De volkse toon van Walesa bevalt de Polen steeds minder

WARSCHAU, 4 mei - Lech Walesa lijkt zijn hand te hebben overspeeld: bij presidentverkiezingen, zo blijkt uit een opiniepeiling van een Poolse krant, zou de grote kleine man uit Gdansk op dit moment op een schamele vierde plaats eindigen - achter premier Tadeusz Mazowiecki, tegen wie hij zich zo graag afzet, achter de fractieleider van Solidariteit, Bronislaw Geremek, het prototype van de intellectueel tegen wie hij op het recente congres van Solidariteit nog zo schamper uitvoer, en zelfs nog achter de zittende president, Wojciech Jaruzelski, het laatste belangrijke restant van het verdwenen socialisme en al bijna een decennium voor elke rechtgeaarde Poolse democraat het symbool van alles wat rood en lelijk is. Lech Walesa lijkt, sinds hij enkele maanden geleden de bal zelf aan het rollen bracht door steeds luider te roepen dat hij geen president wil worden tenzij het volk dat wil, verkeerd te hebben gegokt.

De historische zege op het socialisme bij de verkiezingen van juni bracht Mazowiecki aan de macht en drong Walesa, superman van Solidariteit en verpersoonlijking van het verzet in de jaren tachtig, naar de zijlijn. Niet langer was hij het die exclusief namens de zo lang onderdrukte Polen sprak, er kwamen anderen: Mazowiecki, Geremek, Kuron. Walesa werd een symbool b.d. En als Walesa ergens niet tegen kan, dan is het een rol in de marge. Hij kreeg, begin dit jaar, opeens grote haast. Luttele weken nadat Mazowiecki's hervormingen op gang waren gekomen begon Walesa afstand te nemen tot 'zijn' regering, begon hij zachtjes te sputteren dat het de regering niet kan schelen dat die hervormingen de Polen collectief zo'n pijn doen en begon hij zich sterk te maken voor het presidentschap. Als president immers zou hij doen wat elke Pool hem het liefst ziet doen: de regering opjagen in de richting van 'echte' veranderingen en, zoals dat in het Poolse spraakgebruik anno 1990 is gaan heten, 'dieven vangen', de lelijke ex-communisten die zich als managers in de nomenklatoera-bedrijven hebben genesteld die na de val van het oude systeem zijn opgericht uit de bezittingen van de verdwenen communistische partij.

Walesa, zo schreef vorige week Slawomir Majman in het blad Warsaw Voice, heeft een ziel, zo uitgestrekt als de Oekraiense steppe: hij is een volbloedpopulist die weet wat de Polen willen horen en gedraagt zich daarnaar. De Polen hebben het gevoel vorig jaar een zege te hebben geboekt waarvan de vruchten almaar uitblijven en zien graag dat het goede nu eens wordt beloond en het kwade gestraft. En dus laakt en looft Walesa, hij deelt goede en slechte cijfers uit, altijd in de taal die de gewone man aanspreekt, hij grossiert in gratuite beloften, hij zal als het moet nog eens over het hek springen, hij zal die dieven wel vangen, want de huidige president doet 'niets' en de regering 'te weinig'; alleen hij, Lech Walesa, de drakendoder uit Gdansk, kan en wil Polen nog eens redden, alleen hij staat pal voor het volk.

De val van het socialisme werd het begin van een spectaculaire daling van de populariteit van Lech Walesa, een daling die nog eens werd versterkt door zijn manifeste gebrek aan eerbied voor democratische spelregels, zijn autoritaire optreden en zijn botte en ondoordachte uitspraken die vaak neerkwamen op blunders die men een vakbondsleider misschien nog kan vergeven, maar die uit de mond van een president nu eenmaal anders klinken en dan staatsflaters worden, over Duitsland, over de Sovjet-troepen in Polen, over de Westerse houding tegenover Polen, over de Poolse economie, over de regering, over de bevoegdheden van het parlement.

Lech Walesa heeft bovendien de pech het politieke toneel te delen met twee andere hoofdpersonen, Wojciech Jaruzelski en Tadeusz Mazowiecki, die zich beiden, ieder op zijn eigen manier, indrukwekkender gedragen dan de volkstribuun in Gdansk met zijn makkelijke beloften en zijn eeuwigdurende bereidheid 'weer over het hek te springen'. Jaruzelski torst nog steeds de last van een lelijk verleden: hij is nog altijd de man van de staat van beleg. Maar hij weet dat en gedraagt zich ernaar. Niemand kan Jaruzelski verwijten een slecht president te zijn: hij houdt zich op de achtergrond, is loyaal aan Mazowiecki's regering, werkt mee en is als president betrouwbaar. Er is, zoals de columnist Daniel Passent onlangs schreef in het blad Polityka, in Polen geen serieuze kracht tegen Jaruzelski. En naarmate Jaruzelski vaker bewijst Mazowiecki niet dwars te zitten daalt het aantal Polen dat naar zijn vervanging verlangt.

Mazowiecki belichaamt in het post-socialistische Polen het fatsoen, de integriteit, de moed om drastische maar noodzakelijke maatregelen te nemen en de moed om de waarheid te zeggen, de hele waarheid. Mazowiecki, schreef Passent, is populair zonder het te willen zijn en zonder ernaar te streven, hij houdt zich - anders dan Walesa - ver van demagogie en slogans, hij probeert - anders dan Walesa - niet zijn positie te versterken door anderen aan te vallen en hij is loyaal aan zowel Solidariteit als de andere partners in de regering. Mazowiecki, aldus Passent, doet niet aan triomfalisme en opstokerij, hij maakt niet, zoals Walesa, verschillen groter maar verkleint ze, zoekend naar verzoening. Naast Lech Walesa is Tadeusz Mazowiecki een man van de rede en de verantwoordelijkheid, een man die het land serieus neemt, een man die betrouwbaarheid uitstraalt, stabiel, bescheiden, eerlijk, integer. Naast Tadeusz Mazowiecki is Lech Walesa daarentegen een hemelbestormer die graag populair wil zijn, een volksmenner, boos en onrijp, een dictator in de dop, goedbedoelend misschien, maar onbescheiden enegomaniakaal: een man zonder zelfbeperking.

Walesa's verlangen Jaruzelski uit de ambtswoning van de Poolse president, het Belweder, te verdrijven is ingegeven door het verlangen het beleid van de regering te veranderen, en dat kan gevaarlijk zijn: Mazowiecki probeert een nieuw Polen te bouwen op betrouwbare structuren - en daarvoor is tijd nodig, Walesa probeert een nieuw Polen te bouwen op het ongeduld van de gewone man. Dat, zo zei Mazowiecki onlangs nog op het congres van Solidariteit, levert de verleiding van demagogie en populisme op en kan Polen het drijfzand van de snelle, maar ondoordachte besluiten binnen voeren. Een Polen onder president Walesa zal een ander Polen worden: radicaler, rechtser, conservatiever, nationalistischer, geslotener. Het begint er op te lijken dat behalve Mazowiecki ook een meerderheid van de Polen dat niet wil.

    • Peter Michielsen