CONSTANDINOS KARAMANLIS; 'Een vriend uit oude tijden'

ATHENE, 4 mei - 'Er kwam een vriend uit oude tijden' is het lievelingslied van de 83-jarige Constandinos Karamanlis die vanmorgen door het Griekse parlement is herkozen als president van de republiek na een tussenperiode van vijf jaar en twee maanden. Het is een lied dat op hemzelf slaat, in ieder geval op de rol die hij in 1974 heeft gespeeld toen hij na de ineenstorting van de kolonelsdictatuur werd teruggeroepen uit Parijs door de gekeken, die zich herinnerden dat hij als premier wel autoritair en veeleisend was geweest maar nooit een dictator.

Karamanlis vormt de meest stijlvolle belichaming van een Griekse successtory. Afkomstig uit een groot en arm gezin in het Macedonische tabaksgebied ging hij tegen de wil van zijn vader, een dorpsonderwijzer, in de politiek nadat hij de kans had benut, rechten te studeren. In 1935 vertegenwoordigde hij voor het eerst de rechterzijde - toen 'Volkspartij' - in het parlement.

Na de dictatuur Metaxas en de bezetting nam hij deze draad weer op. Zijn eerste populariteit verwierf hij als minister van openbare werken in de regering van maarschalk Papagos 1951-'55, toen hij op eigen houtje en eigenhandig de rails ging verwijderen van de, in Athene uit de gratie gevallen, tram. Een initiatief overigens dat 35 jaar later door milieugroeperingen wordt betreurd.

Na de dood van Papagos in 1955 streden twee raspolitici, Kanellopoulos en Stefanopoulos, om de opvolging, maar de keus van koning Paul en vooral koningin Frederika viel op de ondernemende Macedonier die tot ieders verbazing als 'derde hond' ermee vandoor mocht gaan.

Hij richtte een nieuwe rechtse partij op en voerde, met diverse systemen verkiezingen winnend, achtereenvolgens drie regeringen aan, totdat de moordaanslag op de linkse afgevaardigde Lambrakis en een daaropvolgend conflict met koningin Frederika in juni 1963 tot zijn aftreden leidden. In november van dat jaar verloor hij de verkiezingen van 'de Oude', de liberale Centrumleider George Papandreou, waarna hij het land verliet. Voor de rol van oppositieleider was hij niet in de wieg gelegd.

Van 1964 tot 1974 loopt volgens Karamanlis alles mis, omdat hij niet meer meedoet. Eerst de 'demagogie' van de oude Papandreou, daarna de anomalie van de dissident-liberale 'koninklijke' kabinetten, tenslotte de kolonelsdictatuur. Wie Karamanlis kort na de staatsgreep in 1967 in Parijs opzocht, trof een spottend lachende man aan. Met laconieke, steeds kritischer wordende verklaringen liet hij van tijd tot tijd blijken dat hij de situatie nog wel volgde.

In 1974 feestelijk ingehaald, leidde hij een kabinet van Nationale Eenheid en na de verkiezingen, die hem de ongekende meerderheid van 54 procent gaven, een regering van de, door hem inmiddels opgerichte partij Nieuwe Democratie, een bewind dat na de verkiezingen van 1977 met aanmerkelijk geslonken meerderheid werd voortgezet. In 1980 liet hij zich door de rechtse parlementsmeerderheid kiezen tot president van de republiek.

Hoe onberispelijk zijn samenwerking met de in 1981 premier geworden socialistische leider Andreas Papandreou ook was geweest, deze liet hem op hoogst onsierlijke wijze en op het allerlaatste moment vallen toen hij zich in maart 1985 opmaakte, zijn ambtstermijn voor vijf jaar te continueren. Zijn opvolger Sartzetakis heeft hij nooit willen ontmoeten en hij zal dat waarschijnlijk ook nu zien te vermijden.

In de afgelopen vijfjarenperiode heeft hij dezelfde taktiek toegepast als in het decennium 1964-'74: van tijd tot tijd snijdende, sarcastische verklaringen. Verder veel, heel veel golfspel en elke zondag een middagmaaltijd in restaurant Leonidas, waar men hem kon bewieroken. Zijn verklaringen bleven afstandelijk klinken. Zijn ook al legendarische butler Theodoros nam alle telefoontjes aan. In werkelijkheid bereidde Karamanlis alleen maar zijn terugkeer voor en een revanche op degenen die hem hadden weggewerkt.