Keurmeesters KEMA hebben mondiale amibities

ARNHEM, 4 mei - Drieenzestig jaar na de oprichting is de NV tot keuring van elektrotechnische materialen nog steeds welbekend van het KEMA-keur op huishoudelijke apparaten en van het strenge ingenieursoog op de elektriciteitscentrales en hoogspanningslijnen. Het instituut was tientallen jaren vrijwel uitsluitend verbonden met elektriciteitsproducenten, de vaste aandeelhouders, waarvan het de helft van haar inkomsten kreeg in de vorm van vaste, jaarlijkse bijdragen.

Vorig jaar heeft zich een dramatische wijziging voorgedaan op het prachtige Arnhemse landgoed waar de KEMA zetelt als gevolg van de nieuwe Elektriciteitswet. 'Voor ons een cultuurschok', zegt dr. ir. Hans Kleijn, ex-hoogleraar reactorfysica in Delft en Michigan die de KEMA sinds vorig jaar als hoofddirecteur leidt. 'We zijn de vrije markt opgegaan en werken nu net zoveel buiten het circuit van de elektrische spanning als daarbinnen.' Voor Kleijn persoonlijk is de omschakeling van instituut naar onderneming niet groot, want na zijn wetenschappelijke carriere heeft hij als manager en directeur aan het hoofd van verschillende andere bedrijven gestaan.

KEMA heeft vorig jaar haar vleugels uitgeslagen naar aanverwante sectoren als de telecommunicatie, informatica en software, waarvoor keuringen en certificatie worden uitgevoerd. Verder is het bedrijf actief geworden op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, technische advisering en ingenieurswerk op milieugebied, scheiding, berging en hergebruik van afvalstoffen. Ook bij de eindberging van kernafval in Borssele is het bedrijf nauw betrokken, evenals bij advisering over nieuwe, 'inherent veilige' kerncentrales die in Amerika worden ontwikkeld. Voor het eerst moest KEMA het vorig jaar stellen zonder de vaste bijdragen uit de elektriciteitswereld, maar het financiele gat werd praktisch geheel opgevuld met opdrachten en de bedrijfswinst werd opgevoerd door meer efficiency. De 1200 medewerkers van KEMA, voornamelijk hooggeschoolde technici, worden met trainingen rijp gemaakt voor het commerciele krachtenspel. 'Ze moeten nu veel zelfstandiger werken en heel anders denken', zegt Kleijn. 'Een paar jaar geleden was het de directeur die hun salaris betaalde, nu is dat in feite de klant. Maar een belangrijke voorwaarde staat hierbij centraal: we doen geen concessies aan onze integriteit, aan de kwaliteit van ons werk. Een installatie of een produkt wordt goedgekeurd of niet. Daarbij laten we ons door niemand beinvloeden. Het is net als met de zwangerschap, je bent het of je bent het niet. Er komt geen schakelaar uit Pakistan Nederland binnen zonder een Kema-test. We keuren regelmatig spullen af.' De degelijkheid van het KEMA-keurwerk is volgens Kleijn internationaal erkend. In Nederland is de tijd dat de elektriciteitsvoorziening door storingen wordt onderbroken (bij elkaar 30 minuten in tien jaar) de helft korter dan in omliggende landen. Buiten West-Europa kunnen de stroomstoringen oplopen tot twee a drie uur. In 45 landen is KEMA werkzaam met keuringen in de elektriciteitssector. Vorig jaar sloot het bedrijf overeenkomsten af met Canada en Japan waardoor het nu voor de Canadese markt en voor de Japanse export als keurmeester mag optreden.

Terwijl vrijwel elk ontwikkeld land een keuringsinstituut heeft, beheerst KEMA 70 procent van de wereldmarkt voor onafhankelijke keuringen van hoogspanningsinstallaties. 'Wij hebben het grootste en beste testlaboratorium voor hoogspanning ter wereld', zegt Kleijn. 'Dat komt doordat de kennis op dit gebied zeer beperkt is en de noodzakelijke investeringen hoog. Bovendien is er internationaal een hergroepering van de elektromechanische industrie aan de gang. Nieuwe concentraties als de multinational ABB en Siemens-Franatoom willen hun produkten goed getest hebben. Wij werken voor alle grote bedrijven.'

Een belangrijke uitbreiding wist KEMA vorig jaar te boeken door een overeenkomst met het kortsluitlaboratorium in Xihari (Volksrepubliek China) waardoor in dat land met de technische kennis uit Arnhem nu KEMA-certificaten voor hoogspanningsmaterialen worden uitgegeven.

De komende jaren wil KEMA zes tot acht procent per jaar in omzet groeien, exclusief het effect van mogelijke nieuwe overnemingen. Dr. Kleijn acht die doelstelling realistisch, gezien het programma voor vernieuwing van bijna een derde van de Nederlandse elektriciteitscentrales en de kansen in het buitenland. 'KEMA coordineert de verkoop van kennis op elektriciteitsgebied naar het buitenland. We zijn in gesprek met Indonesie over vernieuwing en uitbreiding van de netten. In de Skandinavische landen, in Soedan en Taiwan zijn we al bezig. Taiwan adviseren we ook over hergebruik van reststoffen, bijvoorbeeld vliegas.' Kleijns ambities reiken nog wat verder: 'We zijn nu bezig ons eigen vermogen te laten groeien om risico's die we vroeger nauwelijks liepen, te kunnen accepteren. Het moet uiteindelijk naar een winst van 10 a 15 miljoen per jaar.'

Een niet onbelangrijke bijdrage komt dit jaar uit de Verenigde Staten. Gisteren hebben de aandeelhouders van KEMA toestemming gegeven voor de overname van het kortsluitlaboratorium Powertest Inc. in Philadelphia, dat vorig jaar nog een omzet van 2,5 miljoen dollar haalde.

Op wat langere termijn verwacht Kleijn ook meer werk van een uitbreiding van kernenergie. 'Je merkt dat er een kentering in het jarenlange negatieve denken over kernenergie komt. Dat heeft te maken met de politieke wens in veel landen om een gevarieerd pakket van energiedragers te hebben, maar ook met de enorme hoeveelheid afval die je krijgt van al die kolencentrales, de radio-activiteit die dat oplevert, de verzuring en de zwavel. Het besef zal doordringen dat kernenergie best een veilige en beheersbare aangelegenheid is. Naar mijn mening is er nu al een goede technische oplossing voor de eindberging van het kernafval en de veiligheid van centrales.'