Bedrijven worstelen met tekort aan geschoolde mannen; Vrouwelijke technici onmisbaar

MAARSSEN, 5 mei - Dat de vrouwenbeweging ooit door ondernemend Nederland links zou worden ingehaald, had zelfs de meest radicale feministe een aantal jaren geleden niet durven voorspellen. Toch geschiedde dat deze week in Maarssen tijdens een seminair over de instroom van vrouwen in technische beroepen. Heel toepasselijk werd in een zaaltje van hotel-restaurant 'De Nonnerie' voorspeld dat de Nederlandse (technische) bedrijven wel aan de vrouw zullen moeten. Het seminar, georganiseerd door het Contactcentrum Onderwijs en Arbeid (COA) uit Utrecht had als motto 'Is uw nieuwe man een vrouw?' en ging over de (on)mogelijkheden voor vrouwen om door te dringen tot de traditioneel manlijke beroepen.

Met name in de bouw, de metaal, in elektrotechnische en grafische beroepen is het met de deelneming van vrouwen nog droevig gesteld. Maar dat zal, als het althans aan de aanwezige werkgevers ligt, snel verleden tijd zijn. Want nood breekt wetten. Of anders gezegd: daar waar de nood aan de man is, kiest men een vrouw.

In het midden- en kleinbedrijf weet men ternauwernood goed geschoold en gekwalificeerd personeel te vinden. Dus daar waar vrouwen het gat kunnen vullen, zijn ze van harte welkom, zo getuigde de ene na de andere werkgever ten overstaan van de aanwezigen. Zoals bijvoorbeeld T. Wantenaar van het fijnmetaalbedrijf Van de Dijssel BV: 'Als je me vijf jaar geleden had gevraagd een vrouw aan te nemen, dan had ik gezegd hoe kom je er bij. Nu zeg ik: waarom niet? 'We hebben nu een vrouw in dienst genomen. Eerst twee weken op stage. Daar zijn we zonder kleerscheuren door heen gekomen. Daarna wilde iedere man in ons bedrijf haar bij ieder klusje helpen. Dat drukt de produktiviteit enigszins, maar dat gaat na verloop van tijd weer over. Nu, een jaar later, hoeft de voorman geen speciale klusjes meer voor haar uit te kiezen, hoewel het zwaardere werk voor de fysiek sterkere man blijft voorbehouden. Maar we hebben er geen spijt van dat onze nieuwe man een vrouw is.

'

Applaus was zijn deel. Deze en andere uitspraken zijn het gevolg van de demografische ontwikkeling in Nederland van vergrijzing en ontgroening. Nederland wordt oud. De aanwas is beperkt. Dat heeft ook zijn effecten op de arbeidsmarkt. Er ontstaat een tekort aan geschoold en goed gekwalificeerd personeel. In deze situatie maakt het niet meer uit van welke sexe de benodigde arbeidskracht is.

Nederland loopt internationaal gezien overigens nog steeds achter wat betreft de deelname van vrouwen aan het arbeidsproces. In 1988 nam 44,5 procent van alle vrouwen deel aan het werk tegenover 76,3 procent van alle beschikbare mannen. In de Bondsrepubliek, Belgie, Oostenrijk en Frankrijk liggen die percentages beduidend hoger. In Noorwegen, Denemarken en Zweden ligt het percentage vrouwen dat deelneemt achtereenvolgens zelfs op 68, 74 en 78 procent. Volgens mevrouw A. M. Liema van het Hoofdbedrijfschap Ambachten in Utrecht zal en moet daar in Nederland verandering in komen: 'Het midden- en kleinbedrijf is vaak arbeidsintensief. Door de krapte op de arbeidsmarkt is er sprake van een toenemende onderlinge concurrentie. Dat drijft de lonen op en dat is een slechte zaak voor de economie in zijn geheel.'

Zij geeft toe dat ondernemers vrouwen nog vaak als 'noodoplossing' zien en dat aan de andere kant vrouwen ook niet staan te trappelen voor met name technische beroepen die traditioneel door mannen worden uitgeoefend. 'Meisjes zijn op het lager technisch onderwijs nog steeds met een lantaarntje te zoeken. Het is nog steeds een cultuurkwestie. Meisjes spelen met poppen. En als we al meisjes technisch weten op te leiden, dan haken ze af op het moment dat ze een vriendje krijgen. Vriendjes willen niet 'gaan' met een 'manwijf', zegt Liema die daarmee met een knipoog toch weer de schuld aan de man geeft voor het hele probleem.

Directe aanleiding voor het deze week gehouden seminar was de publicatie van een onderzoek dat in opdracht van de provincie Utrecht is gehouden naar de instroom van vrouwen in de technische beroepen. Het onderzoek, uitgevoerd door het COA, is gehouden door middel van een enquete bij 300 bedrijven in de provincie Utrecht waarna 31 bedrijven aan een nader onderzoek werden onderworpen.

Een van de opvallendste conclusies is dat tweederde van de bedrijven aangaf nu al problemen te hebben met het vervullen van vacatures. Ervaringen die de onderzochte bedrijven hebben met vrouwen in technische beroepen, waren overwegend positief. Maar de bedrijven beschouwen dat niettemin als uitzonderingen. Daarom zien deze bedrijven eigenlijk niets in het opleiden en werven van meer vrouwen als mogelijke oplossing voor hun personeelsproblemen. Aanleiding voor onderzoekster mevrouw drs. H. H. W. Spaan om te starten met een adviesbureau speciaal bedoeld om vrouwen meer kansen te geven in technische beroepen. 'We merkten tijdens het onderzoek dat bedrijven de vrouwen niet weten te vinden en omgekeerd. Wij willen voor die bedrijven in samenwerking met de arbeidsbureaus de werving en selectie gaan doen. Verder denken we aan het organiseren van stageplaatsen voor vrouwen, advisering en training van sollicitatiecommissies en advisering op het terrein van kinderopvang, ouderschapsverlof en part-time werken.' Het bureau 'Support' gaat voorlopig met financiele steun van de proviciale en gemeentelijke overheid met drie medewerksters van start en moet over drie jaar zichzelf kunnen bedruipen. Tijdens het seminar werd tussen het bureau, Wilma bouw BV en woningbouwvereniging de Centrale Woningzorg uit Amersfoort een intentieverklaring getekend waarin de organisaties elkaar steun en hulp toegezegden.