Archeologische vondsten in Peru; Een smalle trap naar vroeger

Tot voor kort dachten de meeste archeologen dat de oudste indianenbeschavingen werden gesticht in Mexico. Of was het misschien toch Peru? De laatste tien jaar zijn daar de overblijfselen van fabuleuze bouwsels aangetroffen. Ferry Versteeg reisde naar de woestijn, hield zich uitgemergelde waakhonden van het lijf en wandelde met archeoloog Richard Holmberg naar El Paraiso, een vierduizend jaar oude nederzetting. 'Wat zou het schitterend zijn om hier een beschermd park van te maken.' Mexico en Guatemala golden lange tijd als de bakermatten van de grote indianenbeschavingen op het westelijk halfrond. In het Centraal-Mexicaanse kustgebied nabij de Golf van Mexico verschenen vanaf 1200 voor Christus de mysterieuze Olmeken, die in dat moerassige gebied reusachtige, metershoge mensenhoofden van steen achterlieten. En in Zuid-Mexico en het aangrenzende Guatemala werden vanaf 1500 voor Christus de eerste tekenen zichtbaar van de fantastische Maya-cultuur.

Lange tijd concentreerden archeologen op deze gebieden hun aandacht. Maar het afgelopen decennium hebben velen hun werkterrein verschoven naar de woestijnachtige kustgebieden van het Zuidamerikaanse Peru, en met recht. In talrijke oases nabij riviertjes, die vanuit het Andesgebergte naar de Grote Oceaan stromen, zijn namelijk reeksen verbazingwekkende bouwwerken gevonden die duizend tot vijftienhonderd jaar ouder zijn dan de oudste archeologische vondsten in Midden-Amerika. Het gaat om reusachtige bouwsels, vaak in de vorm van een U, tot tien meter hoog, met trappen en platforms, en met uitgebreide netwerken van kamers en ceremoniele plaatsen op de top. Op de verbazingwekkende monumenten, die onder lagen woestijnzand opvallend gaaf bleven, zijn okeren, rode en gele kleurresten gevonden, alsmede afbeeldingen van jaguars en spinnen.

Deze vondsten tonen aan dat tussen 5000 en 3500 jaar geleden in de zogenaamde nieuwe wereld complexe beschavingen tot bloei kwamen. Ongeveer in dezelfde periode werden in de oude wereld de Egyptische piramiden gebouwd en bereikten de Sumerische stadstaten in Mesopotamie het toppunt van hun macht. Vermoedelijk bereikten de oude Andes-culturen nooit het niveau van hun tegenhangers in het Middellandse Zee-gebied. Zij kenden immers niet het schrift of het wielprincipe. Toch menen sommige archeologen dat het vermogen van de oude pre-Peruanen om grootse bouwwerken te ontwerpen, uitgebreide samenlevingen te organiseren en kunst te scheppen, erop wijst dat zij zich met hun tijdgenoten uit de oude wereld konden meten.

Afgelopen oktober bracht een groep Amerikaanse archeologen deze ontdekkingen met de nodige fanfare in de publiciteit. 'De grootse monumenten in Peru hebben een donderend en dramatisch effect, ' liet Michael Mosely, een archeoloog van de universiteit van Florida, weten. Archeoloog Kent Flannery van de universiteit van Michigan gaf te kennen: 'Ik denk dat veel mensen die in Mexico hebben gewerkt en niet in Peru zijn geweest, verrast zullen zijn door de ouderdom en het spectaculaire karakter van de vondsten daar.'

De vondsten maken volgens Flannery een grondige herwaardering nodig van de pre-Colombiaanse culturen in de Amerika's. De bron ligt niet in het centrum, zoals lang is gedacht, maar in het zuiden.

Pijlpunten

De Zweedse archeoloog Richard Holmberg, die werkt voor het Peruaanse Instituto Nacional de Cultura, onderschrijft de conclusies in grote lijnen. Wel moet hij lachen om het spektakel dat zijn Amerikaanse collega's hebben gemaakt. De door de droge woestijnzon getekende Zweed werkt al vele jaren temidden van grauwe zandheuvels in de vallei van de Chillon-rivier op een kilometer of twintig ten noorden van Lima.

