Vertraging in onderzoek euthanasie

DEN HAAG, 3 mei - Het onderzoek naar de medische praktijk van euthanasie dreigt te worden vertraagd. De artsenorganisatie KNMG heeft zware kritiek op het onderzoeksvoorstel dat de commissie-Remmelink heeft uitgewerkt in samenwerking met de beoogde onderzoeksinstelling.

Vanmiddag is bij Justitie een brief van de KNMG gearriveerd waarin voorzitter W. H. Cense schrijft dat het onderzoeksvoorstel 'niet beantwoordt aan de vraagstelling in de taakopdracht die de commissie heeft gekregen'.

Volgens Cense moet een dergelijk onderzoek 'op goede wetenschappelijke basis zijn gebaseerd'.

Dat is volgens de KNMG nu niet het geval. Ook wil de KNMG met minister Hirsch Ballin op korte termijn een gesprek 'over de consequenties die aan het onderzoek zullen worden verbonden'.

De artsenorganisatie wil dat euthanasie uit het wetboek van strafrecht wordt verwijderd. 'Daarover is nog steeds geen duidelijkheid', aldus Cense. Strikt genomen heeft de commissie-Remmelink niet de instemming nodig van de KNMG om het onderzoek te laten beginnen. Maar een negatief advies van de organisatie zal het onderzoek wel sterk belemmeren.

Voorzitter prof. mr. J. Remmelink zei vanochtend alleen op 'technische bezwaren' van het bestuur van de KNMG te rekenen die 'wel op te lossen zullen zijn'.

'Het was mij eigenlijk liever geweest als we de minister meteen al de onderzoeksopzet hadden kunnen toezenden om dan later nog eens met de KNMG de details te bespreken, aldus Remmelink.

Justitie verklaarde vorige maand nog dat de Kamer 'vlak na pasen' de onderzoeksopzet toegestuurd zou krijgen. Volgens Cense van de KNMG zijn de bezwaren van zijn bestuur echter niet met een enkele pennestreek te corrigeren. Remmelink verwachtte vanochtend nog dat zo gauw er overeenstemming met de KNMG is binnen een week met het onderzoek begonnen kan worden. Als dat zo is, verwacht hij niet dat de einddatum in gevaar komt. Voor 1 juni 1991 heeft het kabinet op basis van het rapport een standpunt bepaald, zo is de Kamer toegezegd. Remmelink verwacht begin volgend jaar 'voldoende harde gegevens' op tafel te kunnen leggen. Hij zegt echter 'geen ijzer met handen te kunnen breken'.

Mocht uit het onderzoek naar voren komen dat euthanasie onderhevig is aan seizoensinvloeden - omdat bijvoorbeeld in de winter ziekenhuizen voller liggen - dan komt het begin volgend jaar alleen tot een interim-rapport.

Intussen blijkt de aangiftebereidheid voor euthanasie bij de medische stand vorig jaar weer te zijn toegenomen. Het aantal aangiften is van 184 gestegen naar 340. Dit blijkt uit cijfers die door Justitie van de verschillende parketten worden verzameld ten bate van het jaarverslag van het Openbaar Ministerie over 1989. Het jaarverslag komt pas in augustus uit. Justitie seponeerde van de 340 gevallen er 336, vervolgde er twee en onderzoekt er eveneens nog twee. Daarmee wordt de trend van de voorgaande jaren voortgezet: gemiddeld 1 procent van de artsen die vrijwillig euthanasie aangeven wordt vervolgd. In 1988 vervolgde Justitie eveneens twee artsen.