Leiders hielden vast aan orientatie op Iran uit de tijd van Ben Gurion; Israel negeerde in 1985 signaal uit Irak

TEL AVIV, 4 mei - 'In 1985 heeft Israel een kans op toenadering tot Irak door de vingers laten glippen. Dat is een ernstige beoordelingsfout geweest waarvan we nu de gevolgen moeten dragen', zegt reserve-generaal Binjamin Ben Eliezer, de socialistische vice-voorzitter van de Knesset-commissie van buitenlandse zaken en defensie.

Op het hoogtepunt van de oorlog tussen Iran en Irak stak de Iraakse president, Saddam Hussein, zijn voelhorens naar Israel uit. In Londen had toen op Iraaks initiatief een gesprek plaats tussen een hoge Iraakse persoonlijkheid en een invloedrijke Israelier.

Israel negeerde volgens Ben Eliezer dit 'belangrijke Iraakse signaal', omdat de Israelische leiders vasthielden aan de uit de tijd van David Ben Gurion stammende orientatie op Iran. (Iran, Ethiopie, de Koerden in Irak en de christenen in Libanon waren de pilaren waarop de Israelische omsingelingsstrategie van de Arabische wereld rustte.) De mogelijkheid tot een dialoog tussen Jeruzalem en Bagdad werd op een voor Israel gunstig moment door 'kortzichtigheid in de kiem gesmoord'.

'Als we verstandig waren geweest zou het Israelisch-Arabische conflict een geheel andere wending hebben gekregen', aldus generaal Ben Eliezer. Zolang Irak, met Egypte, deel blijft uitmaken van de pragmatische stroming in de Arabische wereld is volgens hem de kans op een vergelijk met deze sterkste regionale mogendheid na Israel niet geheel uitgesloten. In 1985 was Irak echter dermate gefixeerd op de oorlog met Iran dat de Palestijnse kwestie een positieve verstandhouding met Israel niet in de weg had hoeven te staan. Die fase is echter afgesloten. Irak is nauwer dan ooit bij de Palestijnse kwestie betrokken via de bescherming van zijn bondgenoot Jordanie tegen het in rechtse Israelische kringen veld winnende idee dat 'Jordanie Palestina is' De optie van een op zichzelf staand Israelisch-Iraaks vergelijk kan volgens generaal Ben Eliezer rustig worden afgeschreven.

De zege van Irak op Iran heeft tot een ingrijpende wijziging van de strategische balans in het Midden-Oosten geleid. Wegens de snelle Iraakse raketbewapening, de chemische en biologische wapens in het arsenaal van Bagdad en de ontwikkeling van een Iraakse atoombom wordt Israel geconfronteerd met een nieuw 'evenwicht van de terreur'. Het verbale sabelgekletter van president Saddam Hussein aan het adres van Israel leidt de aandacht af van de potentieel gevaarlijker Syrische dreiging. Syrische raketten bestrijken heel Israel en de Syrische voorraden chemische en biologische wapens zijn het tienvoudige van wat Irak onder de grond heeft opgeslagen. Eventuele verzoening van de Syrische en Iraakse Ba'ath-regimes als uitvloeisel van de deze week door de Egyptische president, Hosni Mubarak, in Damascus begonnen bemiddelingspoging zou Israels strategen voor nieuwe problemen stellen. Zou dat het begin zijn van herstel van het 'Oostelijke front' tegen Israel? Gaat de Arabische wereld zich weer verenigen tegen Israel uit angst voor de zich bijna per maand verdubbelende joodse immigratie uit de Sovjet-Unie (10.000 immigranten in april, 20.000 worden in mei verwacht en volgens de voorspelling van Nathan Sjtsjaranski komen er in 1990 250.000) of is de Egyptische president uit op inter-Arabische verzoening om Israel met medewerking van de VS en de Sovjet-Unie vrede op te leggen? De kernvraag is volgens generaal Ben Eliezer of Israel in de Israelisch-Arabische verhouding zijn afschrikwekkende militaire overmacht verliest. Volgens hem is dat absoluut niet het geval, maar president Saddam Hussein denkt er anders over. De introductie van lange-afstandsraketten die met chemische en biologische wapens kunnen worden uitgerust geeft de Iraakse leider een 'vals gevoel van veiligheid' tegen een mogelijke herhaling van het Israelische bombardement van de Iraakse atoomreactor bij Bagdad of een aanval op andere strategische doelen.

Nadrukkelijk zegt generaal Ben Eliezer dat 'Irak niets van Israel heeft te vrezen. Israel zoekt toenadering tot Irak'.

Maar zal president Saddam Hussein zo'n geruststellende Israelische verklaring van deze Israelier - 'ik weet wat ik zeg' - geloven? De beoordeling van de persoonlijkheid van de Iraakse leider aan de top van de strakke machtspiramide in Bagdad is in dit verband van groot belang. Generaal Ben Eliezer, zelf in Irak geboren, zegt dat 'Saddam Hussein niet gek is en evenmin impulsief'. Zijn angst voor Israel grenst niettemin aan het paranoide. 'Een geslaagde Israelische militaire actie tegen Iraakse strategische doelen haalt hem van zijn voetstuk', zegt generaal Ben Eliezer. 'De glorie van de zege op Iran ligt dan met Saddam Husseins prestige in duigen. Dat moet voor hem wel een obsessie zijn, omdat hij kan anticiperen waartoe wij in staat zijn.'

Generaal Ben Eliezer herhaalt wat eerder deze week het hoofd van de Israelische militaire inlichtingendienst zei, namelijk dat 'Israel precies weet wat hij (Saddam) waar doet'. Israel begrijpt dat Iraks opbouw van zijn oorlogspotentieel in een bredere regionale context moet worden gezien en nog steeds wordt ingegeven door het voortdurende conflict met Iran, het watergeschil met Turkije en het vurige verlangen het leiderschap van de Arabische wereld op zich te nemen.

Mocht Saddam zijn zenuwen niet meer de baas zijn en na of anticiperend op een Israelische actie tegen strategische doelen in Irak Israels bevolkingscentra met chemische of biologische wapens bestoken, dan moet hij volgens generaal Ben Eliezer op een 'verschrikkelijke Israelische reactie' rekenen. 'Als hij denkt dat wij ongestraft twintig- of dertigduizend doden zullen tolereren heeft de Iraakse president het aan het verkeerde eind.'