Holmbergs vondsten zijn nog nauwelijks bekend, maar mogen er zijn. De oudste tekenen van menselijk leven bevinden zich in het uiterste noorden van de vallei en zijn nauwelijks meer te bezoeken. Ze liggen namelijk op het terrein van een olieraffinaderij die na enkele sabotagepogingen van de rebellen van Sendero Luminoso zwaar wordt bewaakt. Het gaat, volgens Holmberg, om enkele steengroeven, die volgens koolstofmetingen ongeveer tienduizend jaar oud zijn en waar primitieve kustbewoners ooit pijlpunten en andere stenen gebruiksvoorwerpen maakten.

De archeoloog: 'Deze mensen leefden vooral van zeeprodukten, maar daarnaast maakten ze waarschijnlijk jacht op herten die vanuit de Andes afdaalden om hier te grazen.'

Bij de groeven vond hij ook molensteentjes en bijpassende ronde bakjes. Dat betekent volgens Holmberg nog niet dat tienduizend jaar geleden al sprake was van landbouw in de Chillonvallei: 'Waarschijnlijk werden de molensteentjes gebruikt om wilde kruiden en vruchten te vermalen.' Wij lopen enkele kilometers landinwaarts de woestijn in naar Holmbergs voornaamste werkterrein - de Pampa de los Perros, een ongeveer vijf meter hoge, goeddeels onder het zand bedolven piramide met trappen, drie elkaar overlappende platforms en een aangrenzende, cirkelvormige ceremoniele plaats. Vanaf het bouwwerk loopt een dijk van stenen in de richting van de Chillon-rivier. De Zweed vertelt dat uit eerste metingen blijkt dat deze 'Pampa' ongeveer vijfduizend jaar geleden moet zijn gebouwd en daarmee een van de oudste monumenten is, en misschien wel het oudste, langs de Peruaanse kust. Tientallen mannen en vrouwen graven hier in het kader van een werkgelegenheidsproject van de overheid de dikke zandlagen af die het bouwwerk bedekken.

De cirkelvormige plaats voor de piramide was, volgens Holmberg, waarschijnlijk een gebedsplaats waar mogelijk ook astronomische waarnemingen werden gedaan. Bij het afgraven werden op de top van het bouwwerk ook enkele graven blootgelegd. 'Alle doden lagen met hun hoofden naar het zuiden, ' vertelt Holmberg. 'Een lag er de andere kant uit, maar zonder hoofd. Vermoedelijk was dat iemand die was gestraft of geofferd.'

Zachtzinnigheid was nooit een sterk ontwikkelde eigenschap van de pre-Colombiaanse indianenbeschavingen.

Aan de achterzijde van de ruine toont hij me enkele vertrekken. 'Uit de vondsten die wij hier deden kunnen wij in grote lijnen opmaken hoe de mensen hier vijfduizend jaar geleden ongeveer moeten hebben geleefd, ' zegt de archeoloog. 'Zij leefden ten dele van zeeprodukten, van schaaldieren, vissen of af en toe een stevige zeeleeuw. Maar de nadruk lag toch op de landbouw. We troffen hier vele resten aan van bonen, kalabassen, vruchten en achiva's, een soort aardappelen.' Keramiek bestond hier vijfduizend jaar geleden nog niet, dus werden de produkten gaar gestookt tussen vuurstenen op nog altijd goed zichtbare stookplaatsen. Volgens de Zweedse archeoloog droegen de bewoners kleren en mutsen van grof geweven katoen, waarvan ook vele resten zijn gevonden. Richard Holmberg meent dat de bouw van Pampa de los Perros en de landbouw die de bewoners in de vallei bedreven, wijzen op het bestaan van een sociaal gestructureerde samenleving met een behoorlijke graad van arbeidsmobilisatie.

Waakhonden

Wij wandelen verder de woestijn in langs de armzalige hutjes van kolonisten uit de Andes, die hier onder de rook van Lima proberen te overleven met wat varkensteelt en het uitpluizen van dampende hopen hoofdstedelijk afval. Met stenen houden wij hun uitgemergelde waakhonden op afstand. Springend van steen naar steen steken wij de ondiepe Chillon-rivier over, klauteren tegen de hoge rivierbedding op en naderen El Paraiso, het pronkstuk van deze vallei.

