Rolls-Royce en BMW samen in vliegtuigmotoren

ROTTERDAM, 4 mei - Het Westduitse autoconcern BMW heeft samen met het Britse Rolls-Royce een joint venture opgericht voor de produktie van vliegtuigmotoren in de civiele markt voor toestellen met 75 stoelen.

De nieuwe Duits/Britse joint venture, met 900 man personeel, wordt gevestigd in Oberursel bij Frankfurt. BMW krijgt een belang van 50,5 procent en Rolls-Royce een belang van 49,5 procent.

BMW-topman Eberhard von Kuenheim verklaarde gisteren dat zijn concern zich weer op een terrein begeeft dat de bekendheid van het concern sterk heeft bepaald: vliegtuigmotoren waren sinds de oprichting van BMW in 1916 tot in de jaren zestig het zwaartepunt in het produktieprogramma.

BMW heeft een belang van een procent verworven in Rolls-Royce, uit symboliek, om de relatie met Rolls-Royce te onderstrepen. Het Britse concern heeft geen plannen om aandelen BMW te kopen.

Sir Ralph Robins, vice-president van Rolls-Royce, verklaarde gisteren dat de nieuwe gezamenlijke onderneming de positie van de Europese bouwers van vliegtuigmotoren aanzienlijk zal versterken.

Van het Westduitse Klockner-Humboldt-Deutz kocht BMW gisteren de divisie KHD Luftfahrttechniek, met een omzet van 180 miljoen D-mark, voor een nog onbekende prijs, en brengt die onder in de gezamenlijke onderneming.

In de beginjaren van de onderneming was BMW uitsluitend een producent van vliegtuigmotoren. Auto's kwamen daar in de jaren twintig bij. In 1965 stapte BMW uit de luchtvaart, toen de nog resterende vijftig procent in deze divisie werd verkocht aan MAN. In 1969 ging MAN op in MTU, dat later werd overgenomen door Daimler-Benz.

BMW wordt behalve op het gebied van auto's nu ook met vliegtuigmotoren een concurrent van Daimler-Benz, het grootste Westduitse industriele concern. Daimler-dochteronderneming Motoren- und Turbinen Union (MTU) heeft onlangs met het Amerikaanse Pratt en Whitney, onderdeel van United Technologies, een overeenkomst gesloten om de activiteiten in de burgerluchtvaart te bundelen.

Rolls-Royce is een van de grote producenten van vliegtuigmotoren met een omzet van 2,96 miljard pond sterling (9,2 miljard gulden). Het concern telt 55.500 werknemers en behaalde vorig jaar een winst van 197 miljoen pond (612 miljoen gulden). Van de drie grootste bouwers van vliegtuimotoren komt de combinatie Rolls-Royce/BMW op de derde plaats, na het Amerikaanse General Electric (GE) en het Duits/Amerikaanse MTU/Pratt en Whitney.

GE ging onlangs een succesvol samenwerkingsverband aan met het Franse staatsbedrijf Snecma.

Overigens reageerde GE eerder dit jaar furieus op de samenwerking tussen MTU en Pratt en Whitney, de aartsvijand van GE, en sleepte moedermaatschappij Daimler voor de rechter in New York met de aanklacht dat de Duitsers de samenwerkingsovereenkomst tussen MTU en GE geschonden hadden.

BMW en Rolls-Royce willen in de komende tien jaar een miljard D-mark investeren in onder meer nieuwe vliegtuigmotoren.

Rolls-Royce werkt ook samen met de Nederlandse vliegtuigbouwer Fokker. Toestellen van het type Fokker 100, met ongeveer honderd stoelen, zijn uitgerust met motoren van Rolls-Royce. De Britse onderneming is een zogeheten risiocodragende partner in het F-100 project. In februari breidde Fokker de samenwerking met Rolls-Royce uit door de oprichting van een gezamenlijkelease-maatschappij voor vliegtuigmotoren.