Meer lezen

Het gaat weer wat beter met de verkoop van 'algemene boeken'; dat is deze week in een opinieblad met staafdiagrammen overtuigend aangetoond. Ik weet niet wat de oorzaken zijn. Dit is het tekort van staafdiagrammen: je ziet wel het dat, maar niet het waardoor, en zeker als het ergens beter mee gaat ben je geneigd het waardoor wel te geloven. Staafdiagrammen geven in eerste aanleg de overtuiging dat je niet meer hoeft te lezen. Later, als je de grafisch verstrekte gegevens wat nader op je laat inwerken, denk je: Hee, hoe zou dat komen? Dan is het vaak te laat omdat je de krant voorbarig in de trein hebt laten liggen. Zo is het mij deze keer weer eens gebeurd.

Die nacht lag ik in bed nog wat over de stijgende lijn in de verkoop van algemene boeken na te denken. Zou het mogelijk zijn dat de dalende lijn, de jaren daaraan voorafgaande, was veroorzaakt door mensen die in de aanschaf van een paar boeken waren blijven steken? Toen het onlangs veertig jaar geleden was dat Gerard Kornelis van het Reve's De Avonden verscheen, werd het duidelijk dat uit dit boek in de loop van de tijd een ware industrie was gegroeid. Specialisten wisten precies aan te wijzen wie wie was, waar ze hadden gelopen en hoe het verder was gegaan. Daarover werden series geschreven, men overtroefde elkaar met de naderste gegevens, mensen begroetten elkaar met Hoeiboei of zeiden: Het hoofd is een zweer en wisselden een glimlach van verstandhouding. Als ik in het boekenvak mijn geld had verdiend, zou ik hebben gedacht: 'Dit zijn mensen die de afgelopen veertig jaar maar een algemeen boek hebben gekocht.'Een enkele keer kom ik iemand tegen die zich indertijd ten doel had gesteld, het tot de beste kenner van Winnie the Pooh te brengen. Wordt het nog verkocht, dit boek van A. A. Milne met de illustraties van E. H. Shepard? Als ik later langs een etalage van Laura Ashley liep, dacht ik aan Winnie the Pooh maar vooral ook aan die kleine specialisten die op de lagere school het verschil tussen de Weezel en de Woozel op hun duimpje kenden en die later zijn getrouwd met meisjes die zich in Laura Ashley gewaden verstopten. Allemaal mensen van een boek.

Sommige literatuur leidt tot exclusieve clubvorming. J. R. R. Tolkien is op die manier in het begin van de jaren zestig de aartsvader geworden van de Ringkenners. Je hoort er niet zoveel meer van, maar straks zal het zoveel jaar geleden zijn dat hij werd geboren of dat The hobbit is verschenen en dan zal zeker blijken dat zijn aanhang niet heeft stilgezeten. Terwijl ik dit schrijf krijg ik het vermoeden dat vooral het werk van Britse schrijvers tot clubvorming leidt. Het zou me niet verbazen als Alice in Wonderland een geheim genootschap van verstandhouding had. I'm late, I'm late, zegt de een. Off with his head, is het antwoord. Lewis Caroll, Edward Lear: grote schrijvers, maar ook oorzaken van de clubvorming die tot stagnatie in de verkoop van algemene boeken heeft geleid.

Het is iets anders dan het oprichten van een genootschap om een bepaalde schrijver te bestuderen. Je hebt wel gesprekken waarin de ene Celine-kenner de andere vraagt: 'Denk je nog weleens aan wat Parapine over Napoleon vertelde?' waarop het antwoord luidt: 'Natuurlijk, bijna iedere dag!' maar dat is geen uitwisseling van clubteksten die een onbestemde behaagelijkheid veroorzaakt. Het is communicatie. De bestudering van schrijvers, ook in een genootschap, verruimt de kennis en dit vindt weer zijn neerslag in nieuwe publikaties. Men raadpleegt ook auteurs die aan de bestudeerde verwant zijn, de sneeuwbal rolt en de verkoop van algemene boeken vertoont een stijgende lijn. Met clubvorming wordt het tegendeel bereikt.

Hoe is het met andere Nederlandse schrijvers dan Reve gesteld? Meer club dan studie, denk ik. Terwijl ik nog altijd in bed lag, kwam er een voetbalwedstrijd voor m'n geest. Er werd 'rond gespeeld'. Met bewegingen die een leeftijd van routine verrieden, schoven de spelers van die club elkaar op het middenveld de bal toe; de tegenpartij kwam er niet meer aan tepas. Was er nog wel een tegenpartij? Opeens: Knal! Hij zat erin! Doelpunt!De Menselijke Waardigheid.

De enige remedie tegen clubvorming is: meer lezen. Alleen door meer te lezen kan een mens erachter komen dat er buiten zijn club nog meer gedacht is. Het is ook goed voor de omzet van algemene boeken.

PS. Op een kinderpagina vermijd ik de voetnoten. De appels en perenproef is naverteld uit De boeken van William die ik niet heb. Zelfs de naam van de schrijver kan ik niet achterhalen. Is er iemand die weet wie dat is?