Het vierduizend jaar oude El Paraiso-complex bestaat uit twee parallel lopende stenen wallen van ongeveer 4 meter hoog, die zo'n 120 meter van elkaar liggen en na 450 meter uitmonden in een fabuleus bouwwerk met basislijnen van 60 x 80 meter en een hoogte van zo'n 9 meter. Daaromheen liggen de resten van kleinere gebouwen. De toegang tot het centrale gebouw loopt via een steile smalle trap, wat de verdediging natuurlijk vergemakkelijkte. Bovenop bevindt zich een vierkante ceremoniele ruimte, waaromheen een veelheid van kamers is gebouwd. In een van die vertrekken bevinden zich vier putten. Een badinrichting? In sommige kamers werden afvalresten gevonden wat wijst op bewoning. In een andere ook voedselresten. Mogelijk waren dat opslagplaatsen. 'Waarschijnlijk was dit een administratief centrum, waarvan de centrale zaal voor ceremoniele functies werd gebruikt, ' zegt Richard Holmberg. 'Voor de bouw van dit monument waren enkele honderdduizenden tonnen steen nodig. Deze omvang en de complexiteit van El Paraiso maken duidelijk dat duizenden mensen en een hoge mate van organisatie nodig waren om het te bouwen. En alles wijst erop dat van hieruit het leven in de hele Chillon-vallei werd geregeld en beheerst. ' Het opvallende is nu, dat in de jaren tachtig langs de hele Peruaanse kust - van de noordelijke Jequetepeque-vallei tot in de Lurin-vallei in het zuiden - tientallen soortgelijke nederzettingen zijn gevonden. Alle zijn zij drie- a vierduizend jaar oud en vele vertonen dezelfde U-vorm als El Paraiso. Wat natuurlijk duidt op onderlinge contacten langs de Peruaanse kust. Daarnaast moeten er, volgens Holmberg, ook contacten hebben bestaan tussen deze kustculturen en samenlevingen hoog in de Andes.

Sterker nog, hij gelooft dat de kustculturen min of meer kopieen waren van soortgelijke beschavingen in het hooggebergte. De Zweed: 'Een belangrijke aanwijzing daarvoor vormt het Kotosh-complex nabij de centrale Andes-stad Huanuco. Dit vertoont grote overeenkomsten met El Paraiso maar is wel duizend jaar ouder.'

Nogal wat archeologen, onder wie Richard Holmberg, vermoeden dat de hoogst ontwikkelde kustnederzettingen zoals El Paraiso stadstaten waren, bestuurd door machtige eliten. Anderen menen echter dat er geen bewijzen zijn voor zo'n sociale gelaagdheid en dat de Peruaanse kustculturen mogelijk waren gebaseerd op economische samenwerking op min of meer vrijwillige basis.

Stortplaats

Terwijl Richard Holmberg vanaf het dak van El Paraiso de Chillon-vallei overziet, mijmert hij: 'Wat zou het schitterend zijn om hier een beschermd park van te maken. De monumenten zouden dan niet meer worden bedreigd en ook beter tot hun recht komen. En zo dicht bij Lima zou het een toeristische goudmijn kunnen worden.' Het zal wel altijd een wensdroom blijven, want de grote stad rukt op, de eerste groepen verpauperde kolonisten hebben zich al in de vallei gevestigd en Lima's stadsreiniging beschouwt het gebied als een ideale stortplaats. 'De Peruanen hebben in tegenstelling tot bij voorbeeld de Mexicanen weinig oog voor hun glorieuze verleden, ' zegt Holmberg. 'De voornaamste monumenten liggen verspreid over een terrein van zo'n 90 hectare, maar in 1980 stelde de regering slechts 40 hectare beschikbaar voor onderzoek en exploratie. In 1987 werd dat gehalveerd tot 20 hectare. En nu heb ik al drie doodsdreigingen op zak van lieden, die de hele Chillon-vallei liever voor lucratieve urbanisatie gebruiken en zeggen dat ik mijn biezen moet pakken.' De Zweeds archeoloog schrijft de namen in mijn notitieboek van enkele hooggeplaatste figuren uit het Peruaanse overheidsapparaat en zegt: 'Als je later een bericht leest dat een wat wereldvreemde Zweedse oudheidkundige met een gaatje in zijn hoofd in de Peruaanse woestijn is aangetroffen, moet je ze publiceren.'