Stalin prive

Na vertoningen op de festivals van Venetie, Amsterdam en Rotterdam komt een van de belangrijkste recente Sovjet-documentaires, Ik was Stalins lijfwacht van Semjon Aranovitsj, nu tegelijk in de filmhuizen uit met Aranovitsj' eveneens vorig jaar voltooide film Het dossier Anna Achmatova. De documentaire over Achmatova is minder toegankelijk, omdat enige kennis van en affiniteit met het werk van de dichteres (1889-1966) verondersteld wordt. Voor een Russisch publiek spreekt de symboolwaarde van Achmatova als indirect slachtoffer van het stalinisme waarschijnlijk vanzelf. Filmisch maakte de eveneens uit de Lenfilm-studio afkomstige documentaire over Achmatova's echtgenoot Nikolai Goemiljov, Afrikaanse jacht (Igor Alimpiev, 1988), meer indruk. Toch bevestigt ook Het dossier Anna Achmatova de reputatie van Aranovitsj (geboren in 1934) als een van de meest interessante Sovjet-documentaristen uit de glasnost-periode.

Aranovitsj belicht de werkwijze van het stalinisme in Ik was Stalins lijfwacht van binnen uit. Voor het grootste deel bestaat de film uit een interview met een oude man, wiens gezicht veelal in genadeloze close-ups getoond wordt. Deze man, genaamd Rybin, die zich gezien zijn taken in het onderhouden van contacten namens de geheime politie met verklikkers ook van een andere naam bediende, babbelt honderduit over het voorrecht dat hij Stalin en zijn familie persoonlijk bescherming heeft mogen bieden. Ook was hij belast met de supervisie van de beveiliging van het Bolsjoitheater. Dat was geen sinecure, want als Stalin en zijn gevolg, altijd onaangekondigd, arriveerden, dienden de zware deuren van het theater open te staan. Een dichte deur leverde minimaal vijf dagen verzwaard arrest op voor de verantwoordelijke beambte. Stalin had meer verstand van muziek dan menige artiest, zo meent Rybin. Aranovitsj becommentarieert die uitspraak met archiefbeelden, waaruit blijkt dat de prima ballerina's van het Bolsjoi daarentegen wel goede schutters waren en zich tussen de repetities lieten filmen bij oefeningen op de schietbaan.

De integriteit van Stalin staat voor zijn lijfwacht nog steeds buiten kijf. Beria donderjaagde met de meiden en elk lid van het Politburo hield zijn collega's voortdurend in het oog, nadat ze met de leider gesproken hadden. Voor je het wist, kon je namelijk verraden worden. Maar Stalin zelf, die stond daarboven. Had hij zijn beste vriend Kirov niet hartelijk omhelsd, vlak voordat hij hem liet executeren? De huiveringwekkende absurditeit van het stalinisme kent nauwelijks grenzen. Tussen de regels door suggereert Aranovitsj met steeds terugkerende beelden in slow motion van Stalins jam lepelende moeder de pathologische oorsprong van diens karakter, maar het is een weinig uitgewerkte zijlijn. De grootste kracht ligt in de gedetailleerde portrettering van een nog steeds niet genezen bewonderaar van de despoot: griezelig als leermeester van een muziek- en declamatieklasje van jonge pioniers, bijna menselijk door zijn zorg voor een doodzieke echtgenote, permanent zwijgend aanwezig in een hoek van de kamer, als een soort memento mori. HB