Pronk: geld voor verlagen schuld Derde wereld

DEN HAAG, 4 mei - Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) wil geld van zijn begroting gebruiken voor verlichting van de schuldenlast van ontwikkelingslanden. Hij wil ontwikkelingsgeld voor schuldvermindering gebruiken als dit 'een katalyserend effect' heeft.

Hiervan is volgens hem sprake als door het aanbod van Nederlands ontwikkelingsgeld ook uit andere bronnen geld voor schuldvermindering beschikbaar komt. Schuldenlanden kunnen hiervoor in aanmerking komen als ze in hun beleid de nadruk verleggen naar programma's met een sociale of milieu-beschermende invalshoek.

Pronk zei dit gisteren op een besloten studiedag in Den Haag. De bijeenkomst was georganiseerd door Fondad, een initiatief van de vier Nederlandse mede financieringsorganisaties (Cebemo, Icco, Novib en Hivos) inzake het schuldenprobleem van de Derde wereld.

Pronks voorganger, Bukman, heeft een paar keer ontwikkelingsgeld beschikbaar gesteld aan landen om hun schulden aan particuliere banken op te kopen met grote kortingen op de zogenoemde tweedehands-schuldenmarkt. Dit gebruik van hulpgeld, dat na toepassingen in Zambia en Bolivia werd opgeschort, wil Pronk hervatten. Hij zei ook geld te willen gebruiken voor de omzetting van schulden in programma's voor milieubescherming en voor sociale programma's ten behoeve van armoedebestrijding.

Verder zei hij geld beschikbaar te willen stellen voor het wegwerken van betalingsachterstanden van ontwikkelingslanden aan het IMF en de Wereldbank. Het probleem van deze achterstanden staat dit weekeinde op de agenda van vergaderingen van het IMF en de Wereldbank in Washington. Het ministerie van financien, dat het beleid op dit gebied bepaalt, is terughoudend over Nederlandse steun aan landen met betalingsachterstanden.

Pronk verwees naar het programma van de PvdA, waarin een speciale paragraaf over schuldvermindering is opgenomen. Dit moet volgens het PvdA-programma niet op de begroting van ontwikkelingssamenwerking drukken, maar gefinancierd worden uit extra middelen. In het regeerakkoord is hiervoor evenwel geen geld uitgetrokken. 'Dat is een beperking', erkende Pronk, 'Maar omdat er geen extra geld voor is moeten we naar creatieve, constructieve oplossingen zoeken.' De voorzieningenpercentages hebben betrekking op 1988. Ze zijn het afgelopen jaar gemiddeld vijf procent verhoogd. In totaal bedroeg het bedrag dat de Nederlandse banken eind 1989 opzij hebben gelegd voor mogelijke stroppen op hun leningen aan schuldenlanden ongeveer 6,4 miljard gulden.