De kleine uitgever; 'Een blad is als je eigen kind'

Ondernemers zijn vooral dom. Ze beginnen gewoon - als ze mazzel hebben met een aantal gelijkgestemden om zich heen - waarna, door geluk en hard werken, succes volgt. Of niet. Een rijtje vakbladen overnemen, een vijftigtal beeldkranten exploiteren, het valt in de opvattingen over het ondernemerschap zoals Maurice Keizer die huldigt, onder het zelfde kopje: dom. 'Als je echt slim bent, zijn er zoveel andere manieren om geld te verdienen.' Het uitgeven van een tijdschrift valt evenmin aan te merken als slim. Het is iets anders, iets dat je altijd hebt gewild, iets dat zo vanzelf spreekt dat je er over praat of het de weg van de minste weerstand was. 'Ik kies de makkelijkste weg. Ik stop er mijn hele ziel en zaligheid in', zegt Keizer over het maandblad met de onhandige naam dat hij zes nummers geleden de wereld in schopte. De gesuggereerde onverschilligheid valt later weg, de toon blijft afstandelijk. 'Ik zou niet iets willen uitgeven waarbij ik emotioneel niet betrokken ben.'

Onrustige slok

Het klinkt of het uit de andere hoek van de kamer komt. Hij kijkt ook die kant op. Over zichzelf praten is niet iets dat hij gaarne doet. Een onrustige slok spa later zou hij iemand die zijn blad O niet mooi vindt op zijn gezicht willen slaan. 'Een blad is als je eigen kind. Elke vader vindt zijn kind mooi. Zelfs als het een gedrocht is, vindt hij het prachtig.' Wat drijft iemand om 3 miljoen gulden in een nieuw tijdschrift te stoppen, het met de titel O ('Oo' of nul?) op te schepen en vast te leggen dat er ten minste veertien nummers het licht zullen zien, zodat het zich journalistiek ontwikkelen kan? Keizer, 35, klein, grijs hemd, blauwe broek, weet eigenlijk alleen maar zeker dat hij 't wilde. Wat het precies worden moest, was voor het er lag, niet uit te leggen. Vast stond dat het eigenwijs moest zijn en 'nergens op mocht lijken'. Wat het dan ook niet doet.

Een beetje HP, een heel klein beetje Quote, een beetje meer Nieuwe Revu maar dan zonder de plicht een massa te vermaken, een blootblad zonder bloot misschien, in elk geval wist de detailhandel niet waar 't hoorde. De onconventionele omgang met het logo leidde er toe dat na drie nummers bijna geen lezer wist hoe het blad heette, terwijl er toch 25.000 exemplaren werden verkocht. 'Een vorm van naiviteit', zegt Keizer, en die opmerking raakt meer dan de genoemde beginners-onhandigheden. Ze omvat het hele proces van praten, praten en nog eens praten, dat aan de verschijning van O vooraf ging.

Acht jaar geleden richtte Maurice Keizer met een paar makkers Avtel op, een bedrijf dat beeldkranten exploiteert. Het geld werd geleend, de zaken gingen voorspoedig en tegenwoordig worden de beeldkranten uit heel Europa via computers in de Amsterdamse Emmalaan van tekst en beeld voorzien. Een gat in de markt, een commerciele activiteit, handel in boodschappen ofwel in electronische blokjes. Voordien schreef hij over popmuziek, studeerde journalistiek en economie in Parijs en de VS, werd advertentie-acquisiteur en bladmanager van Oor en stelde vast dat zijn zakelijke talenten groter waren dan zijn journalistieke. Twee jaar geleden kocht hij Electric Word, een computervakblad voor taalspecialisten, snel volgde het fotoblad Zoom. 'Als je klein bent, kan je dat soort dingen kopen.'

Uitgeverij Media Nederland groeide door en ondertussen ging het zoeken naar O voort. Er werden tal van projecten bekeken, want 'alles is te koop', maar niets voldeed, kwam zelfs maar in de buurt van de Amerikaanse modellen. 'Esquire van tien, twintig jaar terug, Manhattan Inc, boeiende tijdschriften vol lange verhalen. Je haalt er elementen uit, dingen die je aanspreken.'

'Een blad voor lezers', is zijn omschrijving van O. De naam werd ontleend aan, ja, aan wat? 'Het heette eerst Amsterdam. Daarna hebben we ritsen namen verzameld, maar mooie Nederlandse titels zijn er niet. We dachten aan A en aan B en aan C. We kozen O, omdat het de nieuwsgierigheid bevredigt. O, zit dat zo.'

Mannenhoofd

Het voorlaatste nummer gaat schuil achter een klassieke cover; rondom een met zwarte politiebalk gesierd mannenhoofd staan logo, smaakmaker, omslagverhaal en de greep uit de inhoud linksboven, onder en rechts, als overal. Op het onlangs verschenen mei-nummer staat Prins Claus, zo close dat geen oneffenheid in zijn huid verborgen blijft. 'Het O-ranjespel. VUIGE RODDELS. Waarom Claus een corset draagt', staat er in vette letters onder. Zijn nieuwste adviseur weet zichtbaar van wanten. De commercie eist zijn tol. 'Een stap terug', constateert hij zelf. 'Het was te veel een blad dat we voor onszelf maakten.' Het klinkt allerminst naar desillusie, het klinkt of het zo hoort. O, dat zit zo. En vervolgens zocht Keizer opnieuw expansie in het buitenland, dit keer op de Antillen waar hij zijn oog liet vallen op de Amigoe, grootste krant van Curacao en The Chronicle, het enige dagblad op Sint Maarten. Waarom een blad? Waarom wil iemand aan de toch al uitpuilende rekken in de kiosk zijn eigen blad toevoegen? Het gesprek duurde lang, het was warm en de avond viel. De vraag waar het allemaal om draaide bleef onbe antwoord. 'Geen idee', zegt Keizer ten slotte. 'Je wil het gewoon en je kan het alleen omdat je het zo graag wil.'

    • Wilma Cornelisse