Duitsland blijft tegen nieuw verdrag Rijnzout

HAARLEM, 5 mei - West-Duitsland blijft zich verzetten tegen een nieuwe versie van het Rijn-zoutverdrag om de verzilting van deze rivier terug te dringen. Dat bleek gisteren op een bijeenkomst in Haarlem van de Internationale Rijncommissie, het ambtelijk overlegorgaan van de Rijnoeverstaten.

De Duitse bezwaren zijn vooral gericht tegen de voorgestelde maatregelen op Nederlands grondgebied. Om de verzilting van het IJsselmeer in het belang van de drinkwatervoorziening te verminderen, gaat 34 miljoen gulden kosten, waaraan Duitsland krachtens het verdrag voor 30 procent zou moeten meebetalen. Maar daar kan Duitsland vooralsnog niet mee instemmen. 'Het gaat niet om de hoogte van het bedrag, maar om het principe. Meebetalen aan een puur Nederlandse maatregel past niet in het Rijn-zoutverdrag', zei gisteren het hoofd van de Duitse delegatie, E. Herfeldt, directeur-generaalop het ministerie van milieu in Bonn.

De nieuwe versie van het verdrag, een Nederlands voorstel, houdt in dat de Franse kalimijnen in de Elzas bij lage waterstanden afvalzouten achterhouden en bij hoog water meer zout in de Rijn lozen, zodat het chloridegehalte bij Lobith niet boven de 200 milligram per liter uitkomt. Daarnaast zal Nederland het IJsselmeer ontlasten. De dubbelplan kost 175 miljoen gulden, te betalen door de landen gezamenlijk.

Aanvankelijk werd de oplossing van het verziltingsprobleem geheel in de Elzas gezocht, maar daar weigerde minister Smit-Kroes (verkeer en waterstaat) aan mee te werken. Daarna kwam Nederland met het nieuwe plan. De Westduitse milieuminister, K. Topfer, maakte bezwaren en die bezwaren staan nog recht overeind, zoals gisteren door de Duitse delegatieleider Herfeldt werd bevestigd.

De suggestie dat Duitsland moeilijkheden maakt, wees hij van de hand. 'Het was Nederland dat destijds moeilijkheden maakte door de Franse voorstellen, waar wij mee akkoord gingen, te verwerpen', aldus Herfeldt. De Nederlandse delegatieleider, drs. L. M. van Ulden van Buitenlandse Zaken, wilde slechts kwijt dat er 'geen unanimiteit' heerst over de uitvoering van het Zoutverdrag-nieuwe stijl.

Een complicatie is dat de overeenkomst (die al van 1976 dateert) opnieuw door de parlementen in de betrokken landen moet worden bekrachtigd, omdat de huidige overeenkomst niet voorziet in investeringen op Nederlands grondgebied. Ratificatie kan echter jaren duren. Daarom wordt onderzocht welke maatregelen nu vast kunnen worden genomen. Als de plannen doorgaan, zou dat Nederland ongeveer 60 miljoen gulden kosten. Daarvan komt volgens de afspraken een derde ten laste van drinkwaterwereld, die gebaat is bij minder keukenzout ofwel natriumchloride in Rijn en IJsselmeer, waaruit ze haar 'ruwe grondstof' put.