Verschil in lesuren tussen scholen

ROTTERDAM, 3 mei - Scholen in het voortgezet onderwijs verschillen onderling zeer in de tijd (lesuren en huiswerk) die ze aan vakken besteden. Zo geven sommige scholen over een periode van drie jaar ongeveer tweehonderd uren meer wiskunde dan andere.

Dit blijkt uit een onderzoek naar schoolprestaties dat het Cito (Instituut voor Toetsontwikkeling) en het Instituut voor Onderwijsonderzoek van de Universiteit Groningen hebben verricht onder 650 scholen voor LBO, MAVO, HAVO en VWO. De twee instituten bekijken of de basisvorming gevolgen zal hebben voor leerprestaties. Deze voor alle schooltypen gelijkwaardige brugklas van minimaal twee jaar, zal naar verwachting volgend jaar worden ingevoerd. Het onderzoek wordt herhaald in 1992 en in 1994. In de huidige structuur constateert het rapport 'bij alle vakken een opvallende kloof tussen de prestaties van LBO-leerlingen en die van leerlingen uit de overige schooltypen'.

Hiervoor geeft het onderzoek geen verklaring.

Het aantal zittenblijvers is hoog, zo blijkt verder. Na drie jaar is een kwart van de leerlingen een of meer keren blijven zitten, waarbij de MAVO met een gemiddelde van 32 procent het hoogste scoort. Opvallend is dat het zittenblijven toeneemt naarmate het opleidingsniveau van de ouders hoger wordt. Een verklaring kan zijn dat deze ouders een voor hun kind te hoog gegrepen opleiding kiezen.

Na drie jaar voortgezet onderwijs zijn jongens en meisjes ongeveer even goed in Engels, Nederlands en biologie. In wiskunde zijn jongens beter. Meisjes zijn minder vaak blijven zitten. Allochtone leerlingen doen het in alle vakken en in alle schooltypen slechter dan Nederlandse.