Middenveldspeelster Thate ster van aanval

SYDNEY, 4 mei - Roelant Oltmans, de bondscoach van het Nederlandse vrouwenhockeyteam, had vanochtend na de 3-0 zege op Spanje bij het wereldkampioenschap in Sydney nogal wat aanmerkingen op zijn speelsters. Hij vond dat in een te laag tempo was gespeeld en dat er veel meer had moeten worden gescoord tegen de matige tegenstander, die eerder met 7-0 van Zuid-Korea verloor. Over een speelster sprak Oltmans echter lovende woorden. Carole Thate, 18 jaar pas, maakte aan de linkerkant van de aanval veel indruk als vervangster van de ziek in het hotel achtergebleven Wietske de Ruiter.

Het opmerkelijke is dat Thate bij haar club Kampong op het middenveld speelt. Daarmee is meteen het probleem aangegeven waarmee het hockey in Nederland - en ook in de rest van de wereld - kampt. Spelers die meer met stick en bal kunnen dan de rest, worden meestal al in hun jeugdtijd bij hun verenigingen op de belangrijkste posities op het middenveld en in de defensie gezet. Dat heeft een gebrek aan kwaliteit van de spitsen tot gevolg, hetgeen duidelijk te zien is in de competities. Ook de nationale ploeg zit niet erg ruim in zijn aanvallers. Min of meer uit nood probeerde Oltmans met Pasen Thate in de wedstrijd tegen West-Duitsland uit als linkerspits. Dat ging goed. Thate scoorde zelfs.

Wereldspits

Volgens Oltmans kan Carole Thate uitgroeien tot 'een wereldspits', maar hij beseft dat de speelster straks in de hoofdklasse gewoon weer als middenvelder zal worden opgesteld. 'De clubs denken aan hun eigen belang', zegt de bondscoach. 'Dat is jammer, maar ik heb er begrip voor.' Als trainer-coach van Bloemendaal bevond Oltmans zich ooit in een soortgelijke situatie. Hij stelde Floris-Jan Bovelander op een andere plaats op dan deze destijds bij het Nederlands elftal innam. 'Thate zal haar ervaring als aanvaller dus bij Oranje moeten opdoen.' Thate, een allrounder, speelt trouwens zelf het liefst op het middenveld. Daar, weet ze, komt ze meer aan de bal dan in de aanval. 'Als spits ben je altijd afhankelijk van passes die je van de anderen krijgt.'

Lisanne Lejeune, de libero en cornerspecialist van Oranje, heeft daar altijd anders over gedacht. Zij is van origine een spits, maar werd wegens haar capaciteiten voor het WK '86 door de toenmalige bondscoach Gijs van Heumen naar het centrum van de verdediging gehaald als opvolgster van Fieke Boekhorst. Lejeune was destijds pas 22 jaar. Ze heeft lang proberen tegen te stribbelen, maar ze had geen andere keuze. 'Ik heb in die beginperiode steeds het gevoel gehad dat ik door die die ausputzerplaats in mijn mogelijkhewden belemmerd werd. Ik moest vlak achter de middenlijn staan, de ballen stoppen en meteen weer weg slaan.'.

Ex-bondscoach Van Heumen zat vanmorgen trouwens op de tribune in Sydney. Hij neemt deze week deel aan een seminar voor coaches in Australie.

Operaties

Tegenwoordig voelt Lejeune zich veel beter als laatste man. Zij heeft in het moderne hockey dan ook een vrije rol bij haar club HGC en het Nederlands elftal en mag 'opkomen' wanneer dat kan. Toch blijft ze aan een plaats in de aanval denken. De speelster weet echter dat ze daar na de operaties aan haar knie momenteel toch niet fit genoeg voor is. Oltmans: 'Ik denk dat Lejeune met een straffe mandekking er in de aanval niet zo makkelijk meer doorheen zou komen. Ze mist een bepaalde basissnelheid. Als laatste man is ze goud waard voor ons. Sommige acties van haar zijn briljant.' Lejeune doorbrak in de tweede helft tegen Spanje als opkomende 'laatste man' de lange periode van stilte. Nederland bleef na de 2-0 (fraaie treffers van Benninga en Thate) in de eerste 35 minuten steken. Veel kansen werden gemist. Mieketine Wouters sloeg zelfs een strafbal op de buitenkant van de paal. Lejeune zorgde drie minuten voor tijd alsnog voor een marge van drie door de bal achter de Spaanse keepster Mario Gonzalez in de kruising te slaan. Het was haar derde doelpunt tijdens dit zevende WK voor vrouwen.