plaatsen kritische kanttekeningen bij de voorgenomen fusie van de Amro Bank en de ABN, hoewel ze ook nadrukkelijk veel respect voor de twee Nederlandse banken betuigen. Ze menen dat de fusie niet alleen bedoeld is om sneller internationaal te kunnen uitbreiden, zoals ABN-president R. Hazelhoff heeft gezegd.

Het samengaan van Amro en ABN is ook een verdediging tegen buitenlandse banken die zouden kunnen overwegen een van de twee over te nemen. 'Ik denk dat de fusie vooral defensief is', zegt John Tugwell, directeur internationale zaken van de Britse bank National Westminster.

Bij grote Europese banken heerst verbazing over het feit dat de voorgenomen fusie in Nederland geen vragen met betrekking tot de mededinging heeft opgeroepen. Een Londense bankier kan zich goed indenken dat Nederlandse consumenten bezorgd zijn dat de markt straks door een grote bank wordt gedomineerd. David Dicker, manager internationale zaken van Barclays Bank, zegt: 'In Groot-Brittannie zou de monopolie-commissie zo'n fusie zeer kritisch bekijken.' Bankiers in Londen en Frankfurt weigeren te geloven dat de merchant banken van Amro en ABN - Pierson, Heldring en Pierson en Bank Mees en Hope - beide blijven voortbestaan. Ontkenningen dat een van de twee merchant banken in de toekomst gevaar zou lopen, hebben hen niet overtuigd.

Verwacht wordt dat de Amro-ABN combinatie om internationaal te kunnen meedoen niet lang na voltooiing van de fusie een buitenlandse bank zal overnemen. Internationaal groeien door uitbreiding van het eigen kantorennet zou te traag gaan. Wolfgang Roller, topman van de Dresdner Bank en voorzitter van het Bundesverband deutscher Banken, zegt: 'Om het marktaandeel in het buitenland te verbeteren is de keuze tussen internationale samenwerking of overneming van een buitenlandse bank.'

Maar de Britse bankier Tugwell beschouwt samenwerking als onvoldoende: 'Je moet zelf iets te zeggen hebben.' De Nederlandse combinatie mag tot de grootste van Europa gaan behoren, het wordt wel een bank die afwijkt van de concurrenten. Hilmar Kopper, de topman van de Deutsche Bank, wijst erop dat de bank vanuit een veel kleinere thuismarkt gaat opereren dan internationale banken van eenzelfde omvang. 'Maar wat is het alternatief? Je kunt geen nieuw, groter Nederland maken.' Bankiers vinden het onzin om internationale ranglijsten van banken te maken op basis van hun balanstotalen. Toen Amro en ABN op 26 maart een onderzoek aankondigden naar de mogelijkheid van een fusie, verklaarde het ministerie van financien dat de combinatie de zesde bank van Europa en de negentiende van de wereld zou worden.

Maar alleen al binnen Europa lopen de structuren van de banken in bijvoorbeeld West-Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannie zo uiteen, dat bankiers liever de krachten in specifieke sectoren vergelijken. 'De omvang van een bank is alleen geen criterium', zegt Kopper. De Brit Dicker: 'Wij als Barclays vechten niet om een plaats op een ranglijst, we willen alleen de meest winstgevende bank zijn.' Kopper legt grote nadruk op het belang van de thuismarkt voor banken die internationaal een belangrijke rol willen spelen. Zijn Deutsche Bank is de grootste bank van de Bondsrepubliek en werkt internationaal samen met de Amro Bank in de European Banks' International Company (EBIC). Kopper gaat ervan uit dat ook in het Europa van de geintegreerde markt na 1992 voor velen een voorkeur blijft uitgaan naar banken van eigen nationaliteit. De Deutsche Bank heeft het internationale netwerk de afgelopen jaren uitgebreid door overnemingen, onder andere in Italie van de Banca d'America en d'Italia. De overgenomen banken zijn met opzet niet verduitst, maar hebben zoveel mogelijk hun nationale karakters behouden. 'De Amro Bank en de ABN zijn ieder op zich te klein om in het buitenland te doen wat wij hebben gedaan. De ABN heeft nu al een interessant buitenlands netwerk. Twee Nederlandse banken kunnen niet op Europees of wereldniveau meedoen. De voorgenomen fusie is in zoverre offensief, dat men thuis de basis verstevigt om vervolgens internationaal te kunnen uitbreiden', zegt Kopper.

