Ontoelaatbaar

'OVERHEID op afstand', luidt het trotse motto van het Nederlandse mediabeleid sinds de vorige minister Brinkman. De uitwerking die hij aan deze slagzin gaf maakte haar tot een lachertje. Maar dat doet er niet aan af datbeteugeling van de overheidsbemoeienis met de omroep een opdracht is van grondwettelijk kaliber. Deze laat speciale regulering van de omroep toe, maar niet meer dan strikt noodzakelijk is. Het grondrecht van de informatievrijheid is in de eerste plaats geschreven tegen de bemoeizuchtige overheid.

Wie had gehoopt dat de nieuwe minister voor hetmediabeleid d'Ancona dit beter zou hebben begrepen dan haar voorganger, komt bedrogen uit. In een notitie over lokale en regionale omroep betoogt zij 'dat aan de lagere overheden de bevoegdheid moet worden toegekend om ter plekke daadwerkelijk een mediabeleid te kunnen voeren'.

In dit kader wordt de bevoegdheid tot heffing van opcenten voor regionale omroep voortaan gelegd bij de provincie en kunnen ook de lokale overheden een omroepheffing invoeren. Dat (eindelijk) ook lokale en regionale reclame mogelijk wordt, weegt niet op tegen de bezwaren van de nauwe binding van omroep en bestuur op lokaal en regionaalniveau. Reclame wordt in de nieuwe opzet nooit meer dan een aanvullende bron van inkomsten. De omroep blijft dus afhankelijk van de publieke geldgever. Alle retoriek over het publieke bestel neemt niet weg dat de beoogde binding aan het lokaal of provinciaal bestuur de deur wagenwijd openzet voor oneigenlijke beinvloeding die de onafhankelijkheid van de niet-nationale omroep bedreigt. Dat geldt overigens ook voor de kranten of nieuwsbladen die een samenwerkingverband zoeken met de lokale of regionale omroep. Want ook die samenwerking zal onderwerp vormen van bestuurlijke bezinning en de daarbij behorende politieke aandriften. DE BESTUURLIJKE binding maakt het ook niet gemakkelijker de niet-nationale omroep af te stemmen op de behoeften van de consument. Er zijn 220 lokale en regionale omroepen. Rijkelijk veel voor een land als het onze, zou men zeggen. Is het werkelijk nodig om op elke plaats drie lagen omroep - nationaal, regionaal, lokaal - te hebben? Een herverkaveling dreigt nu illusoir te worden, want iedere bestuurslaag houdt natuurlijk vast aan zijn eigen speeltje. Ook nu al gelden er allerlei betuttelende inhoudelijke regels met betrekking tot samenwerking en nieuwsuitwisseling om de drie lagen toch maar vooral op hun plaats te houden.

De ontoelaatbare vervlechting van omroep en politiek in ons land is met reden betiteld als 'een atavistisch keurslijf'. Naarmate de schaarste aan kanalen - ooit een voorname reden voor regulering van de omroep - afneemt, gaat dat steeds meer knellen.