Turkse vrouwen eisen betere behandeling in lompenbedrijf

TILBURG, 3 mei - Het lompenbedrijf van Leon Kalfus aan de Lovense Kanaaldijk in Tilburg koestert zich in de eerste zonnestralen. Op het binnenterrein zwerft hier en daar een vod. Slordige rododendrons staan in volle bloei.

Voor de poort staat een rode auto van de Industriebond FNV. Uit de luidspreker op het dak klinkt Turkse muziek. Turkse vrouwen staan in een kring en klappen in hun handen, terwijl er een paar een bevallig dansje uitvoeren. Aan de overkant van de weg staan de mannen, de armen over elkaar, en kijken toe. Op een muur staat: 'Stop uitbuiting'. Op 25 april legden de voornamelijk Turkse werkneemsters het werk neer. Vanmorgen was er een zogenoemde postactie bij de poort. Een Turks meisje van 18 jaar, dat sinds 9 maanden bij het bedrijf werkt: 'Wij van de tweede generatie zijn ons meer bewust van onze situatie. Op school en bij het arbeidsbureau leerden we wat ons plichten, maar ook wat onze rechten zijn. De omstandigheden in dit bedrijf zijn slecht. Er is veel stof omdat er geen afzuiginstallatie is. Aan de snijtafel krijg je een premie van fl.1,50 voor elke kilo die je boven de 245 kilo produceert. Die moet je wel met drieen delen. Bij de pers hetzelfde als je meer dan 110 balen haalt. Dat is een opjaagsysteem en daar willen we vanaf.'

Het ziekteverzuim ligt op 30 procent.

De vrouwen willen een 38-urige werkweek en voor 40 uur het minimumloon ontvangen. Nu ontvangen ze 97,5 procent van het wettelijk minimum. Ook willen ze op andere tijden vakantie en drie weken onbetaald verlof, zodat ze in de zomer langer met hun gezin in hun geboorteland kunnen blijven.

Op een muurkrant staat: 'De Turkse vrouwen hebben de balen van Leon Kalfus en zijn chef Schoon.'

R. Schoon is de bedrijfsleider. Hij zit in een nog leeg kantoor. 'Voor commentaar moet u bij onze advocaat zijn', zegt hij om zich er vervolgens over te beklagen dat de berichtgeving 'erg eenzijdig' is.

De contacten tussen Kalfus en de stakers lopen via advocaat mr. J. J. M. Bruinsma uit Tilburg. Die zegt: 'Een bedrijf als dit is een marginale onderneming, die de laatste jaren lichte verliezen leed. Daarom is er geen plaats voor een structurele loonsverhoging. Er kan wel wat worden gedaan in de vorm van een winstuitkering en toeslagen op de produktiehoeveelheden. Daarmee kunnen ze honderden guldens per maand meer verdienen. De eisen die nu worden gesteld, zouden neerkomen op 10 procent meer kosten en dat kan mijn client zich niet permitteren.'

Bij Kalfus werken 60 mensen. Van hen staan er 48 als staakster geregistreerd. Drie jonge meisjes doen niet mee. Ze mogen dat niet van hun ouders. Als ze de poort doorgaan, wordt hun niets in de weg gelegd.

Kalfus verwerkt gebruikte kleding, die men betrekt van organisaties als Mensen in Nood, het Leger des Heils of van de actie 'Geef Max de zak'. De goede stukken worden er uitgesorteerd, in balen verpakt en als kleding verkocht naar landen in de Derde wereld. 'Voor een flinke duit', zoals op de Muurkrant staat. De slechte stukken worden versneden. Ze worden geleverd als vulmiddel voor onder meer slopen, aan de paperindustrie of ze gaan naar India, waar men ze splitst in vezels om daar vervolgens nieuwe kleren van te maken. 'We kunnen het lang volhouden, we gaan van dit groepje niet failliet, ' zegt bestuurder E. Schellenberg van de Industriebond FNV die de staking ondersteunt. 'Er zijn in Tilburg meer van dit soort bedrijven. Ze zijn gebonden aan de oude textielindustrie. Dat er alleen maar buitenlanders werken heeft alles te maken met het lage loon en de slechte arbeidsomstandigheden. Maar dit bedrijf spant daarbij wel de kroon.' Een vrouw: 'Ik werk hier vier jaar. Je wordt hier slecht behandeld. Zo roept de chef je bijvoorbeeld niet bij je naam, maar is het: he, jij daar. Als je naar de wc gaat wordt de tijd bijgehouden en kun je je premie mislopen.' Een vrouw, een van de weinigen met een hoofddoekje, die al acht jaar bij Kalfus werkt: 'Heb je een tijdje heel goed je best gedaan en je staat daarna even te praten, dan krijg je al meteen commentaar. Zo lang als ik hier werk heb ik nog nooit een loonsverhoging gehad. Als je ziek bent geweest en je komt terug, krijg je voor straf zwaarder werk.'

De man van een van de vrouwen, die bij een Philipsdochter in Oosterhout werkt: 'Als je beide bedrijven vergelijkt, is dit achterlijk en ouderwets.'