Hij vindt dat iedere bank zelf moet uitmaken of het doel van winstgevendheid bereikt kan worden door groei of door specialisatie. De Deutsche Bank had volgens hem geen keuze. Die was al zo groot dat van specialisatie geen sprake kon zijn en slechts internationale uitbreiding mogelijk was. 'Groot is niet altijd het beste', zegt ook bankier Dicker van Barclays in Londen. Barclays behoort met onder meer de ABN tot een ander Europees samenwerkingsverband, de Associated Banks of Europe (ABECOR). Dicker had het logischer gevonden als Amro en ABN als grote handelsbanken minder overlappende en meer aanvullende fusiepartners hadden gekozen. Hij gaat ervan uit dat de nieuwe combinatie 'een sterke speler op de internationale markt' wordt, die waarschijnlijk verder zal groeien door middel van overnemingen.

Bij zulke overnames beschouwt men bij Barclays het behoud van tradities in andere landen van groot belang. 'Toen Amro met de Belgische Generale Bank wilde fuseren, voorzagen wij dadelijk moeilijkheden. Men onderschatte de problemen bij het overbruggen van cultuurverschillen. Dat was een fout', zegt Dicker.

Bill Smith, manager voor het Europese beleid bij National Westminster, vertelt hoe zijn bank een ogenblik dacht in heel Europa hypotheken te kunnen verstrekken, omdat men op dit gebied traditioneel goed was in Groot-Brittannie. Er bleken echter zoveel verschillen bij de hypotheek-verstrekking in de andere Europese landen, dat het plan niet uitvoerbaar was.

Zijn directeur Tugwell wijst erop dat het traditionele internationale bankieren, dat vooral gericht was op multinationals, op het ogenblik niet erg winstgevend is. 'Wij veranderen onze internationale strategie en richten ons nu meer op kleinere ondernemingen', zegt hij. Volgens de Britse bankiers halen grote banken gauw zo'n 65 procent van de winst uit het standaardwerk voor particulieren en kleinere ondernemingen. Internationaal kunnen deze groepen het beste bereikt worden door overneming van een bank met een netwerk in een ander land.

Volgens Smith zouden Amro of ABN zonder de fusie interessante overnemingskandidaten zijn geweest voor National Westminster. Overneming van de nieuwe combinatie heeft het nadeel dat deze een nogal grote investering in een klein marktgebied zou vergen. Bovendien gaat men er bij deze Britse bank vanuit dat de Nederlandse regering buitenlandse belangstellenden kan tegenhouden, omdat de nieuwe bankcombinatie van fundamenteel belang is voor de Nederlandse economie.

De twijfel of Bank Mees en Hope (van de ABN) en Pierson, Heldring en Pierson (van Amro) apart kunnen voortbestaan, is vooral gegrond op de veronderstelling dat klanten van beide merchant banken kunnen betwijfelen of hun gegevens niet van de ene bank naar de andere doorsijpelen zodra beide tot dezelfde combinatie behoren. National Westminster hoopt dat Van Lanschot Bankiers, die eigendom is van de Britse bank, van onzekerheid over de afsluiting tussen Mees en Pierson zal kunnen profiteren en klanten van deze merchant banken zal kunnen overnemen. Maar verondersteld wordt ook dat de NMB Postbank bij deze situatie garen zal kunnen spinnen.

Topman Roller van de Dresdner Bank (die met de ABN bij het samenwerkingsverband ABECOR is aangesloten), volgt met de tweede bank van de Bondsrepubliek een heel andere internationale koers dan de Deutsche Bank. De Dresdner hoopt meer resultaten te bereiken door samenwerking (met de Franse Banque Nationale de Paris) dan door overnemingen. 'De ABN is een sterke internationale bank. Maar om in Europa met zeer veel bankvestigingen en harde concurrentie een eigen netwerk uit te bouwen, is buitengewoon moeilijk.'

De Amro-ABN combinatie kan na de fusie internationaal aan de top komen. 'Zoals er nu banken bij de top zijn die daar straks hun plaats verliezen.'

    • Ben van der Velden