Beleggers in Nederhorst voelen zich benadeeld; Houders vanobligaties in failliete onderneming lijden dubbele strop

ROTTERDAM, 5 mei - Obligatiehouders die bij een faillissement slechts een deel van hun belegde geld terugkrijgen, naast een deel van de rente die ze nog tegoed hadden, kunnen dubbel pech hebben. Hoewel ze al een strop op de hoofdsom hebben, dienen ze ook nog belasting te betalen over de uitgekeerde rente.

Dat overkwam enkele bezitters van stukken van de 7,25 procent converteerbare achtergestelde lening van de Verenigde Bedrijven Nederhorst. In januari 1988 kregen de obligatiehouders een eerste uitkering van 42,68 procent en in juni vorig jaar nog eens 6,95 procent. Bij elkaar kregen ze van de 20 miljoen gulden die ze tegoed hadden bijna 10 miljoen terug, en daarnaast werd hun ook 4 miljoen rente uitgekeerd. In 1988 heeft de Nederlandsche Trust-Maatschappij (50 procent Amro Bank) 183,20 gulden rente uitbetaald en bij de tweede uitkering nog eens 17,30. Maar over die rente moeten de ontvangers inkomstenbelasting betalen. Enkele beleggers die een groot aantal van de Nederhorst-stukken verzameld hadden vroegen zich dan ook af of dat niet anders kon. Had de Trust-Maatschappij misschien niet eerst de hoofdsom kunnen uitkeren uit de gelden die binnenkwamen? 'Neen, ' zegt directeur G. Hooijschuur van de Nederlandsche Trust-Maatschappij, 'dat kan niet. Wij hebben immers bij de curator aparte vorderingen ingediend voor rente en hoofdsom. Als we op die aparte vorderingen geld binnenkrijgen, moeten we dat ook zo uitgesplitst aan de obligatiehouders doorgeven.' De trust had beter alleen maar de hoofdsom uit kunnen keren. Maar toentertijd speelde net de actie van de fiscus om inzage te krijgen in rente-uitkeringen door banken en daarom was de trust bang geworden, zeggend beleggers die zich gedupeerd voelen.

De opvatting van de Nederlandsche Trust-Maatschappij blijkt niet onomstreden. 'Een voorlopige uitkering doe je altijd alleen op de hoofdsom, je begint nooit met de rente te stoethaspelen. Wat je aan rente krijgt, is gewoon mooi meegenomen, ' aldus mr. P. den Tex, directeur van het Algemeen Administratie- en Trustkantoor (50 procent ABN), die daarbij de kanttekening maakt dat hij geen fiscaal deskundige is. Mr. R. A. E. de Haze Winkelman, voorzitter van de Vereniging Effectenbezitters, is wel fiscaal jurist. Hij stelt: ' Formeel is dit niet helemaal goed geregeld. Maar de trust zou een briefje aan de curator kunnen schrijven met het verzoek om terugbetaling op de hele vordering eerst als hoofdsom aan te merken. Als dat niet is gebeurd, bewijst dat eens te meer dat die trusts geld krijgen voor allerlei diensten, maar weinig actief zijn.' Hooijschuur: 'Als banken een overeenkomst maken, staat daar altijd in dat ze eerst de kosten terugvorderen, dan de rente en dan de hoofdsom. Ik heb het bij Nederhorst pro rato gedaan, dat is nog beter voor de obligatiehouders. Het kan niet anders. De curator bepaalt wat wordt uitgekeerd.' Curator van Nederhorst is mr. J. A. Nagtegaal van het kantoor Nauta Duthil. 'We hebben het probleem destijds wel onderkend, ' zegt hij, 'maar we konden er geen oplossing voor vinden.'

Hij wijst erop dat hij in het geval Nederhorst geen verzoeken van de trust heeft gekregen, maar zelfs als die waren gekomen was het moeilijk geweest. 'Zou je de rangorde van uitkeringen omdraaien in strijd met wat de fiscus verwacht, dan zou je je toch tevoren met de fiscus moeten verstaan.' In dit geval hebben beleggers dat zelf gedaan. Maar ze kregen van voormalig staatssecratis Koning van financien nul op het request, ook al verwezen ze naar de behandeling van obligatiehouders Tilburgsche Hypotheekbank destijds. Voor hun werd een uitzondering gemaakt. Zij mochten de rente die ze ontvingen verrekenen met de verliezen op de hoofdsom.

Nagtegaal signaleert ook nog twee andere problemen. In de eerste plaats is de terugbetaling op de hoofdsom bij een achtergestelde obligatie achtergesteld bij rentebetalingen. Andere crediteuren zouden dus bezwaar kunnen maken, wanneer de curator de trust op de hoofdsom uitkeert in plaats van op de zogeheten concurrente rente. In de tweede plaats kan van de trust die optreedt namens alle obligatiehouders niet worden verwacht dat ze een andere dan gebruikelijke terugbetaling nastreeft. In theorie zouden andere obligatiebezitters immers kunnen worden benadeeld.

Zowel Nagtegaal als De Haze Winkelman ziet maar een echte oplossing voor het probleem: leg in de trustacte vast hoe de terugbetaling moet geschieden. In de praktijk is het voor beleggers misschien ook mogelijk overeenstemming te bereiken met hun eigen belastinginspecteur. Den Tex ziet dat echter somber is: 'Het wordt steeds moeilijker met de fiscus tot een vergelijk te komen. De goeden moeten onder de slechten lijden. De fiscus is gewend aan zoveel trucs dat eerbare verzoeken nauwelijks in behandeling worden genomen.' De oplossing lijkt dus alleen bij ondernemingen en trusts te liggen. Die moeten in de trustacte vastleggen hoe het met de uitkering van hoofdsom en rente zit.