Westerbork: een kamp van hoop en wanhoop

Kamp van hoop en wanhoop. Ieder graf heeft zijn gezicht. De programma's die rondom de Dodenherdenking dragen indrukwekkende titels. We weten wat er komt, en tegelijkertijd weten we het niet. Hoe mensen leefden en voelden in het kamp Westerbork, we zullen het nooit weten, hoeveel we er over lezen en hoeveel documentaires met overlevenden we ook zien.

Wat iemand voelt die wordt verraden en opgesloten, blijft ook als hij er de woorden voor vindt een mysterie. Feike Salverda sprak voor Veronique met W. A. H. C. Boellaard, betrokken bij de opbouw van de O. D., een ordedienst om de orde te handhaven na de bevrijding. Mei '42 verdween hij achter gevangenisdeuren. Hoe lang en waar doet er in Salverda's verhaal niet zo veel toe. Boellaard wordt door hem uitgehoord over het verhoor door Heydrich en Himmler, twee topmensen uit het Derde Rijk. Het klinkt naar sensatie, maar Salverda ziet kans om binnen de grenzen te blijven, zij het met moeite. De momenten waarop Boellaard brieven uit de gevangenis voorleest zijn het mooist, met de twee minuten stilte voor de Dodenherdenking, die er, om de NOS te beconcurreren, keurig op tijd in zitten. 'Aan welke doden denkt u dan?', niet echt een moment om kritiek op te spuien, maar integer is anders. Deze film had op een ander tijdstip uitgezonden moeten worden.

Lindwer stuurt het in de documentaire over Westerbork die hij voor de Tros maakte, niet zo rechtstreeks aan op het indrukwekkende moment. De toon is licht, het verhaal bitter, het slot even simpel als mooi. Lindwer's getuigen van het leven in Westerbork vertellen het altijd weer merkwaardige verhaal over het gewone leven dat doorging: school, clubs, werk, feestdagen, cabaret, muziek, verliefd, verloofd, getrouwd. Mensen overleven, ondanks de afschuwelijke transporten. Hoop en wanhoop vallen samen, en we begrijpen het wel en toch niet. Het lijkt of Lindwer gezocht heeft naar mensen die zonder bitterheid over hun soms jarenlange verblijf in Westerbork konden vertellen. Ze vertellen het verhaal van de hoop. Pas later in de zeventig minuten durende film blijkt keihard dat hoop en wanhoop de keerzijde's van een munt zijn. Het verhaal van de verpleegster over de te vroeg geboren baby, de specialist die er voor uit Groningen werd gehaald, de couveuse die kwam, de sondevoeding en de druppel cognac, de succesvolle zorgen, begeleid en gestimuleerd door de kampcommandant. Het keerpunt is wreed. 'Wij klampten ons vast aan die hoop. En dat mensje bleef leven!' Hoop, hoop, terwijl de wanhoop maar zo weinig weken verder ligt. 'Toen hij zes pond woog, is hij op transport gegaan. Voor de Arbeidseinsatz.' Er klinkt geen bitterheid in de stem die het vertelt. Het is een feit, een jaartal, zoals zoveel in Lindwers film. Maar de ontreddering die het achterlaat is moeilijk te vatten. Is dit het onbegrijpelijke begrijpen? Het is in elk geval wat Lindwer wil. Geen monument waar we in stilte en ontzag naar staren, geen tranen, geen indrukwekkende verklaringen. Wel het verhaal van wat er in Westerbork gebeurde ongelooflijk dichtbij en onontkoombaar.

Verhoord door Himmler, Veronique, 19.55 - 20.25 uur. Kamp van hoop en wanhoop, Ned 2, 20.45 - 21.55 uur.