SYMPOSIUM OVER VORMGEVEN VOOR TELEVISIE; Snel en kantelend dediepte in

Een gouden schijf tuimelt door de ruimte. Om en om kerend boort het voorwerp zich in de skyline van New York. Door een woud van verlichte wolkenkrabbers schiet de schijf in bovenaardse snelheid op een spoorwegemplacement af. Een trein raast een tunnel in, aan de achterkant openen zich de deuren van een club, lieftallige vrouwen en 'licensed to kill' koppen sieren de wanden. We schieten trappen op en deuren in naar een studio, waar uit tientallen beeldschermen lichtstromen spuiten. De glitterende schijf draait en tolt de sterrennacht in en ontrolt zich tot het logo van de zender. Het zware ritme van de muziek stopt, een donkere stem kondigt aan dat het programma begint.

Het kan ook anders. Uit het niets schieten zuilen op. Een, twee, drie, vier, vijf, de heldere kleuren contrasteren scherp met de helblauwe achtergrond. Uit het niets vliegt een zwerm brokken aan, ze cirkelen rond de zuilen die plotseling draaien, zodat we van bovenaf de diepte inkijken. De brokken botsen tot een klomp, spatten weer uiteen en suizen tussen de zuilen de diepte in. Alles hult zich in stemmig donker, de zuilen geven licht. De scherven rijgen zich aaneen, en zie het logo van de zender. De schettermuziek stopt.

Twee voorbeelden van station calls en leaders, de hedendaagse herkenningsbeelden en melodieen waarmee elke weldenkende omroep of televisiekanaal zich tegenwoordig presenteert. Muziek bepaalt de snelheid waarmee de beelden op elkaar volgen, de computer dicteert de vorm. Alles komt uit dezelfde machines die het keren en draaien, de buitenaardse snelheden en de oneindige ruimten als grootste troef aan alle ontwerpers voorschotelen. Die trappen er elke dag opnieuw weer in en zetten met een paar grote grepen uit deze doos vol cliches de volgende leader en de volgende station call in elkaar.

Deze conclusie drong zich op na het bekijken van een compilatie van dit soort ontwerperswerk, die aan het begin van een symposium over Televisie Graphics werd gedraaid. Het geluid ontbrak, maar de beeldenstroom werd er niet verteerbaarder door, integendeel. Het werd een brij die eerst nog verbazing wekte, maar al snel uitsluitend weerzin opriep. En dat was de bedoeling.

Theater Zeebelt, organisator van het vorige week donderdag-, vrijdag- en zaterdagavond in het Haagse Museon gehouden symposium, wilde een bijdrage leveren aan de nog nauwelijks begonnen strijd tegen deze beeldvervuiling. Tegen de 'flying logo's' of 'flying ashtrays', zoals kritisch ingestelde Britse tv-ontwerpers het verschijnsel omschrijven. Initiatiefnemer Gert Dumbar constateerde in zijn openingswoord dat de 'visuele eenheidsworst die wereldwijd uit de tv komt' saai en voorspelbaar is en niets met ontwerpen te maken heeft. Waarna Jaap Drupsteen het woord kreeg en terugging naar de tijd toen Harry, Vertigo, Mirage en ander driedimensioneel en digitaal vernuft nog niet beschikbaar was. Het oude VPRO gezicht vulde de zaal, van het logo met de vette vlag aan de V die dikke tranen huilt tot de onvergetelijke zangeres die de trap in de ruimte afdaalt en in de diepte verdwijnt. De volgende avond zette Bob Takes, nu vormgever van de omroep, er het huidige VPRO-gezicht naast. Het mannetje met de lange piemel holde over het scherm en de das van Adriaan van Dis wapperde fier op het boekenbergje. Een verademing na alle computer cliche's. Persoonlijk, relativerend, ironisch, kritisch en ook echt VPRO, maar de vergelijking met Drupsteen kan deze alternatieve vormgeving voor mij niet doorstaan. De band die de design-afdeling van het NOB meebracht, blonk in vergelijking met wat een paar jongens van een tv-station uit Barcelona lieten zien uit in brave eenvoud. Veel heldere kleuren en strakke lijnen. De Nederland 3-driehoeken zijn goede voorbeelden van wat eenvoud en helderheid vermag, de entrees voor programma's als Linda (Tros) en Fatzy en Co (VPRO) toonden aan dat het NOB ook aantrekkelijke veelzijdigheid kan leveren. De Spaanse band was een verzameling van zeer uiteenlopende aard, maar wat goed was, toonde in kleur, vorm en ingredienten een barokke kracht.

Echt verfrissend waren de station calls van MTV. Verhaaltjes, grapjes of alleen het al dan niet tot reusachtige proporties opgeblazen logo, uitgevoerd in animatie, film of grafiek. Volledig anders was het werk dat de Belg Walter Verdin trachtte te tonen. Trachtte, want elk voorbeeld stond op een andere band en de apparatuur verzette zich heftig tegen dit amateurisme. De 'generiek' (Belgisch voor leader) van het programma Sanseveria (VTM) was een even ongewoon als schoon produkt waarvoor slechts een camera met kleurfilter en een keurige in een pot met sierpapier gestoken Sanseveria waren gebruikt. De camera kroop langs de plant omhoog, wentelde rond de plant, knipte de plant in korte stukjes, gleed langs een van de tongen statig en traag omlaag en dit alles in de tere, lichte kleuren die overblijven als elk stevig pigment wordt weggefiltert. Een simpel, wat oubollig orgelmelodietje begeleidde de beelden. Op een andere band waren tientallen gezichten die hetzelfde woord uitspraken op en achter elkaar geplakt, een verrassend effect. De 'generiek' voor het BRT programma Verwant was even mooi. Een groepje personen wandelt door een pas geploegd land. Heuvels, een witte wolkenlucht, close-ups van een zacht waaiende zomerjurk, van enkele paren benen, van een been; het groepje op afstand, alleen de wandelende voeten en dan ineens wordt het kleurenspectrum volledig omgekeerd. De witte wolken zijn dreigend zwart, de schoenen doorzichtig. Het groepje is uit de gewone wereld gewandeld en in een psychedelisch filmbeeld getransformeerd. Voor even maar, dan is het normale beeld terug en trekt de groep verder, de horizon in.

Verdin gaf geen theoretische uiteenzetting bij zijn werk. Hij zei wel dat hij helemaal niet vies was van de computer, maar net als Takes, Drupsteen en Peter Dougherty (MTV) was hij van mening dat wie met eenvoudige apparatuur niks moois kan maken, dat ook met Harry, Vertigo en de rest niet kan.

De driedimensionele computertechniek maakt in de audiovisuele vormgeving alles mogelijk en veel ontwerpers verzuipen daarin. Ze tuimelen als een vliegend koekblik een science fiction wereld binnen die in de korte periode van haar bestaan vooral een reeks cliche's heeft voortgebracht.