Geen wrok op gijzelaarsdag in 'Gestel'

SINT-MICHIELSGESTEL, 4 mei - In het Brabantse dorp Sint-Michielsgestel was in de Tweede Wereldoorlog het kamp Beekvliet gevestigd. Daar zaten tussen mei 1942 en september 1944 enige honderden Nederlandse mannen als gijzelaar voor de Duitsers. Ze konden 'op afroep' worden gefusilleerd, wat uiteindelijk vijf van hen overkwam. 'De Duitsers noemden ons Vorbeugungshaftlinge. Het was aan ons de vrede te bewaren', zoals gisteren een van de ex-gijzelaars, de oud-griffier der Tweede Kamer mr. M. de Neree tot Babberich zei. 'Anders werden we dood geschoten.' De Neree was een van de zes oud-gevangenen die een door W. L. Brugsma geleid gesprek voerden met zes leerlingen van het gymnasium Beekvliet in Sint-Michielsgestel. Het gymnasium was vroeger op de plaats van het kamp gevestigd. Toen was het nog het klein-seminarie van het Bossche bisdom. Het bestaat 175 jaar en herdacht dat onder meer met een 'gijzelaarsdag'. Aan de kwaliteit van de gespreksleider lag het niet. Ook niet aan die van de gijzelaars of de leerlingen, maar de inzet, zoals Brugsma zei, namelijk 'het overbruggen van een generatiekloof', bleek een brug te ver. De grootvaders, zoals ze werden genoemd, zaten met hun herinneringen, die ze meestal onderkoeld vertelden, de kleinkinderen met de overlevering. Slechts twee maal was er iets van emoties te merken. Dat was toen een van de gijzelaars vertelde hoe op een nacht zaklantaarlicht op zijn gezicht scheen toen de Duitsers op zoek waren naar mensen, die ze gingen fusilleren. En toen hij op verzoek met gebarsten stem een deel zong van het beroemde Gijzelaarslied.

Doorbraak

Overigens bleek 'de geest van Gestel', waarmee de in het kamp ontwikkelde gedachten over een politieke hervorming na de oorlog werden aangeduid, goeddeels terug in de fles. In Beekvliet zat de fine fleur van de Nederlandse natie gevangen, onder wie mensen als Schermerhorn, Banning, Algra, Van der Goes van Naters, Drees, Geyl, Van Duinkerken en Vestdijk. Er waren plannen uitgebroed voor een volksbeweging, die na de oorlog de rol van de politieke partijen had moeten overnemen. In het kamp was voor korte tijd een einde gekomen aan de verzuiling, die na de oorlog overigens weer direct werd hersteld.

Ex-gijzelaar prof. dr. H. Brugmans, tot zijn emeritaat rector van het Europa-college in Brugge en de man die in het Gestelse beraad een behoorlijke partij meeblies, zei: 'We hadden een radicalere doorbraak gewild. We hadden vastgesteld dat de tijd van de confessionele partijen voorbij was. In die overtuiging waren we gesterkt omdat we ons allen tegen het heidendom van het nationaal-socialisme moesten verzetten. Een grote fout was dat we de politiek van Nederland in een internationaal vacuum concipieerden. Schermerhorn (de eerste premier na de oorlog, red.) heeft met onze ideeen eenvoudig geen poot aan de grond gekregen', aldus Brugmans, destijds opgepakt omdat hij voorzitter was van het SDAP-instituut voor arbeidsontwikkeling.

Ex-gijzelaar ir. Frits Philips deed kort na de pauze een poging 'de eer van Gestel' alsnog te redden. Nadat hij zich als niet-forumlid meester had gemaakt van de microfoon en forumleider Brugsma toebeet: 'Ik was gijzelaar, u niet', zei hij: 'Wat ons in het kamp heeft bewogen, waren de crisis van de jaren dertig en de enorme werkloosheid. We vroegen ons af hoe we dat in de toekomst konden voorkomen. Het resultaat was dat we elkaar na de oorlog niet in de haren zijn gevlogen maar dat we samen naar oplossingen hebben gezocht voor de sociale nood en de wederopbouw.'

Anti-Duits

Brugsma vroeg de jonge generatie wat ze dacht van de golf van herdenkingen en hoe ze tegenover de Duitsers staan. 'De herdenkingen hebben', zei een meisje van klas zes, 'zijn nut, maar het is alleen jammer dat je voor de derde keer naar de film de IJssalon op de tv moet kijken'.

Een jongen: 'Ik voel alleen maar wrok op voetbaltechnisch gebied'.

Een meisje: 'Ik heb niks tegen Duitsers. Ik vraag me trouwens af wat wij gedaan hadden als hier een Hitler was opgestaan'. Bij de ex-gijzelaars viel het nogal mee met anti-Duitse gevoelens. Zo zei ir. A. R. van Liempt, in het kamp bekend als 'de uitvinder', later directeur van de zinkfabriek Budelco: 'Ik ben nooit heel erg anti-Duits geweest. Alleen toen het de verkeerde kant opging. Een Duitse auto of televisietoestel moet ik niet evenmin als een Japanse. Dat gun ik ze niet'. Philips glunderde.

    • Max Paumen